RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2520
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Assendelft, eiseres
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb
(gemachtigde: mr. J.G. Starreveld).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om dubbele kinderbijslag voor haar zoon [naam zoon] . Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing op goede gronden rust. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
In de bijlage zijn de belangrijkste bepalingen opgenomen die voor deze uitspraak van belang zijn.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag. De Svb heeft deze aanvraag met het besluit van 15 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de Svb.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser, geboren op [datum] 2010, is geboren met te korte darmen (short bowel syndroom). Omdat hij daardoor niet voldoende voeding verwerken kan, krijgt hij zijn voedingsstoffen via een lijn direct in de bloedbaan binnen (totale parenterale voeding, TPV). Tot juli 2024 ontving eiseres dubbele kinderbijslag, omdat sprake was van intensieve kindzorg.
4. Naar aanleiding van de aanvraag voor een nieuwe periode heeft het CIZ een negatief advies uitgebracht. Het CIZ heeft alleen een score op de functie ‘eten en drinken’ toegekend. Voor dubbele kinderbijslag zijn echter 3 punten nodig (kinderen van 10 tot en met 17 jaar). Daarop heeft de Svb het primaire besluit genomen. In het kader van de bezwaarprocedure heeft het CIZ opnieuw naar de zaak gekeken en komt tot een score van 2 punten: naast ‘eten en drinken’ wordt een score toegekend voor de functie ‘medische verzorging’. Omdat dit te weinig is om voor dubbele kinderbijslag in aanmerking te komen, blijft de Svb bij zijn afwijzing.
Beroepschrift
5. Eiseres heeft de volgende beroepsgronden aangevoerd. [naam zoon] heeft een complexe zorgbehoefte als gevolg van short bowel syndroom. Dit brengt onder andere de volgende dagelijkse handelingen met zich:
- TPV-voedingen hygiëne: [naam zoon] is afhankelijk van TPV, wat een zeer hoge mate van hygiëne vereist. Deze voeding krijgt hij naast zijn normale voedingen die eiseres ook moet bereiden. De TPV is direct verbonden met een grote ader bij het hart. Elke bacteriële besmetting kan levensgevaarlijk zijn. Tijdens het douchen moet ervoor worden gezorgd dat de TPV-plaats niet nat wordt en steriel blijft. Dit is een handeling die [naam zoon] niet zelfstandig kan uitvoeren gezien zijn leeftijd en omstandigheden.
- Medicatie en voeding: Elke ochtend moet eiseres [naam zoon] afkoppelen van de TPV en de nodige medicatie toedienen. Door zijn verkorte darm neemt zijn lichaam voedingsstoffen slecht op, waardoor hij continue ondersteuning nodig heeft om voldoende te eten en drinken.
- Ziekte-impact: [naam zoon] heeft last van zware diarree door zijn aandoening, wat zijn
energieniveau drastisch beïnvloedt. Vanwege de continue diarree ervaart hij ook erg veel last van buikpijn, wat ook zijn tol vraagt. Op school probeert hij z’n alles te geven. Wat eigenlijk goed is voor zijn ontwikkeling, maar dat neemt niet af dat hij na school vaak erg uitgeput is en dan niet eens zelfstandig normale dagelijkse taken kan uitvoeren.
- Schoolondersteuning: Door zijn ziekte mist [naam zoon] veel lessen. Hierdoor is hij afhankelijk van begeleiding bij het maken en oefenen van schoolwerk. Zonder de actieve betrokkenheid van eiseres komt hier niets van terecht omdat hij erg uitgeput is. Dagen dat hij school mist, ligt hij vaak zo zwak in bed dat volledige zorg aan hem verleend moet worden, van het wassen in bed tot aan eten in bed brengen, naast alle andere zorg rondom de TPV.
- Alleen thuisblijven: Voor de buitenwereld kan het lijken omdat [naam zoon] mentaal gezond is, dat hij in staat is alleen thuis te blijven. Dit is vaak niet het geval. Hij is een kind. Van kinderen kan niet gevergd worden om net zo attent en alert te zijn als het gaat om hun gezondheid. Soms let hij niet op en drinkt en/of eet niet voldoende waardoor hij dan geneigd is bijna flauw te vallen.
Waar een ander met short bowel syndroom misschien minder beperkingen ervaart, is dit voor [naam zoon] niet het geval. Zijn situatie heeft een zware impact op het dagelijks leven, zowel fysiek, emotioneel als financieel. Dit omdat [naam zoon] vanwege zijn ziekte ook vaak wordt opgenomen en hierdoor zowel kosten meebrengt, als de nodige energie die erin moet worden gestoken om een paar keer per dag op en neer te reizen.
Toetsingskader
6. Een voorwaarde voor het recht op dubbele kinderbijslag op grond van artikel 7a van de AKW is dat het kind is aangewezen op intensieve zorg. Om dat te bepalen, dient de Svb een op medische gegevens gebaseerd advies te vragen van het CIZ.
7. Het CIZ hanteert bij de beoordeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (hierna: de Regeling), het Beoordelingskader. Hierin is bij ieder item als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling uitgewerkt wanneer een punt wordt toegekend. Verder is bij ieder item vermeld wanneer geen score wordt toegekend. Het Beoordelingskader is aan te merken als een vaste gedragslijn en kan als uitgangspunt worden genomen voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag.
Beoordeling
8. Er zijn 10 items die moeten worden beoordeeld. De rechtbank bespreekt hieronder de items waarover verschil van mening bestaat. Voor duidelijkheid merkt de rechtbank op dat voor de items ‘medische verzorging’ en ‘eten en drinken’ door het CIZ punten zijn toegekend. Daarover bestaat dus geen geschil meer tussen partijen en zal de rechtbank daarom niet bespreken.
9. De items waarover wel verschil van mening bestaat zijn lichaamshygiëne, alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis. Deze items bespreekt de rechtbank hieronder.
Lichaamshygiëne.
10. Volgens het Beoordelingskader wordt een score toegekend in de volgende gevallen:
- er is volledige hulp nodig. Meewerken of meehelpen door kind is niet of slechts in geringe mate mogelijk, of;
- het kind kan een aantal handelingen fysiek weliswaar zelf, maar niet zonder continue aanwezigheid en/of continue aansturing van een ander. Daarbij zijn bij (vrijwel) alle handelingen aanwijzingen en/of hulp nodig.
11. Het CIZ heeft hiervoor geen score gegeven. Het CIZ heeft daarbij de volgende toelichting gegeven. Om tot een score te komen moet er permanente aanwezigheid zijn van de ouders en moet er bij vrijwel alle handelingen aanwijzingen en bij een aantal handelingen fysieke hulp c.q. overname noodzakelijk zijn of moet er volledige hulp/overname nodig zijn bij alle handelingen. De medisch adviseur geeft aan dat [naam zoon] zich in principe zelf mag douchen of wassen. Gezien zijn leeftijd geeft de medisch adviseur aan dat het niet noodzakelijk is om het aan- en uitkleden van hem over te nemen. Op basis van deze informatie kan niet tot een score gekomen worden.
In de situatie van [naam zoon] is uit de beschikbare gegevens niet op te maken, dat er sprake is van continue gecompliceerde situatie, met o.a. afweerproblemen, die volledige overname of continue toezicht van moeder vereist. Zoals op te maken is uit de beschikbare literatuur mag met een centraal veneuze katheter gedoucht worden, mits afgeplakt. Het is aannemelijk dat moeder bij het afplakken ondersteunt, maar gelet op de leeftijd van [naam zoon] en zijn cognitieve capaciteiten (hij bezoekt regulier onderwijs) mag van hem verwacht worden dat hij daarnaast grotendeels zelfstandig is in de lichaamshygiëne en is er dus geen medische noodzaak voor volledige overname of continue aanwezigheid van moeder bij de lichaamshygiëne.
12. Het verschil van mening tussen partijen op dit punt is welke hulp medisch noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat het advies van het CIZ ten aanzien van dit item gevolgd kan worden. Er is uitgebreid met eiseres gesproken, alle medische informatie is betrokken en de conclusie is inzichtelijk onderbouwd. Er ligt geen (recente) medische informatie waaruit naar voren komt dat de verzorging van de TPV-lijn/ ingang zodanig nauw luistert dat [naam zoon] het niet (grotendeels) zelf kan doen. De door eiseres in maart 2026 ingebrachte zorgbeschrijving betreft de periode 2019-2020, toen was [naam zoon] 9 / 10 jaar oud en moest hij daardoor met veel meer worden geholpen dan ten tijde van de nieuwe aanvraag, medio 2024. Hij was toen inmiddels 14, waardoor hij in staat moest worden geacht meer zelfstandig te kunnen doen.
Alleen thuis zijn.
13. Volgens het Beoordelingskader wordt een score toegekend als het kind niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van ziekte of stoornis.
14. Het CIZ heeft geconcludeerd dat er voor de aandoening die [naam zoon] heeft niet steeds iemand aanwezig hoeft te zijn. Daarbij wordt [naam zoon] in staat geacht om hulp in te roepen wanneer dit nodig is. Op basis van deze informatie kan er niet tot een score gekomen worden.
15. De rechtbank is van oordeel dat het advies van het CIZ op dit item te volgen is. De omstandigheid dat eiseres vanuit haar bezorgdheid [naam zoon] niet alleen thuis durft te laten is wel begrijpelijk, maar van een medische noodzaak is niet gebleken.
Begeleiding buitenshuis.
16. Volgens het Beoordelingskader wordt op dit punt een score toegekend als: het kind als gevolg van een ziekte of stoornis:
- niet alleen naar buiten kan, of;
- slechts in de eigen ‘afgesloten’ tuin spelen kan, of;
- slechts buiten (spelen) kan omdat de woonomgeving en sociale situatie er zich toe leent en er toezicht vanuit huis mogelijk is of in het directe (en voortdurende) zicht.
17. Volgens het advies van het CIZ moet [naam zoon] , ondanks dat hij mager en klein voor zijn leeftijd is (hij lijkt 12 jaar) en snel moe is, in staat zijn om zich van a naar b te begeven zonder dat daar begeleiding bij nodig is. Voor zijn aandoening is deze begeleiding niet nodig.
18. De rechtbank begrijpt het standpunt van eiseres zo dat zij [naam zoon] niet alleen naar buiten durft te laten gaan, omdat ze bang is dat er iets mis gaat met de TPV-lijn. Op zichzelf is dat geen onbegrijpelijke zorg, maar een medische noodzaak is er, gelet op het medisch advies, echter niet.
Conclusie en gevolgen
19. De conclusie uit het voorgaande is dat de Svb zijn besluit heeft mogen baseren op het advies van het CIZ. De Svb heeft daarom de aanvraag om dubbele kinderbijslag op goede gronden afgewezen.
20. De rechtbank merkt hierbij op dat de rechtbank niet voorbijziet aan de zwaarte van de verzorging zoals eiseres die ervaart en de zorgen die zij over de gezondheid van [naam zoon] heeft. Maar het juridisch kader waarin de beoordeling van het recht op dubbele kinderbijslag plaatsvindt biedt geen ruimte deze omstandigheden mee te wegen.
21. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering om dubbele kinderbijslag toe te kennen in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
AKW
Artikel 7a, eerste lid,
Een verzekerde heeft voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, genoemd in artikel 12, eerste en tweede lid, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.
Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK)
Artikel 11
1. Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.
2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop vastgesteld wordt of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.
Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg
Artikel 2
1. De SVB kan vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies positief luidt.
2 Het advies luidt positief indien:
a. het kind blijkens een geldig indicatiebesluit als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg is aangewezen op permanent toezicht of op 24 uur per dag zorg in de nabijheid; of
b. het kind blijkens de beoordeling van het CIZ intensieve zorg nodig heeft.
Artikel 3
1. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, komt tot stand aan de hand van de volgende items:
a. lichaamshygiëne;
b. zindelijkheid;
c. eten en drinken;
d. mobiliteit;
e. medische verzorging;
f. gedrag;
g. communicatie;
h. alleen thuis zijn;
i. begeleiding buitenshuis;
j. bezig houden, handreikingen.
2 Indien het CIZ oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, kent het CIZ op dit item een punt toe.
3 Het kind behoeft intensieve zorg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, indien:
a. het 3–5 jaar is en het CIZ minimaal 5 punten toekent;
b. het 6–9 jaar is en het CIZ minimaal 4 punten toekent;
c. het 10–17 jaar is en het CIZ minimaal 3 punten toekent.
4 In aanvulling op het derde lid kan het CIZ tot een positief advies komen indien het desbetreffende kind een punt toegekend krijgt op het item medische verzorging en er daardoor sprake is van de noodzaak tot permanent toezicht van de ouders.