RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256941345
zaaknummer: 11256912 BU VERZ 24-1848
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 februari 2025 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene] (de betrokkene),
wonende in [woonplaats] .
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. J.Y.B. Jansen
als griffier : D.W. Veenstra
Betrokkene is niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. P. Belopavlovic (de vertegenwoordiger).
De verweten gedraging is R535F – ‘passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren zonder gebruik kinderbeveiligingssysteem’, verricht op 6 april 2023, om 15:39 uur, op de Rijksweg A6 bij Eesterga, met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 249,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene voert aan dat de verbalisant haar de cautie niet heeft verleend. Het antwoord dat betrokkene heeft gegeven, is daarom onrechtmatig verkregen en zou niet mogen meetellen in de bewijsvoering. Bovendien is niet goed waargenomen dat het kind kleiner is dan 1.30 meter (betrokkene bedoelt kennelijk 1.35 meter), dit is een grove schatting van de verbalisant geweest. Betrokkene doet een beroep op de uitzondering voor incidenteel vervoer.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt.
Als eerste oordeelt de kantonrechter dat de cautieplicht niet is geschonden. Betrokkene heeft geen voor zichzelf belastende verklaring afgelegd; integendeel, volgens het zaaksoverzicht heeft betrokkene ervoor gekozen niets te willen verklaren.
De vragen en antwoorden over de bestemming en het ouderschap, zoals blijkend uit het administratief beroepsschrift, zijn niet gebruikt voor het bewijs van de gedraging en de oplegging van de sanctie.
De gedraging kan worden vastgesteld. Betrokkene doet een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 59b, tweede lid van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, maar die is hier niet van toepassing. De verbalisant heeft namelijk waargenomen dat het kind op de achterbank stond (onderstreping van de kantonrechter), terwijl een voorwaarde is dat het kind in de veiligheidsgordel zit.1 De kantonrechter ziet in het verweer geen aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant.
De kantonrechter ziet ook geen reden tot matiging van de sanctie.
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: