RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/601232 / HL ZA 25-273
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
te [plaats] ,2. [eiser sub 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,
advocaat: mr. S. Lensink,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [plaats] ,
advocaat: mr. J.G. Galama,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] , 2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,
advocaat: mr. P.G. Broekman,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2]
gedaagde partijen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 14 oktober 2025, met producties 1 tot en met 23;
-
de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] , met producties 1 tot en met 7;
-
de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] ;
-
de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
-
de akte aanvullende producties van 17 augustus van [gedaagde sub 1] , met producties 8 tot en met 10;
-
de mondelinge behandeling van 26 augustus 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
-
de spreekaantekeningen van [eisers c.s] ;
-
de spreekaantekeningen van [gedaagde sub 1] .
[gedaagde sub 1] heeft op 25 augustus 2026 – dus één dag voor de zitting – nog productie 11 ingebracht. [eisers c.s] heeft tijdens de zitting hiertegen bezwaar gemaakt. De rechtbank beslist dat de productie geen onderdeel uitmaakt van het procesdossier, omdat die te laat is ingediend. Niet is gebleken dat er omstandigheden zijn die de late indiening rechtvaardigen. De rechtbank heeft dus geen gebruik gemaakt van dit stuk om tot haar oordeel te komen.
Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern van de zaak
[eisers c.s] heeft zijn woning laten verbouwen door [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 2] heeft dit bouwproject begeleid en de bouwtekeningen gemaakt. In de kelder onder de woonkamer die is gerealiseerd door [gedaagde sub 1] zijn vochtproblemen ontstaan. [eisers c.s] stelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de schade en eist onder andere schadevergoeding. De rechtbank wijst de vorderingen van [eisers c.s] af. Met [gedaagde sub 1] is namelijk een finale kwijting afgesproken en verder is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde sub 2] niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
3 De beoordeling
Inleiding
[eisers c.s] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een wanprestatie hebben gepleegd en zij hierom hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de herstelkosten en de gevolgschade nader op te maken bij staat. Ook vordert hij een aanvullende schadevergoeding van € 7.500,00, vermeerderd met rente. Tot slot vordert [eisers c.s] vergoeding van de (deskundigen)kosten. [eisers c.s] vindt om verschillende redenen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank zal eerst ingaan op de ingenomen stellingen over [gedaagde sub 1] .
De vordering tegenover [gedaagde sub 1] en het daartegen gevoerde verweer
Op 4 juni 2012 heeft [eisers c.s] een overeenkomst van aanneming gesloten met [gedaagde sub 1] . Op grond hiervan heeft [gedaagde sub 1] de woning van [eisers c.s] gerenoveerd tegen een aanneemsom van aanvankelijk € 302.420,42. Zo heeft [gedaagde sub 1] onder andere een kelder onder de woonkamer gerealiseerd, die medio 2013 was opgeleverd. [eisers c.s] heeft vochtproblemen gehad in deze kelder, waarvan de laatste keer in november 2023. De kelder stond toen onder water. Vervolgens heeft [eisers c.s] een deskundigenonderzoek laten verrichten naar de oorzaak. In dat onderzoek is kortgezegd naar voren gekomen dat de kelder niet onder alle omstandigheden waterdicht is.
Volgens [eisers c.s] is [gedaagde sub 1] tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door een kelder onder de woonkamer te realiseren die niet waterdicht is en nooit waterdicht had kunnen zijn. Het werk voldoet daarom niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. [gedaagde sub 1] betwist dat het realiseren van een kelder onder de woonkamer als zelfstandige woonruimte onderdeel was van haar opdracht. Daarnaast gaat het om een verdiepte kelderruimte zonder woonfunctie, zodat andere eisen van goed en deugdelijk werk gelden. Bovendien doet [gedaagde sub 1] – als meest verstrekkende verweer – een beroep op de omstandigheid dat zij met [eisers c.s] finale kwijting overeengekomen is. Deze vaststellingsovereenkomst brengt volgens [gedaagde sub 1] mee dat [eisers c.s] geen vorderingen meer heeft op [gedaagde sub 1] .
De rechtbank oordeelt dat dit verweer van [gedaagde sub 1] slaagt en licht dit als volgt toe.
[gedaagde sub 1] en [eisers c.s] zijn een finale kwijting overeengekomen
Voor de beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen moet ook een vaststellingsovereenkomst worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Het komt niet alleen aan op de bewoordingen van de overeenkomst, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en wat zij daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
In 2017 had [eisers c.s] in het kader van de renovatie van de woning een betalingsachterstand van € 22.500,00 bij [gedaagde sub 1] . Tegelijkertijd had [gedaagde sub 1] nog reparatiewerkzaamheden onder garantie te verrichten voor [eisers c.s] Vervolgens heeft [gedaagde sub 1] in de e-mail van 10 februari 2017 voorgesteld dat als [eisers c.s] uiterlijk 17 februari 2017 een bedrag van € 18.200,00 aan [gedaagde sub 1] betaalt, partijen dan over en weer finale kwijting voor betalingen en garantie werkzaamheden verlenen. Op 10 februari 2017 heeft [eisers c.s] € 18.200,00 betaald aan [gedaagde sub 1] . Hieronder staat de e-mail die [gedaagde sub 1] heeft gestuurd weergegeven1:
In navolging op ons telefoon gesprek heden middag hierbij even de bevestiging voor het geen wij overeen kwamen.
In totaal ben jij mij op dit moment verschuldigd 12 termijnen ad. € 1.600,00 plus een bedrag van € 3.350,00, totaal € 22.500,00, hier in tegen moeten wij bij jou nog enig reparatie werk onder garantie verrichten. Wij spraken zojuist af dat jij mij 2 termijnen ad. € 1.600,00 voldoet plus een bedrag van € 15.000,00, totaal € 18.200,00 op uiterlijk 17 februari as. Voorts verlenen wij elkaar direct na de
betaling "finale kwijting" voor betalingen en garantie werkzaamheden over en weer.
[…]
De rechtbank maakt hieruit op dat partijen finale kwijting aan elkaar hebben verleend. Volgens [eisers c.s] raakt deze finale kwijting alleen de destijds vastgestelde reparatiewerkzaamheden en is slechts een korting op het openstaand bedrag verleend door [gedaagde sub 1] , maar dat volgt de rechtbank niet. In de e-mail wordt namelijk gesproken van ‘garantie werkzaamheden’, wat óók duidt op werkzaamheden die mogelijk in de toekomst kunnen ontstaan. Daar komt bij dat het niet voor de hand ligt om de bewoordingen ‘finale kwijting’ te gebruiken als het slechts om een korting zou gaan. [eisers c.s] heeft dus onvoldoende gemotiveerd betwist dat met [gedaagde sub 1] een finale kwijting is overeengekomen. Dat [gedaagde sub 1] na de lekkage in 2023 een offerte voor de herstelkosten heeft gemaakt, maakt dit oordeel niet anders. Dit laat juist zien dat [gedaagde sub 1] bereid was om de lekkage tegen betaling te herstellen en duidt er daarmee op dat dit niet meer onder enige garantie viel. Naar het oordeel van de rechtbank zijn [eisers c.s] en [gedaagde sub 1] dus een finale kwijting overeengekomen, waardoor [eisers c.s] geen aanspraak kan maken op schadevergoeding in verband met de renovatie van de woning – dus ook niet in verband met de kelder onder de woonkamer.
De vordering tegenover [gedaagde sub 2] en het daartegen gevoerde verweer
[eisers c.s] stelt dat ook [gedaagde sub 2] aansprakelijk voor de vochtproblemen in de kelder onder de woonkamer. [gedaagde sub 2] trad namelijk op als bouwkundig adviseur in het bouwproject en heeft de bouwtekeningen gemaakt, zoals neergelegd in de overeenkomst van opdracht van 7 februari 2012. [eisers c.s] verwijt [gedaagde sub 2] dat zij foute ontwerpen heeft gemaakt voor de kelder onder de woonkamer, omdat die nooit tot een waterdichte constructie had kunnen leiden.
[gedaagde sub 2] voert aan dat het ontwerpen van een kelder onder de woonkamer geen onderdeel van haar opdracht was en zij daarmee niet betrokken was bij de realisering van die kelder. [gedaagde sub 2] kan dan ook niet verantwoordelijk worden gehouden voor de schade.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde sub 2] wel betrokkenheid had bij de realisering van de kelder onder de woonkamer, maar geen wanprestatie heeft gepleegd.
[gedaagde sub 2] is niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst
Tussen partijen staat in ieder geval niet ter discussie dat [gedaagde sub 2] zich bezig hield met de projectvoorbereiding, de architectonische en bouwkundige begeleiding van het bouwproject. Om te bepalen wat de opdracht van [gedaagde sub 2] nader heeft ingehouden, geldt ook hier de Haviltex-maatstaf zoals uitgelegd in 3.5.
Aanvankelijk was het de bedoeling dat [gedaagde sub 1] slechts een kelder in de aanbouw van de woning zou realiseren. Hiervoor had [gedaagde sub 2] bouwtekeningen gemaakt. Tijdens de verbouwing wilde [eisers c.s] toch vloerverwarming in de woonkamer aanleggen, waarvoor een nieuwe betonvloer nodig was. Daarom is [eisers c.s] vervolgens met [gedaagde sub 1] overeengekomen om een tweede kelder onder de woonkamer te realiseren. Volgens [gedaagde sub 2] viel de uitvoering van deze kelder buiten zijn opdracht, maar dat vindt de rechtbank te kort door de bocht. Weliswaar heeft [gedaagde sub 1] zich beziggehouden met de uitvoering van de kelder onder de woonkamer zonder betrokkenheid van [gedaagde sub 2] , maar dat wil niet zeggen dat [gedaagde sub 2] hierin helemaal geen rol had moeten hebben. [gedaagde sub 2] was namelijk ook bouwkundig adviseur, wat maakt dat zijn taak ook het toezien op de uitvoering van het werk inhield. Wel is de rechtbank van oordeel dat als het gaat om de kelder onder de woonkamer die taak beperkt is. Het gaat namelijk om een kelder die niet in samenspraak met [gedaagde sub 2] was overeengekomen en ook niet door [gedaagde sub 2] is ontworpen.
Dan rest nog de vraag of [gedaagde sub 2] is tekortgeschoten in het uitvoeren van haar opdracht. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval.
Op grond de wet moet een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen.2 De opdrachtnemer moet bij de uitvoering van zijn opdracht handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou gaan. Bij het oordeel of een opdrachtnemer de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen, houdt de rechter rekening met alle omstandigheden van het geval.
Zoals eerder overwogen is de kelder gerealiseerd door [gedaagde sub 1] en had [gedaagde sub 2] hierbij een beperkte betrokkenheid. Volgens [eisers c.s] mocht van [gedaagde sub 2] verwacht worden dat zij een waterdichte kelder zou onderwerpen en bij de bouw daarvan hierop zou toezien. Anders dan [eisers c.s] stelt, is gebleken dat [gedaagde sub 2] de kelder onder de woonkamer niet heeft ontworpen. [gedaagde sub 2] heeft alleen de kelder in de aanbouw van de woning ontworpen. Verder heeft [gedaagde sub 2] op de bouw toegezien door de al gemaakte ontwerpen aan te passen. Zo heeft [gedaagde sub 2] vanwege de kelder onder de woonkamer geadviseerd dat bij de aanleg van de nieuwe betonvloer halverwege een stalen balk gemonteerd moet worden ter ondersteuning van betonnen vloerdelen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat er omstandigheden waren die maakten dat in dit geval meer van [gedaagde sub 2] verwacht moest worden, in het bijzonder dat zij [eisers c.s] erop moest wijzen dat de constructie van de kelder onder de woonkamer niet waterdicht was. Niet alleen is [gedaagde sub 1] een professionele uitvoerder, maar heeft [gedaagde sub 2] ook aangevoerd dat de methode die [gedaagde sub 1] heeft gebruikt voor de aanleg van de kelder onder de woonkamer een veelgebruikte en gangbare manier is. Op basis hiervan was er voor [gedaagde sub 2] dan ook geen evidente aanleiding om verdere maatregelen te treffen. Dat [gedaagde sub 2] op 11 februari 2013 aan [eisers c.s] heeft gemaild ‘wat er ook gebeurt, de kelder gaat dicht’ – nadat [eisers c.s] heeft gemeld dat er vochtplekken waren opgetreden – kan [eisers c.s] ook niet helpen. Dit gaat namelijk over de kelder die zich in de aanbouw in de woning bevindt. Dat volgt uit de foto’s waarop een betonnen rand te zien is, wat in lijn met het ontwerp van [gedaagde sub 2] en is uitgevoerd door [gedaagde sub 1] .3 De kelder onder de woonkamer is uitgevoerd met metselwerk. Omdat de kelder in de aanbouw van de woning geen onderdeel is van deze procedure, zijn de uitlatingen die [gedaagde sub 2] daarover heeft gedaan niet relevant. De rechtbank komt daarmee tot het oordeel dat [gedaagde sub 2] niet is tekortgeschoten in de uitvoering van opdracht.
Conclusie
Kortom, [eisers c.s] is met [gedaagde sub 1] een finale kwijting overeengekomen waardoor hij niets meer kan vorderen van [gedaagde sub 1] als het gaat om de renovatie van de woning. Daarbij is niet komen vast te staan dat [gedaagde sub 2] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. De rechtbank zal de vorderingen van [eisers c.s] daarom volledig afwijzen.
[eisers c.s] moet de proceskosten van gedaagden betalen
[eisers c.s] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van [gedaagde sub 1]
De proceskosten van [gedaagde sub 1] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
2.995,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.306,00 |
(2 punten × € 653,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.490,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten van [gedaagde sub 2]
De proceskosten van [gedaagde sub 2] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
2.995,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.306,00 |
(2 punten × € 653,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.490,00 |
De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing tot betaling van de proceskosten moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4 De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [eisers c.s] af,
veroordeelt [eisers c.s] in de proceskosten van [gedaagde sub 1] van € 4.490,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eisers c.s] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van [gedaagde sub 1] als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
veroordeelt [eisers c.s] in de proceskosten van [gedaagde sub 2] van € 4.490,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5 verklaart dit vonnis met uitzondering van 4.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.