RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11357168 \ CV EXPL 24-7355
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eiseres.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 6 september 2024 vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Londen Luton (Verenigd Koninkrijk), met vlucht U22520 (hierna: de vlucht).
De passagier is met een vertraging van 3 uur en 11 minuten aangekomen op de eindbestemming.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur in Londen is aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het toestel gepland stond om, voorafgaand aan de vlucht, de vluchten EZY2395, EZY2396 en EZY2519 uit te voeren. Vlucht EZY2395 kreeg ruim twee uur voor vertrek (om 04:30 uur UTC) een (eerste) gewijzigde CTOT van 31 minuten later opgelegd. Het is niet gebleken dat de luchtverkeersleiding deze wijziging heeft opgelegd door toedoen van de vervoerder. Wat er ook zij van het naderhand verschuiven van de EOBT, dit neemt niet weg dat in ieder geval de eerste 31 minuten van de vertraging zijn veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid. Immers, wanneer een vlucht een gewijzigd slot krijgt opgelegd, heeft de vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat deze vertraging heeft doorgewerkt naar de opvolgende vluchten, waaronder de vlucht in kwestie.
In dit geval kan in het midden blijven of de overige vertraging van de vlucht eveneens door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden maar ook door andere omstandigheden, dient de vertraging die valt toe te rekenen aan buitengewone omstandigheden te worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht.1 Gelet op dit arrest dient de totale aankomstvertraging van 3 uur en 11 minuten te worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheid te wijten is, namelijk (ten minste) 31 minuten. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering van de passagier zal om die reden worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente;
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
veroordeelt de passagier tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter