ECLI:NL:RBNHO:2026:8268

Datum uitspraak
29-04-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
K/4101/11941046
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Energieaanbieder heeft gas en elektriciteit aan het woonadres van consument geleverd. Energieleverancier vordert betaling van drie facturen. Consument heeft deze facturen niet betaald omdat hij een klacht heeft over een gasrekening. De kantonrechter wijst de vordering toe, maar ziet aanleiding om een korting van 20 procent toe te passen omdat energieleverancier niet aan alle wettelijke (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11941046 \ CV EXPL 25-4008

Vonnis van 29 april 2026

in de zaak van

QWINT B.V., H.O.D.N. QWINT B.V., QWINT ENERGIE EN QWINT ENERGY,

te Hengelo,

eisende partij,

hierna te noemen: Qwint,

gemachtigde: E.A.P. van Lith,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [naam],

te Den Helder,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

De zaak in het kort

Energieaanbieder Qwint heeft gas en elektriciteit aan het woonadres van [gedaagde] geleverd. Qwint vordert betaling van drie facturen. [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald omdat hij een klacht heeft over een gasrekening. De kantonrechter wijst de vordering toe, maar ziet aanleiding om een korting van 20 procent toe te passen omdat Qwint niet aan alle wettelijke (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 oktober 2025;

- het mondeling antwoord van 29 oktober 2025;

- de mondelinge behandeling van 25 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Qwint is een energieleverancier. [gedaagde] drijft een eenmanszaak. Qwint en [gedaagde] zijn op 30 september 2020 drie overeenkomsten aangegaan tot levering van energie (gas en elektriciteit) op drie aansluitpunten, waaronder het aansluitpunt aan de [adres] .

2.2.

De drie overeenkomsten zijn tot stand gekomen via De Rekencoach. De Rekencoach heeft drie offertes uitgebracht tot levering van gas en elektriciteit door Qwint op de drie aansluitpunten. De offertes zijn gericht aan [naam] , de eenmanszaak van [gedaagde] . [gedaagde] heeft de drie offertes ondertekend.

2.3.

Op 21 december 2021 heeft Qwint het volgende verzoek aan [gedaagde] verstuurd over aansluitpunt [adres] : “Wij hebben uw meterstanden ontvangen. Dank hiervoor. Wij hebben echter gesignaleerd dat uw verbruiken buiten de controle marges vallen. Meestal betekent dit dat uw verbruik lager is dan verwacht. Om te zorgen dat uw factuur correct wordt opgemaakt, willen we u vragen om foto’s te maken van de meterstanden en deze te versturen als antwoord op deze mail (…).”

2.4.

Op 23 december 2022 heeft [gedaagde] op dit verzoek geantwoord: “Ik probeer u te bellen div. malen, vorig jaar is dit niet goed gegaan met de meterstanden ik kan niet in 6/7 weken tijd 1600 kuub verbruiken. Aangezien de prijzen dit jaar aardig hoog zijn, wil ik wel dat het opgelost wordt, ik heb een zeer goed geïsoleerd huis en we zijn met ze tweeën. Graag mij even bellen omdat jullie slecht te bereiken zijn (…).”

2.5.

Op 25 september 2023 heeft Qwint een betalingsherinnering gestuurd over de jaarnota voor het gasverbruik aan [adres] in de periode 24 mei 2022 tot 1 januari 2023.

2.6.

Op 27 september 2023 heeft [gedaagde] hierop gereageerd: “Deze rekening klopt niet, zoals ik al heb aangegeven is er verbruik geweest van meer dan 15 kuub in 3 weken, er is een verkeerde stand binnen gekomen het jaar daarvoor. Aangezien de prijzen van dit jaar super hoog waren, krijg ik nu een verkeerde hoger factuur waar ik het niet eens mee ben, Wil het graag oplossen zoals ik eerder telefonisch aangegeven heb.”

2.7.

Qwint heeft op 23 juli 2024 een betalingsherinnering gestuurd over drie facturen, waaronder voornoemde jaarnota. [gedaagde] heeft in reactie hierop zijn klacht over de gasrekening herhaald.

2.8.

De drie facturen zijn onbetaald gebleven.

3 Het geschil

3.1.

Qwint vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een totaalbedrag van € 5.063,46. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 3.384,58, wettelijke handelsrente van € 1.215,42 en buitengerechtelijke incassokosten van € 463,46. Qwint vordert daarnaast om de hoofdsom te vermeerderden met wettelijke handelsrente vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van betaling en de kosten van het geding.

3.2.

Qwint legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] drie facturen van Qwint onbetaald heeft gelaten. Qwint vordert nakoming van de betalingsverplichting van deze drie facturen. Omdat [gedaagde] de facturen niet op tijd heeft betaald, vordert Qwint ook wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Qwint stelt in dit kader dat partijen een handelsovereenkomst zijn aangegaan.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist het gasverbruik dat op één van de drie facturen staat vermeld. [gedaagde] heeft deze klacht meerdere keren aan Qwint kenbaar gemaakt. Qwint heeft niet op de klacht gereageerd. [gedaagde] stelt daarom dat hij de drie facturen pas betaalt, als zijn klacht over het gasverbruik is opgehelderd. [gedaagde] voert ten slotte aan dat de facturen zien op de levering van gas en elektriciteit aan zijn privéwoning en dat het een privékwestie betreft.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter moet allereerst beoordelen of [gedaagde] zijn betalingsverplichting moet nakomen. De kantonrechter oordeelt dat de drie onbetaalde facturen betaald dienen te worden door [gedaagde] , omdat [gedaagde] zijn betwisting van de facturen onvoldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd. De kantonrechter licht dit oordeel als volgt toe.

Onbetaalde facturen

4.2.

[gedaagde] heeft drie facturen onbetaald gelaten:

  1. Een voorschotnota voor het gebruik van elektriciteit en gas in de maand augustus 2023 van € 296,-;

  2. Een eindafrekening voor het gebruik van elektriciteit in de periode 1 januari 2023 tot 1 april 2024 van € 1.395,64; en

  3. Een jaarnota voor het gebruik van gas in de periode 24 mei 2022 tot 1 januari 2023 van € 1.692,94.

Voorschotnota en eindafrekening (nrs. 1 en 2)

4.3.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de voorschotnota en de eindafrekening niet betwist. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat het elektriciteitsverbruik is gebaseerd op informatie die afkomstig is van een slimme meter van de netbeheerder en dat hij daarom uitgaat van de juistheid van het elektriciteitsverbruik dat op deze facturen staat vermeld. Ook heeft [gedaagde] tijdens de zitting de voorschotnota erkend. De kantonrechter wijst daarom de vordering tot betaling van de voorschotnota en de eindafrekening toe.

Jaarnota (nr. 3)

4.4.

De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de jaarnota ook toe. Qwint stelt onweersproken dat de jaarnota op de door [gedaagde] opgegeven gasmeterstanden is gebaseerd, dus de kantonrechter gaat ervan uit dat de factuur juist is. [gedaagde] brengt hiertegen in dat deze meterstanden niet juist zijn. Het is aan [gedaagde] om te specificeren, te motiveren en te onderbouwen wat onjuist is aan de door hem zelf doorgegeven meterstanden. Dit heeft [gedaagde] onvoldoende gedaan. De kantonrechter motiveert dat als volgt.

4.5.

[gedaagde] voert aan dat het onmogelijk is dat er in een paar weken tijd 1.600 m3 aan gas is verbruikt. [gedaagde] verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar zijn gemiddelde jaarverbruik van 1.200 m3. [gedaagde] heeft in de e-mailwisseling met Qwint voorafgaand aan deze procedure wisselende standpunten ingenomen over de periode dat er meer gas is verbruikt dan normaal. [gedaagde] voert de ene keer aan dat er in zes of zeven weken tijd 1.600 m3 is verbruikt en de andere keer in drie weken tijd. Uit de factuur kan echter geen verbruik van 1.600 m3 afgeleid worden in een paar, drie, zes of zeven weken tijd. En dat [gedaagde] een gemiddeld jaarverbruik had van 1.200 m3 in de voorgaande jaren, heeft [gedaagde] niet nader onderbouwd. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien niet kunnen uitleggen hoe hij heeft vastgesteld dat er in een paar weken tijd 1.600 m3 is verbruikt of wat er volgens [gedaagde] precies is misgegaan met de doorgegeven meterstanden. [gedaagde] heeft ook geen foto’s overlegd van de meterstanden waaruit de onjuistheid blijkt, terwijl Qwint hier wel expliciet om heeft gevraagd in 2021. [gedaagde] heeft zijn klacht daarmee onvoldoende concreet gemotiveerd en de kantonrechter wijst daarom de vordering tot betaling van de jaarnota toe.

[gedaagde] heeft gehandeld als consument

4.6.

[gedaagde] stelt dat de overeenkomst ziet op de levering van gas en elektriciteit aan zijn privéwoning. De kantonrechter leidt hieruit af dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat hij de overeenkomst als consument is aangegaan. Qwint betwist dat [gedaagde] een consument is en stelt dat Qwint en [gedaagde] een handelsovereenkomst zijn aangegaan. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan als consument en licht dit als volgt toe.

4.7.

De kantonrechter moet op basis van alle omstandigheden van het geval onderzoeken met welk doel [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan. Daarbij speelt de aard van het goed ook een rol. Het enkele feit dat op de door [gedaagde] ondertekende overeenkomst de handelsnaam van zijn eenmanszaak staat vermeld, is onvoldoende om aan te nemen dat hij heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf.1

4.8.

Tussen Qwint en [gedaagde] staat onweersproken vast dat [adres] de privéwoning van [gedaagde] is. [gedaagde] is dus de overeenkomst aangegaan met als doel gas en elektriciteit te kunnen gebruiken in zijn privéwoning. [gedaagde] is op hetzelfde moment twee andere overeenkomsten aangegaan die wel betrekking hebben op zakelijke aansluitingen en heeft voor alle drie de aansluitingen een zakelijk pakket afgenomen. Dit maakt het doel van de onderhavige overeenkomst naar het oordeel van de kantonrechter niet anders. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken naar voren gebracht dat De Rekencoach ervan op de hoogte was dat één van de drie aansluitingen zijn privéwoning betrof en dat De Rekencoach zelf heeft aangeboden om ook voor zijn privéwoning het zakelijke pakket af te nemen. Aangezien drie aparte overeenkomsten zijn gesloten, is bovendien geen sprake van een gemengde overeenkomst en hoeft dus niet getoetst te worden of het zakelijke doel zwaarder weegt dan het privé doel.2

4.9.

De kantonrechter is op grond van voornoemde omstandigheden van oordeel dat [gedaagde] de overeenkomst voor privédoeleinden is aangegaan en dat hij daarom kwalificeert als consument.

Overeenkomst op afstand

4.10.

Tussen partijen is niet in geschil dat Qwint een handelaar is. Qwint heeft ter zitting bevestigd dat De Rekencoach een tussenpersoon is en namens haar heeft gehandeld. Qwint heeft niet kunnen zeggen hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat hij telefonisch is benaderd door De Rekencoach, dat De Rekencoach daarop een offerte voor levering van gas en elektriciteit heeft toegestuurd en dat [gedaagde] dit stuk vervolgens ondertekend heeft teruggestuurd. De kantonrechter gaat hier dus van uit en kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g sub e Burgerlijk Wetboek (BW).

Ambtshalve toetsing; informatieplichten

4.11.

Bij het sluiten van een overeenkomst op afstand moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW worden voldaan. De kantonrechter moet ambtshalve (dat wil zeggen: uit zichzelf) onderzoeken of aan deze informatieplichten is voldaan.3

4.12.

Qwint stelt te hebben voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij verwezen naar de offerte die naar aanleiding van het telefoongesprek met [gedaagde] is toegestuurd en waaruit volgens Qwint blijkt dat [gedaagde] alle noodzakelijke informatie heeft kunnen lezen en nakijken voordat hij de offerte ondertekende.

4.13.

Uit de offerte blijkt naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende dat Qwint voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan alle informatieplichten heeft voldaan. In de offerte ontbreekt de adres- en contactinformatie van Qwint, waaraan [gedaagde] een eventuele klacht kan richten. Daarnaast is geen informatie gegeven over zijn herroepingsrecht. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de informatieplichten uit artikel 6:230m lid 1 onder d en onder h BW zijn geschonden. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.

4.14.

Qwint heeft voor het overige op de zitting voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht in artikel 6:230v BW.

Sanctie

4.15.

De kantonrechter zal wegens de hiervoor vastgestelde schending de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20 procent.4 Dit betekent dat een bedrag van € 2.707,66 (€ 3.384,58 x 0.80) aan hoofdsom toewijsbaar is.

Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen

4.16.

De kantonrechter moet ook onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.5 De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

4.17.

Qwint heeft de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden niet in de procedure gebracht. Qwint heeft tijdens de zitting gevraagd om een akte te mogen nemen om de voorwaarden alsnog in te dienen. De kantonrechter wijst dit aanbod af. Op basis van het mondelinge verweer van [gedaagde] was voldoende duidelijk dat [gedaagde] een beroep doet op consumentenbescherming. Het had op de weg van Qwint gelegen om hierop te anticiperen en voorafgaand aan de mondelinge behandeling de algemene voorwaarden over te leggen. Door dit niet te doen, heeft Qwint het risico aanvaard dat het verweer van [gedaagde] zou slagen en zij daarmee niet aan haar stelplicht zou voldoen.

4.18.

De kantonrechter kan de algemene voorwaarden dus niet toetsen op oneerlijke bedingen, waaronder of er onredelijke bedingen in staan over de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Dit heeft tot gevolg dat de kantonrechter deze vorderingen van Qwint afwijst.

Proceskosten

4.19.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter zal het salaris van gemachtigde berekenen op basis van het toe te wijzen bedrag.

4.20.

De proceskosten van Qwint worden op grond van het voorgaande begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

123,73

- griffierecht

€

543,00

- salaris gemachtigde

€

506,00

(2 punten × € 253,00)

- nakosten

€

126,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.299,23

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Qwint te betalen een bedrag van € 2.707,66,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.299,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Broers en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »