ECLI:NL:RBNNE:2021:5639

Datum uitspraak
24-02-2021
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
171005
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overleden verzoeker. Man die beëindiging partneralimentatieverplichting verzoekt, omdat de vrouw samenleeft als ware zij gehuwd (art. 1:160 BW) overlijdt na bewijsopdracht aan de vrouw. Nemen de erfgenamen de procedure over?

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/171005 / FA RK 20-68

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 24 februari 2021

inzake

wijlen [de man],

laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: de man,

advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[de vrouw]

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. A. van der Pol, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1 Procesverloop

1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 21 oktober 2020, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, is de zaak verwezen naar de pro forma zitting van 19 november 2020, met opdracht aan de vrouw zoals weergegeven in deze beschikking.

1.2.

De rechtbank heeft kennis genomen van een faxbericht van de vrouw van 19 november 2020 met de mededeling dat ze de in deze brief genoemde getuigen door de rechtbank wil laten horen.

1.3.

De zaak is vervolgens gepland voor getuigenverhoor op 11 februari 2021 om 09:30 uur.

1.4.

Bij bericht van 14 januari 2021 heeft mr. De Jong de rechtbank bericht dat de man op 8 januari 2021 is overleden. Mr. de Jong heeft de onderhavige zaak ingetrokken. Gelet op voormeld bericht is het geplande getuigenverhoor op 11 februari 2021 niet doorgegaan.

2 Beoordeling

2.1.

Gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank als volgt.

2.2.

Volgens de advocaat van de man is de man op 8 januari 2021 overleden, derhalve na de mondelinge behandeling van deze zaak en voordat de rechtbank de door de vrouw aangedragen getuigen heeft gehoord. De advocaat heeft in verband daarmee de zaak bij bericht van 14 januari 2021 ingetrokken. Dit lijkt de rechtbank echter voorbarig, nu het de rechtbank niet bekend is of de man erfgenamen nalaat en zo ja, of deze de nalatenschap van de man (zuiver) hebben aanvaard. In het verlengde daarvan is het de rechtbank niet duidelijk of de eventuele erven de procedure willen overnemen. Mr. de Jong dient zich over vorenstaande uit te laten, met onderliggende bewijsstukken zoals de akte van overlijden, een verklaring van erfrecht en een schriftelijke verklaring van de erfgenamen, en de rechtbank en de wederpartij hierover te informeren. De rechtbank zal mr. De Jong hiertoe in de gelegenheid stellen zoals hierna onder 'Beslissing' is opgenomen. De vrouw zal in de gelegenheid gesteld worden een reactie hierop in te zenden.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden en beslist als volgt.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verwijst de zaak naar de pro forma datum van 25 maart 2021;

3.2.

draagt mr. H. de Jong op om uiterlijk twee weken vóór deze pro forma datum, zijnde uiterlijk op 11 maart 2021, zich uit te laten zoals in overweging 2.2. hierboven is overwogen en de daarbij behorende stukken over te leggen;

3.3.

stelt de vrouw in de gelegenheid uiterlijk op de pro forma datum van 25 maart 2021 een reactie in te dienen op hetgeen mr. H. de Jong heeft gesteld en ingezonden;

3.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. M. van der Hoeven, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 24 februari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden

fn: 433

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »