ECLI:NL:RBMNE:2026:744

Datum uitspraak
27-01-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
NL:TZ:2504018:R-RK
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Insolventierecht, WSNP, eerdere ingangsdatum, niet volledig voldaan aan inspanningsverplichting, onvoldoende ingespannen om maximaal af te lossen voor schuldeisers, eerdere ingangsdatum afgewezen, WSNP toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: NL:TZ:2504018:R-RK

uitspraakdatum: 27 januari 2026

Uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet

( “toepassing schuldsanering”)

in de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1977,

wonende te [adres] , [postcode] [plaats]

v.h.o.d.n. [onderneming] ,

verzoeker,

hierna te noemen: [verzoeker] .

Waar deze zaak over gaat

De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt de heer [verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 26 mei 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De procedure

1.1.

De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- De heer [verzoeker] ;

- Schuldhulpverleenster: mevrouw [naam] , namens gemeente [plaats] .

2 De beoordeling

De toelating

2.1.

De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

2.2.

De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Duur

2.3.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp regeling ex. artikel 349a Fw vast op achttien maanden.

Ingangsdatum

2.4.

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.5.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.

2.6.

De rechtbank is van oordeel dat de heer [verzoeker] zich onvoldoende ingespannen om maximaal af te lossen voor zijn schuldeisers. De heer [verzoeker] heeft geen afloscapaciteit. De heer [verzoeker] werkt fulltime, maar heeft hoge reiskosten omdat hij werkt in Tilburg en woont in [plaats] . Daarnaast heeft de heer [verzoeker] een te hoge huur voor zijn inkomen, dit heeft hij ook op de zitting bevestigd. De inspanningsverplichting houdt in dat iemand zich zo veel mogelijk moet inspannen om maximaal af te lossen voor de schuldeisers. Dit kan bewerkstelligt worden doordat iemand fulltime werkt, maar ook door zich in te spannen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Door in Tilburg te blijven werken en hoge reiskosten te houden, en een woning aan te houden met een te hoge huur, heeft de heer [verzoeker] zich onvoldoende in te spannen om de kosten zo laag mogelijk te houden en maximaal af te lossen voor zijn schuldeisers. Hij heeft dit alleen gedaan, omdat hij daarmee in [plaats] schuldhulpverlening krijgt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 1977 te , wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;

3.2.

benoemt tot rechter-commissaris mr. R.W.J. van Veen,

en tot bewindvoerder A.A.M. Hagens,

Postbus 233,

3830 AE Leuden;

3.3.

wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af1;

3.4.

stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 27 januari 2026 en de duur van achttien maanden;

3.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

3.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »