ECLI:NL:RBMNE:2026:6795

Datum uitspraak
30-09-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12202161 \ UC EXPL 26-3729
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering terugbetaling waarborgsom Verweer verrekening met extra maand huur en herstelkosten slaagt niet

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12202161 \ UC EXPL 26-3729

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

[eiseres] H.O.D.N. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: Stichting Univé Rechtshulp,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend zonder gemachtigde.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.

1.2

De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vandaag de uitspraak wordt gedaan.

2 De kern van de zaak

2.1

In deze zaak gaat het erom of [gedaagde] een deel van de waarborgsom mocht verrekenen of terug moet betalen aan [eiseres] , zoals zij vordert. De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk.

3 De beoordeling

3.1

[eiseres] heeft een praktijkruimte gehuurd van [gedaagde] (hierna: het gehuurde). Zij heeft een waarborgsom van € 1.647,11 betaald (aan de rechtsvoorganger van [gedaagde] ). [eiseres] heeft de huurovereenkomst op 5 maart 2025 opgezegd tegen 1 oktober 2025. [gedaagde] heeft de opzegging op 17 maart 2025 bevestigd. Op 17 oktober 2025 heeft de sleuteloverdracht plaatsgevonden. Op 5 december 2025 ontvangt [eiseres] € 173,24 van de waarborgsom terug en in februari 2026 een bedrag van € 600,81 (de huur van juli 2025).

3.2

[eiseres] vindt dat de rest van de waarborgsom, € 873,06, ook terugbetaald moet worden. Volgens [gedaagde] is dat deel verrekend. [gedaagde] stelt dat het gehuurde door toedoen van [eiseres] te laat is opgeleverd en dat zij een extra maand huur (oktober 2025) moet betalen en dat zij kosten heeft gemaakt om de bedrijfsbelettering weg te halen en de ruiten in originele staat terug te brengen.

3.3

In beginsel geldt dat de waarborgsom bij einde van de huurperiode terugbetaald moet worden. [eiseres] heeft daarop aanspraak gemaakt in haar brief van 8 december 2025, waarin zij [gedaagde] een termijn van drie dagen heeft gegeven. Dit kan anders zijn als [gedaagde] een vordering heeft die verrekend kan worden met de waarborgsom.

[gedaagde] kan de waarborgsom niet verrekenen

3.4

[gedaagde] heeft geen vordering die zij kan verrekenen met de waarborgsom. Dat wordt hierna toegelicht.

3.5

Volgens [gedaagde] ligt het aan [eiseres] dat de eindinspectie (en sleuteloverdracht) van het gehuurde pas op 17 oktober 2025 plaatsvond. Het gehuurde was daarom niet per 1 oktober 2025 ter vrije beschikking van [gedaagde] , zodat [eiseres] ook huur voor de maand oktober van € 600,81 moet betalen. [eiseres] weerspreekt dat. Volgens haar ligt het aan [gedaagde] dat er niet voor oktober een sleuteloverdracht heeft plaatsgevonden.

3.6

Op grond van de wet1 is het aan [gedaagde] om te onderbouwen dat het aan [eiseres] lag dat de sleuteloverdracht niet eerder kon plaatsvinden. Hiertoe stelt [gedaagde] dat zij herhaalde verzoeken heeft gedaan aan [eiseres] , maar dat er geen concrete afspraak tot stand is gekomen. Daartegenover heeft [eiseres] aangevoerd dat uit de e-mail van de beheerder (SDG vastgoedbeheer) van 17 maart 2025 blijkt dat er in de eerste week van september een voorinspectie zal plaatsvinden en dat de beheerder daarvoor nog een afspraak zou maken. En dat, omdat zij in de eerste week van september niets hoorde, zij heeft gemaild met de vraag wanneer de sleutel ingeleverd kon worden en dat zij van 26 september tot 7 oktober met vakantie was. Dat blijkt uit de door [eiseres] overgelegde e-mail van 7 september 2025. [gedaagde] heeft hier tegenover haar stelling niet onderbouwd dat zij meermalen contact heeft proberen op te nemen met [eiseres] en voorstellen heeft gedaan voor een sleuteloverdracht. Dat had wel op haar weg gelegen. Verder heeft [eiseres] onderbouwd gesteld dat de beheerder daarna op 27 september (1 dag nadat op vakantie is gegaan) heeft laten weten dat de sleuteloverdracht in de eerste week van oktober zal plaatsvinden. In die e-mail wordt niet gesproken over het niet kunnen bereiken van [eiseres] . Dat het gehuurde in oktober 2025 niet beschikbaar was voor [gedaagde] , komt daarom voor haar eigen rekening. Het bedrag van € 600,81 kan daarom niet verrekend worden met de waarborgsom.

3.7

Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] de bedrijfsbelettering niet weggehaald en was duidelijk bij de sleuteloverdracht dat zij dat niet alsnog zou doen. Daarom heeft [gedaagde] een extern bedrijf ingeschakeld om dat te doen en de ramen terug te brengen in de staat waarin deze moesten worden opgeleverd. Volgens [eiseres] is tijdens de sleuteloverdracht aangegeven dat het gehuurde er goed uit zag en is er niet gesproken over het verwijderen van de bedrijfsbelettering. Als dat zo zou zijn, dan had zij dat zelf willen doen, zoals zij ook via haar gemachtigde heeft aangeboden.

3.8

Op grond van de wet2 is het aan [gedaagde] om te onderbouwen dat zij kosten heeft gemaakt voor het verwijderen van de bedrijfsbelettering en het terugbrengen van de ramen in de staat waarin deze moesten worden opgeleverd. [eiseres] voert (in de conclusie van repliek) terecht aan dat [gedaagde] haar stelling op geen enkele manier heeft onderbouwd. Ook daarna laat [gedaagde] na om haar stelling te onderbouwen met bijvoorbeeld een factuur van het externe bedrijf en/of een transactieoverzicht. [gedaagde] biedt daar wel bewijs van aan, maar het had op de weg van [gedaagde] gelegen om haar stelling al eerder te onderbouwen en dat heeft zij niet gedaan, zodat [gedaagde] niet wordt toegelaten tot bewijs. Er is daarom niet vast komen te staan dat [gedaagde] kosten heeft gemaakt. Het bedrag van € 272,25 kan daarom niet verrekend worden met de waarborgsom.

3.9

De vraag of [eiseres] de bedrijfsbelettering had moeten weghalen, of dit besproken is tijdens de sleuteloverdracht en of [eiseres] alsnog de kans had moeten krijgen om dit te doen, hoeft daarom niet verder besproken te worden.

3.10

Het voorgaande betekent dat de vordering van [eiseres] van € 873,06 geheel zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente, vanaf 12 december 2025 zal ook worden toegewezen.

[gedaagde] moet de proceskosten vergoeden

3.11

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

129,54

- griffierecht

€

233,00

- salaris gemachtigde

€

288,00

(2 punten × € 144,00)

- nakosten

€

72,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

722,54

Uitvoerbaarheid bij voorraad

3.12

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door [eiseres] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 873,06, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 722,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

64510

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »