ECLI:NL:RBNHO:2026:3818

Datum uitspraak
10-04-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
C/15/375739
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/375739 / KG ZA 26-128

Vonnis in kort geding van 10 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

gevestigd te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: de VvE,

advocaat: mr. J.P.H. Willems,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding

  • de mondelinge behandeling van 8 april 2026

  • het tegen [gedaagde] verleende verstek

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De VvE heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Ter zitting heeft de VvE toegevoegd dat de besluiten over de (financiering van de) standleidingen op de agenda voor de vergadering van de VvE van 30 september 2025 op die vergadering zijn genomen.

2.2.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.

2.3.

De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] zal worden veroordeeld binnen een week na betekening van het vonnis zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen.

2.4.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

760,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.837,02

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] binnen een week na betekening van dit vonnis volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden ten aanzien van de standleidingen door zo nodig meermaals toegang te verlenen aan afgevaardigde(n) van het bestuur van de VvE en aannemer(s) tot de woning van [gedaagde] gelegen aan het Burgemeester van [adres], ([postcode]) [plaats] en zich hierbij te houden aan de instructies van de aannemer(s),

3.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat [gedaagde] niet aan de onder 3.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] voorwaardelijk, voor het geval [gedaagde] op grond van de onder 3.1. en 3.2. uitgesproken veroordelingen de maximale dwangsom van € 5.000,00 heeft verbeurd, het appartementsrecht gelegen aan het Burgemeester van [adres], ([postcode]) [plaats], met al het zijne, tijdelijk, voor de duur van de werkzaamheden aan de standleidingen, een voor deze werkzaamheden vereist gedeelte van die onroerende zaak, een en ander ter uitsluitende beoordeling van de VvE, te ontruimen, te bewerkstellingen door de gerechtsdeurwaarder, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 558 sub a jo 556 lid 1 jo 557 Rv,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.837,02, als betekening heeft plaatsgevonden te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »