RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/615800 / HL ZA 26-217
Vonnis in incident van 23 september 2026
in de zaak van
1 [eiser] ,
te [plaats] ,2. [eiseres],
te [plaats] ,
eisende partijen in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partijen in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident tot inzage,hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. L.M. van Egmond,
tegen
[gedaagde] handelend onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident tot inzage,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. F.M. Aarts.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 8 juli 2026
Bij e-mail van 19 augustus 2026 heeft de rechtbank aan de advocaat van [eisers] gevraagd of het incident wordt gehandhaafd, omdat in de conclusie van antwoord staat dat de stukken aan [eisers] zijn verzonden. Hierop heeft de advocaat van [eisers] met een e-mail van 26 augustus 2026, kort gezegd, geantwoord dat de gevraagde stukken deels zijn ontvangen en dat het incidentele verzoek wordt gehandhaafd. Hierop is door [gedaagde] met een e-mail van 26 augustus 2026 gereageerd met dat het voor de hand had gelegen om buitengerechtelijk concreet aan te geven welke stukken [eisers] mist en dat zij er geenszins op uit is om stukken achter te houden.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De kern van de zaak
[eisers] is in een bodemprocedure verwikkeld met [gedaagde] . Daarin speelt dat [eisers] aan [gedaagde] opdracht heeft gegeven tot het vervaardigen van een ontwerp voor zijn woning, het verzorgen van een omgevingsvergunning en het verrichten van bouwbegeleiding. [eisers] stelt dat [gedaagde] hierbij is tekortgeschoten en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Voor zijn bewijsvoering in de bodemprocedure vraagt [eisers] in dit incident inzage in een aantal bescheiden door daarvan afschriften aan hem te verstrekken. [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. [gedaagde] voert aan dat hij alle bescheiden al heeft verstrekt, zodat het verzoek tot inzage moet worden afgewezen. De vraag die in dit incident voorligt is of [eisers] recht heeft op afschrift van de gevorderde bescheiden. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en zal het verzoek afwijzen.
3 3 De beoordeling in het incident
[eisers] verzoekt, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag, een afschrift van:a. alle (herziene) constructieberekeningen;
b. alle constructietekeningen;
c. correspondentie met constructeur na 3 februari 2021;
d. herziene vergunningstukken;
e. toezicht- en bouwverslagen;
f. interne notities over constructieve wijzigingen
[eisers] stelt dat [gedaagde] exclusief was belast met de coördinatie tussen ontwerp, constructie en uitvoering. Volgens [eisers] rustte op [gedaagde] als architect en indiener van de vergunningsaanvraag een integrale coördinatieplicht, maar daarentegen is er sprake geweest van structureel coördinatiefalen aan de zijde van [gedaagde] . Ook rustte op [gedaagde] als bouwbegeleider volgens [eisers] een actieve waarschuwings- en ingrijpplicht, maar brengen de aard en ernst van de geconstateerde gebreken mee dat deze niet kunnen zijn ontstaan zonder falend toezicht. De bescheiden waarvan in dit incident inzage wordt verzocht zijn volgens [eisers] noodzakelijk voor het vaststellen van aansprakelijkheid, causaliteit en schade.
Hoe wordt dit verzoek door de rechtbank getoetst?
De rechtbank kan op verzoek van een partij de wederpartij bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens. Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft. Hierna zal de rechtbank deze drie voorwaarden (a, b en c) behandelen. De partij die inzage verzoekt, moet zijn belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. Daarbij zal door de verzoeker (hier: [eisers] ) aannemelijk moeten worden gemaakt dat de wederpartij (hier: [gedaagde] ) over die gegevens beschikt of deze eenvoudig van een derde kan krijgen. De wederpartij is niet verplicht tot het geven van inzage als zij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of als gewichtige redenen daaraan in de weg staan.
Er kan niet willekeurig worden gevraagd om gegevens die interessant zouden kunnen zijn (de zogenaamde ‘fishing expedition’). Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als niet voldoende duidelijk is aangegeven van welke informatie precies inzage wordt verzocht of als slechts sprake is van een vermoeden dat de gegevens bestaan. Van de verzoeker mag worden gevergd dat hij aanvoert waarom een redelijke grond bestaat dat de ander over die informatie beschikt en dat hij voldoende concreet vermeldt waarom specifiek die informatie relevant is voor haar rechtspositie in een potentieel of ontstaan geschil over een rechtsbetrekking waarbij zij partij is.
Er is niet aan alle vereisten voldaan
Aan de voorwaarde (sub b.) dat het incidentele verzoek betrekking moet hebben op stukken die zien op een rechtsbetrekking waarbij degene die inzage vraagt partij is, is voldaan. Onder rechtsbetrekking worden alle betrekkingen tussen twee of meer partijen verstaan, bijvoorbeeld een tussen hen gesloten overeenkomst of een verbintenis uit de wet, zoals onrechtmatige daad. Het is niet noodzakelijk dat de rechtsbetrekking al definitief in rechte vaststaat, zodat de door [eisers] gestelde tekortkoming en (subsidiair) onrechtmatige daad voldoende is om van een rechtsbetrekking tussen partijen te kunnen spreken.
De andere twee voorwaarden (sub a. en c.) dienen ertoe er om fishing expeditions te voorkomen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat er door [gedaagde] al documenten verstrekt zijn. De rechtbank constateert [eisers] na laat om zijn belang bij specifiek de door hem gevraagde stukken en nog te ontvangen stukken in deze procedure concreet naar voren te brengen. Er wordt slechts in algemene zin een opsomming gegeven van documenten, maar de relevantie per document dat nog niet verstrekt zou zijn, wordt niet genoemd. [eisers] stelt dat als niet blijkt van een herziene constructieve toetsing na de door de gemeente gesignaleerde tekortkomingen, dat dan moet worden aangenomen dat wijzigingen niet constructief zijn beoordeeld (punt 34 dagvaarding). Een ‘voldoende belang’ kan niet zijn gelegen in speculaties over een mogelijke gang van zaken en de wens om vermoedens handen en voeten te geven. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van een ‘fishing expedition’. Om deze reden wordt het incidentele verzoek dan ook afgewezen.
[eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt × € 653,00) en € 189,00 aan nakosten), plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
De beoordeling in de hoofdzaak
[eisers] wordt in de gelegenheid gesteld om op een termijn van zes weken een conclusie van antwoord in reconventie te nemen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst het incidentele verzoek tot inzage af,
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten in het incident van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2026 voor conclusie van antwoord in reconventie in de hoofdzaak aan de zijde van [eisers] ,
houdt iedere verdere beslissing aan.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |