RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/372861 / HA ZA 25-817
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
G. VAN DALEN'S VLEESCENTRALE B.V. H.O.D.N. GILLES,
te Schagen,
eisende partij,
hierna te noemen: Gilles,
advocaat: mr. W. Korbecka,
tegen
VLEES ONLINE B.V.,
te Alkmaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Vlees Online,
advocaat: mr. M.J. Folkeringa.
De zaak in het kort:
Gilles vordert betaling van openstaande facturen en doet een beroep op schuldoverneming door Vlees Online. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende aanknopingspunten in het dossier zitten om van schuldoverneming uit te gaan. De vordering van Gilles wordt daarom afgewezen.
1 De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 28 januari 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
-
de akte aanvullende productie 19 namens Gilles.
Op 26 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Gilles is [directeur eiseres] , directeur/eigenaar van Gilles, verschenen. Namens Vlees Online is verschenen [bestuurder gedaagde] , bestuurder/aandeelhouder van Vlees Online. De advocaten van partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Gilles drijft een groothandel in vlees en vleeswaren. Vlees Online drijft via haar webshop een detailhandel in vlees en vleeswaren.
[naam] dreef een eenmanszaak, genaamd “ [naam eenmanszaak] ” en exploiteerde een slagerij en een online detailhandel in vlees (hierna: [naam] ).
Gilles en [naam] zijn in 2023 verschillende overeenkomsten met elkaar aangegaan tot de levering van vlees door Gilles aan de eenmanszaak van [naam] . [naam] heeft vier facturen onbetaald gelaten:
|
Factuur d.d. 12 mei 2023 |
€ 7.009,02 |
|
Factuur d.d. 2 juni 2023 |
€ 9.036,78 |
|
Factuur d.d. 9 juni 2023 |
€ 3.760,11 |
|
Factuur d.d. 16 juni 2023 |
€ 4.905,04 |
|
Totaal |
€ 24.710,95 |
Op 18 september 2023 is Vlees Online opgericht door o.a. [naam] en drie andere aandeelhouders, waaronder (een vennootschap van) [bestuurder gedaagde] . [naam] heeft zijn ondernemingsactiviteiten in Vlees Online ingebracht.
Op of rond 25 oktober 2023 hebben [directeur eiseres] en [bestuurder gedaagde] telefonisch contact met elkaar gehad over de schuld van [naam] aan Gilles. Er is toen een mondelinge betalingsregeling afgesproken om deze schuld af te lossen.
Vlees Online heeft vervolgens op 16 november, 22 november en 14 december 2023 drie deelbetalingen verricht van € 1.500,00 per betaling, met de omschrijvingen: “1e aflossing inzake eenmanszaak [naam eenmanszaak]”, “2e betaling inzake eenmanszaak [naam eenmanszaak]” en “3e aflossing inzake eenmanszaak [naam eenmanszaak] (totaal 4500,00)”. Vlees Online heeft geen andere betalingen gedaan aan Gilles.
In januari 2024 is een geschil ontstaan tussen de aandeelhouders van Vlees Online. [naam] is gestopt met zijn werkzaamheden voor Vlees Online.
Op 25 januari 2024 heeft Gilles per e-mail aan Vlees Online verzocht om de betalingsregeling na te komen en medegedeeld dat er nog een vordering van € 18.660,87 open stond. Vlees Online heeft aan Gilles laten weten dat zij zich tot [naam] moest wenden voor deze vordering.
[naam] is op 14 mei 2024 door de rechtbank Amsterdam failliet verklaard. Mr. J.A. Camphuis is tot curator benoemd.
De advocaat van Gilles heeft op 9 juli 2024 een sommatiebrief aan Vlees Online gestuurd en verzocht om het openstaande bedrag van € 18.660,87 te betalen, omdat Vlees Online deze schuld volgens Gilles van [naam] heeft overgenomen.
Vlees Online heeft de vordering niet betaald.
3 Het geschil
Gilles vordert - na eisvermindering op zitting - veroordeling van Vlees Online tot betaling van € 19.826,36, vermeerderd met rente en kosten. Het gevorderde bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 18.660,77, wettelijke handelsrente berekend tot en met 17 november 2025 van € 4.703,98 en buitengerechtelijke kosten van € 961,61, minus de drie deelbetalingen van in totaal € 4.500,00.
Gilles legt aan de vordering ten grondslag dat Vlees Online de schuld van [naam] heeft overgenomen en dat zij nakoming van de betalingsverplichting kan vorderen uit hoofde van de koopovereenkomsten met [naam] . Gilles baseert de schuldoverneming op de betalingsregeling die partijen overeen zijn gekomen en de drie deelbetalingen van € 1.500,00 door Vlees Online.
Vlees Online voert verweer. Vlees Online concludeert tot afwijzing van de vordering van Gilles, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Gilles in de kosten van deze procedure. Vlees Online betwist dat zij de schuld van [naam] heeft overgenomen en voert aan dat de betalingsregeling namens [naam] is afgesproken. Vlees Online heeft de betalingen namens [naam] verricht op grond van artikel 6:30 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Gilles kan hier geen rechten aan ontlenen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Is sprake van schuldoverneming
De rechtbank dient te beoordelen of aan de drie voorwaarden voor schuldoverneming is voldaan.1 Gilles dient in dit kader te stellen en gemotiveerd te onderbouwen dat (1) tussen Vlees Online en [naam] een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Vlees Online de schuld overneemt, (2) Vlees Online en [naam] aan Gilles hebben medegedeeld dat de schuld is overgenomen, en (3) Gilles hiermee heeft ingestemd.
Geen wilsovereenstemming tussen Vlees Online en [naam]
Uit de processtukken blijkt niet, althans onvoldoende, dat tussen Vlees Online en [naam] een overeenkomst is bereikt over het overnemen van de schuld aan Gilles. Gilles voert aan dat dit blijkt uit de betalingen die Vlees Online heeft verricht aan Gilles ter aflossing van de schuld van [naam] . De rechtbank oordeelt anders; artikel 6:30 BW biedt immers de mogelijkheid om als derde bevrijdende betalingen te verrichten voor een schuldenaar, zonder dat de schuldeiser daar rechten aan kan ontlenen. De betalingen die Vlees Online heeft gedaan, bieden daarom onvoldoende grond om van een overeenkomst van schuldoverneming uit te kunnen gaan.
De wilsovereenstemming volgt ook niet uit de verklaring die Gilles van [naam] heeft overgelegd.2 [naam] verklaart hierin dat hij zelf geen betalingsregeling heeft afgesproken met Gilles, maar dat [bestuurder gedaagde] dit heeft gedaan. [naam] laat zich in deze door Gilles overgelegde verklaring niet uit over een overeenkomst van schuldoverneming. Op de mondelinge behandeling is door Gilles een beroep gedaan op een andere verklaring van [naam] van dezelfde dag, zoals overgelegd door Vlees Online3, waarin staat dat Vlees Online zijn schuld aan Gilles volledig heeft overgenomen. Vlees Online heeft onweersproken aangevoerd dat die verklaring op verzoek van de voormalig advocaat van Gilles is opgesteld en aan haar was toegezonden. Gilles heeft ter zitting niet kunnen uitleggen waarom de verklaring van [naam] is gewijzigd. De rechtbank hecht onder die omstandigheden geen bewijswaarde aan deze, kennelijk eerder door [naam] afgegeven, verklaring.
De mededeling van de curator in het faillissementsverslag dat Vlees Online de schulden van de schuldeisers “zou” overnemen, is naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende om wilsovereenstemming vast te kunnen stellen tussen Vlees Online en [naam] over schuldoverneming. De curator houdt immers een slag om de arm en presenteert het niet als vaststaand feit. Bovendien is onduidelijk waarop de curator deze mededeling baseert.
Daar komt bij dat Vlees Online gemotiveerd heeft betwist dat zij de schuld van [naam] heeft overgenomen. Vlees Online voert aan dat zij namens [naam] de betalingsregeling aan Gilles heeft voorgesteld en gedeeltelijk uitgevoerd, omdat er tussen Vlees Online en [naam] een regeling bestond. Deze regeling houdt in dat [naam] door middel van zijn werkzaamheden voor Vlees Online, de door Vlees Online te betalen schulden aan schuldeisers van [naam] zou terugverdienen. Dit betreft geen schuldoverneming, aldus Vlees Online. Gilles heeft onvoldoende tegenover deze gemotiveerde betwisting gesteld. De rechtbank oordeelt daarom dat niet kan worden vastgesteld dat een overeenkomst van schuldoverneming tussen Vlees Online en [naam] tot stand is gekomen, op grond waarvan het beroep hierop niet slaagt.
Telefoongesprek Gilles en Vlees Online
Gilles stelt ten slotte dat de schuldovername door Vlees Online is bevestigd tijdens het telefoongesprek dat tussen haar en Vlees Online heeft plaatsgevonden. Gilles heeft ter zitting verklaard dat Vlees Online tijdens het gesprek heeft benadrukt dat de schuld van [naam] terugbetaald zou worden, dat [naam] bij Vlees Online ging werken en dat het ‘goed zou komen’. De rechtbank leidt hieruit af dat Gilles heeft ingestemd met de betalingsregeling in de veronderstelling dat Vlees Online de schuld zou aflossen in maandelijkse termijnen van € 1.500,00, maar niet dat Vlees Online heeft medegedeeld dat zij de schuld ook van [naam] heeft overgenomen. Ook het telefoongesprek biedt dus onvoldoende grond om de gestelde schuldoverneming aan te nemen.
Conclusie
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat Gilles tegenover de gemotiveerde betwisting van Vlees Online onvoldoende heeft gesteld om van schuldoverneming uit te gaan. Omdat Gilles onvoldoende (gemotiveerd) heeft gesteld, komt de rechtbank niet toe aan bewijslevering. De vordering van Gilles wordt daarom afgewezen. Gelet hierop is ook geen grond voor toewijzing van de gevraagde vergoeding van buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente.
Proceskosten
Gilles is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vlees Online worden tot op heden begroot op:
-
griffierecht € 2.995,00
-
salaris advocaat € 1.726,00 (2 punten x tarief III € 863,00)
-
nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
_____________
Totaal € 4.910,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen af,
veroordeelt Gilles in de proceskosten van € 4.910,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Gilles niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Gilles tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Broers en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.