ECLI:NL:RBNHO:2025:13465

Datum uitspraak
21-02-2025
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Zaaknummer
11314082 WM VERZ 24-1386
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11314082 \ WM VERZ 24-1386

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 21 februari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-

rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene]

gemachtigde : [gemachtigde] (hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat hij een installatie had bij een bedrijf in Hoorn en dat de eigenaar van dat bedrijf zou hebben toegezegd dat betrokkene op de betreffende parkeerplaats mocht parkeren. Dat bleek niet het geval. Betrokkene stelt dat hij zware spullen moest vervoeren en zo dicht mogelijk bij de deur wilde parkeren en vanwege de toezegging in de veronderstelling was dat hij op de vergunninghoudersplek mocht parkeren.

De kantonrechter overweegt dat van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording. De bebording is leidend voor de weggebruiker. Betrokkene had kunnen en moeten begrijpen dat hij zonder vergunning niet mocht parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders. Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist.

De kantonrechter ziet daarom ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep is dus ongegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »