ECLI:NL:RBNHO:2025:11453

Datum uitspraak
25-06-2025
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11542963 \ CV EXPL 25-620
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Ambtshalve toetsing. Voldaan aan informatieplichten van artikel 6:230l BW. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om de algemene voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 11542963 \ CV EXPL 25-620

Uitspraakdatum: 25 juni 2025

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Grey3 B.V. t.h.o.d.n. Grey7

te Nunspeet

de eisende partij

gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

De procedure

1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 2.706,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

2.2.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.1

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

2.3.

De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

2.4.

De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.2 Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

2.5.

Uit het lichaam van de dagvaarding volgt dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. De eisende partij heeft die algemene voorwaarden echter niet bij de dagvaarding gevoegd.

2.6.

De eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet overleggen van de toepasselijke algemene voorwaarden in eventuele vervolgzaken tot afwijzing van (een deel van) de vordering kan leiden.

Conclusie

2.7.

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering.

2.8.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.

2.9.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 23 juli 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over hetgeen hiervoor in r.o. 2.7 is overwogen;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »