RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Leeuwarden
Zaaknummer: C/17/187445 / JE RK 22-1076
Datum uitspraak: 2 februari 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam , hierna te noemen: de GI (Gecertificeerde Instelling)
betreffende
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] .
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 30 december 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde dag.
Op 2 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen en gehoord is:- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
De moeder is op de juiste wijze opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 februari 2022 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 19 februari 2023.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Voor een onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar het verzoekschrift en de daaraan gehechte bijlagen.
Op de zitting heeft de GI heeft het verzoek toegelicht en aangevoerd dat de moeder enerzijds in de basis een goede moeder is, maar dat zij anderzijds ook zeer beperkt is. Hierdoor overziet zij niet alles en maakt zij niet altijd de juiste keuzes in het belang van de kinderen. De moeder is analfabeet en voelt zich erg eenzaam. Positief is dat er recent een opvoedcoach van het Leger des Heils betrokken is. De moeder had zelf hulp gevraagd om te leren hoe zij met het gedrag van [minderjarige 1] om kan gaan en de moeder heeft deze hulp goed opgepakt. Het blijft echter ook nodig dat de moeder hulp voor zichzelf gaat accepteren. Zij maakt zich zorgen over haar eigen toekomst en realiseert zich in die zin dat een weekendpleeggezin of een pleeggezin voor de vakantieperiode helpend kan zijn, voor het geval er iets met haar zal gebeuren. De GI vindt het goed dat de moeder daarover nadenkt. Daarnaast zal er gekeken worden of bij [minderjarige 1] een persoonlijkheidsonderzoek gedaan kan worden. De GI krijgt signalen dat hij wel gemotiveerd is om naar school te gaan, maar het komt er maar niet uit. Hierdoor zijn er twijfels of hij wel op de juiste school zit. Dit onderzoek zal met kleine stapjes opgezet moeten worden, zodat wordt voorkomen dat het de moeder teveel wordt. De moeder heeft geen netwerk waar zij op terug kan vallen. Er is een buurman in beeld die haar helpt. Hij maakt zich geen zorgen over de ouder-kindrelatie tussen de moeder en de kinderen en dat is positief. Deze buurman heeft echter ook aangegeven dat het tijd wordt om verdere hulpverlening in te schakelen. De GI deelt dit standpunt en zal zo snel mogelijk een hulpaanbod gaan doen. Daarnaast zal gezocht worden naar de mogelijkheid om een kindercoach voor [minderjarige 1] aan te stellen. Om de regie hierin te kunnen voeren is het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling met één jaar wordt verlengd.
4 De beoordeling
Op grond van artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengen wanneer aan de wettelijke vereisten genoemd in artikel 1:255 BW wordt voldaan.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter gebleken dat de ontwikkelingsbedreigingen die tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geleid ook nu nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is dat de maatregel wordt verlengd. De kinderrechter deelt de geschetste zorgen en overweegt dat de regie van de jeugdzorgwerker langer noodzakelijk is om meer zicht te krijgen op de opvoedingssituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en om de benodigde hulpverlening in te schakelen. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder zelf gevraagd heeft om een opvoedcoach en deze hulpverlening inmiddels ook accepteert, echter is er meer nodig om ervoor te zorgen dat zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving kan bieden. Om hierin verdere stappen te kunnen zetten, blijft de ondersteuning van de jeugdzorgwerker nodig. De kinderrechter is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor het verlengen van de ondertoezichtstelling wordt voldaan en zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van één jaar, nu het niet de verwachting is dat de onderstaande ontwikkelingsbedreigingen in een kortere periode zijn weggenomen.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn:
- de kinderen kunnen onvoldoende vertrouwen op een stabiele, veilige, stimulerende en voorspelbare opvoedingsomgeving;
- er zijn zorgen over de taalontwikkeling van [minderjarige 1] ;
- er zijn zorgen over het persoonlijke functioneren en het opvoedershandelen van de moeder;
- de moeder is in het dagelijks leven aangewezen op ondersteuning.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 19 februari 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Boon als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2023. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 februari 2023. |
||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.