ECLI:NL:RBNNE:2026:1152

Datum uitspraak
04-03-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
R.18/26/1064
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek toelating tot de WSNP o.g.v. de hardheidsclausule. Verzoekster heeft haar relatie beëindigd. Geen auto meer op naam zodat verkeersboetes en aanlagen motorrijtuigenbelasting tot het verleden zullen behoren. Verzoekster heeft zich aangemeld voor traumabehandeling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Leeuwarden

zaaknummer: R.18/26/1064

vonnis van 4 maart 2026

in de zaak van:

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: verzoekster.

PROCESGANG

Verzoekster heeft op 11 december 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 18 februari 2026. Daarbij is verzoekster verschenen tezamen met mevrouw [schuldhulpdienstverlener] , schulddienstverlener en werkzaam bij Gemeente Súdwest-Fryslân.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat verzoekster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

In verband hiermee wordt het volgende overwogen.

Verzoekster heeft een schuldenlast van in totaal € 23.629,42. Verzoekster is naar Nederland gekomen toen ze ongeveer 18 jaar oud was en heeft zes jaar samengewoond met een Nederlandse man, die verslaafd was. De schulden zijn volgens verzoekster veroorzaakt door haar ex-partner, die gebruik heeft gemaakt van haar identiteitsgegevens. Zo is een auto op haar naam geregistreerd, terwijl verzoekster geen rijbewijs heeft en zijn aanslagen omzetbelasting opgelegd terwijl zij geen onderneming heeft gehad.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster ten aanzien van de schulden, die bij de Belastingdienst en bij het CJIB zijn ontstaan niet als te goeder trouw kunnen worden aangemerkt, omdat een deel van die schulden zijn ontstaan in de drie jaren voorafgaand aan de indiening van het Wsnp-verzoek.

Het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan echter, ondanks het feit dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, lid 1, aanhef en onder b Fw zich voordoet, op grond van artikel 288 lid 3 Fw toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (de zogenaamde hardheidsclausule).

In het verzoekschrift heeft de schuldhulpverlener aangegeven dat de ex-partner van verzoekster gebruik heeft gemaakt van haar identiteitsgegevens. Zo staat een auto op haar naam geregistreerd staat terwijl verzoekster geen rijbewijs heeft . De schuldhulpverlener heeft ter zitting aangegeven dat nadat de auto is geschorst het kenteken van de auto inmiddels niet meer op naam staat van verzoekster. De schuldhulpverlener geeft aan dat het contact met verzoekster goed verloopt en dat verzoekster door de huisarts is doorverwezen naar [organisatie] voor traumabehandeling.

De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk dient te zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er dient met andere woorden sprake te zijn van een bestendige gedragsverandering waardoor in redelijkheid kan worden aangenomen dat de problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting genoegzaam gebleken dat de situatie waarin verzoekster nu verkeert zodanig anders is dan ten tijde van het ontstaan van de schulden dat gesproken kan worden van “een keer ten goede”. Verzoekster heeft haar relatie beëindigd. Daarnaast staat de auto niet meer op haar naam zodat verkeersboetes en aanlagen motorrijtuigenbelasting tot het verleden zullen behoren. Verder acht de rechtbank van belang dat verzoekster is aangemeld bij [organisatie] voor traumabehandeling.

De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.

De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. Het staat verzoekster echter vrij om in de Wsnp aan de rechter-commissaris een (medisch onderbouwd) verzoek voor te leggen om de looptijd van de regeling te verkorten als daarvoor aanleiding is.

BESLISSING

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

adres is bij de rechtbank bekend,

- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker,

en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,

gevestigd te [adres] ;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brievenen telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op

4 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »