ECLI:NL:RBMNE:2026:6687

Datum uitspraak
28-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
UTR 25/2817
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar tegen de intrekking van een bewonersvergunning. Eiser heeft in de bezwaarprocedure feitelijk al bereikt wat hij inhoudelijk zou kunnen bereiken. In deze beroepszaak kan eiser ook niet meer bereiken dan wat hij in de bezwaarprocedure heeft bereikt. Beroep niet-ontvankelijk.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: C. Ligthart).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van eisers bezwaar tegen de intrekking van een bewonersvergunning 2. Het college heeft deze vergunning op 1 oktober 2024 beëindigd, omdat eiser niet op tijd heeft betaald voor de vergunning. Eiser is het niet eens met het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het bezwaar van eiser inhoudelijk behandeld moet worden.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 11 maart 2025 heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Had het bezwaar gegrond verklaard moeten worden?

3. Eiser stelt dat zijn bezwaar gegrond verklaard had moeten worden in plaats van niet-ontvankelijk. De rechtbank vult deze grond zo aan1 dat eiser stelt dat het college het besluit van 1 oktober 2024 had moeten herroepen.

4. Eiser licht toe dat hij de afgelopen jaren regelmatig post van overheidsinstanties, waaronder de gemeente Utrecht, niet heeft ontvangen. Hij heeft naar aanleiding daarvan een post-administratie bijgehouden en daarin ziet hij een bevestiging van zijn ervaring. Doordat hij post niet ontvangt, kan hij ook facturen van overheidsinstanties niet betalen. Dit probleem speelde ook toen zijn bewonersvergunning 2 werd ingetrokken. Nadat de automatische incasso van de gemeente niet slaagde, heeft hij de betalingsherinneringen niet ontvangen, waardoor hij niet heeft betaald voor de verlenging van de bewonersvergunning 2. Die vergunning is vervolgens ingetrokken waarna eiser meerdere naheffingsaanslagen parkeerbelasting heeft ontvangen.

5. In de bezwaarprocedure heeft eiser alsnog gelegenheid gekregen om de betaling te voldoen en heeft het college, met ingang van 10 januari 2025, weer een bewonersvergunning 2 voor zijn bedrijfsauto verstrekt. Daarnaast zijn alle opgelegde naheffingsaanslagen parkeerbelasting komen te vervallen. Het college heeft vervolgens het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niks meer met het bezwaar kan bereiken en daarom geen procesbelang meer heeft.

6. Tijdens de bezwaarprocedure heeft het college het voor eiser alsnog mogelijk gemaakt om te betalen voor zijn vergunning. Hierna is de bewonersvergunning 2 weer aan eiser verleend en zijn de naheffingsaanslagen parkeerbelasting komen te vervallen, inclusief de kosten voor een wielklem. Het college heeft daarom terecht geconcludeerd dat eiser met zijn bezwaar niet meer kan bereiken dan dit. Dit heeft eiser tijdens de zitting ook erkend. Bovendien wil hij ook geen schadeclaim indienen bij de gemeente Utrecht, maar erkenning van de problemen die hij met postbezorging van de gemeente, het CJIB en andere overheidsorganisaties heeft gehad, en ook erkenning van de vervelende consequenties die dit tot gevolg heeft gehad. Eiser verwijst in dit verband naar de beslissing van de kantonrechter van 7 maart 20252, waarin staat:

‘’Betrokkene geeft aan dat de postbezorging er al langere tijd regelmatig op zijn adres

poststukken niet worden bezorgd, en [heeft] zijn verweer uitgebreid onderbouwd met berichtenverkeer wat tussen hem en PostNL heeft plaatsgevonden. Op basis van deze

stukken is door de betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de sanctiebeschikking en de daaropvolgende aanmaningen niet heeft ontvangen.’’

7. De rechtbank twijfelt niet aan de verklaring van eiser dat hij in de afgelopen jaren post van onder andere de gemeente niet heeft ontvangen. Eiser heeft verder verklaard dat de postbezorging in 2026, in ieder geval tot aan de zittingsdatum, goed verloopt.

8. Het voorgaande neemt niet weg dat eiser in de bezwaarprocedure feitelijk al heeft bereikt wat hij inhoudelijk zou kunnen bereiken. In deze beroepszaak kan eiser ook niet meer bereiken dan wat hij in de bezwaarprocedure heeft bereikt. Zijn beroep is daarom niet-ontvankelijk, wat wil zeggen dat de rechtbank niet inhoudelijk beoordeelt of de bewonersvergunning voor eisers bedrijfsauto destijds terecht is ingetrokken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »