RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8085980 CV EXPL 19-14894
Uitspraakdatum: 10 november 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [passagier sub 1]
2. [passagier sub 2]
3. [passagier sub 3]
4. [passagier sub 4]
allen wonende te [woonplaats]
eisers
verder te noemen: de passagiers
gemachtigden: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlandse recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
verder te noemen: Turkish Airlines
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir
1 Het procesverloop
Op 19 mei 2021 is in deze zaak (nogmaals) tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar wat daarover in het tussenvonnis is overwogen. De kantonrechter neemt hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist over.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de gemachtigden van de passagiers in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over hetgeen in het tussenvonnis onder 2.9. is overwogen en de vervoerder om zich bij akte uit te laten over hetgeen onder 2.10. is overwogen.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat, nu er door de gemachtigde(n) kennelijk zonder deugdelijke machtiging en wellicht zelfs buiten medeweten van de passagiers is geprocedeerd het naar het oordeel van de kantonrechter onredelijk is om de passagiers in de proceskosten te veroordelen, te meer nu Turkish Airlines om een integrale proceskostenveroordeling heeft verzocht en de kantonrechter dat verzoek zal honoreren. De kantonrechter heeft daarom het voornemen geuit om niet de passagiers, maar de gemachtigde(n) van de passagiers op de voet van artikel 245 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hoofdelijk in de proceskosten te veroordelen.
Voorts is de vervoerder in de gelegenheid gesteld om nog de volledige proceskosten in de onderhavige zaak te onderbouwen.
De kantonrechter merkt op dat mr. E.J. Hoekstra enkel in de conclusie van repliek naast mr. D.E. Lof wordt genoemd als gemachtigde van de passagiers. Dit in aanmerking nemend dient te worden aangenomen dat alleen (nog) mr. D.E. Lof gemachtigde is van de passagiers, dit is reeds in de kop van het tussenvonnis aangepast. Bij akte heeft mr. D.E. Lof slechts gesteld dat een veroordeling in de werkelijke proceskosten naar objectieve maatstaven een juridische misslag betreft. Een nadere onderbouwing van deze stelling ontbreekt. Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen zal de kantonrechter dan ook de gemachtigde van de passagiers, mr. D.E. Lof, op grond van artikel 245 Rv veroordelen in de proceskosten, behoudens het navolgende.
Turkish Airlines betoogt dat de (werkelijke) proceskosten tot conclusie van dupliek € 745,00 bedragen en dat voor de kosten na de conclusie van dupliek tot heden nog een bedrag van € 1.028,50 in rekening is gebracht, zodat de kosten totaal op een bedrag van € 1.773,50 uitkomen. Met mr. D.E. Lof is de kantonrechter van oordeel dat de berekende proceskosten niet in verhouding staan tot de twee aktes, mede gelet op de inhoud hiervan, die Turkish Airlines, nog na conclusie van dupliek, heeft genomen. Turkish Airlines heeft daarbij nagelaten te onderbouwen waarom deze kosten hoger uitvallen dan de vastgestelde proceskosten tot het moment van indienen van de conclusie van dupliek. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding om de integrale proceskosten te matigen tot een bedrag van € 950,00, inclusief btw.
3 De beslissing
de kantonrechter
veroordeelt mr. D.E. Lof in de proceskosten, die aan de kant van Turkish Airlines worden vastgesteld op een bedrag van € 950,00 (inclusief btw) aan salaris gemachtigde, en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter