ECLI:NL:RBMNE:2026:6170

Datum uitspraak
26-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/16/614619 / HL ZA 26-201
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incidident tot vrijwaring. Wegvervoerrecht. CMR-verdrag. Lading kaasproducten is niet op besteming aangekomen. Vervoerder wil ondervervoerder in vrijwaring oproepen. Incidentele vordering toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/614619 / HL ZA 26-201

Vonnis in incident van 26 augustus 2026

in de zaak van

1 ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

te Apeldoorn,2. [eiseres sub 2] BV,

te [plaats] ,

eisende partijen in de hoofdzaak,

verwerende partijen in het incident,

hierna samen te noemen: Achmea en [eiseres sub 2] ,

advocaat: mr. R. Evers,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[gedaagde] ,

te [plaats] , Letland,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. W.E. Boonk.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 juni 2026, met producties 1 tot en met 3,

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring,

- de akte referte in het vrijwaringsincident.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident tot oproeping in vrijwaring.

2 De beoordeling

In het incident

2.1

[eiseres sub 2] heeft [gedaagde] ingeschakeld om een lading kaasproducten van Zeewolde naar Oostenrijk te vervoeren. [gedaagde] heeft als ondervervoerder [A] ingeschakeld. De lading is niet op de bestemming aangekomen. In de hoofdzaak vorderen Achmea en [eiseres sub 2] schadevergoeding van [gedaagde] . [gedaagde] houdt de door haar ingeschakelde ondervervoerder aansprakelijk. Daarom verzoekt [gedaagde] op de voet van artikel 210 Rv om toestemming om [A] in vrijwaring op te roepen. Zij heeft om een termijn van twaalf weken verzocht, omdat [A] woonplaats heeft in Polen en betekening in Polen tijd in beslag neemt.

2.2

Achmea en [eiseres sub 2] hebben geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en laten de beslissing aan het oordeel van de rechtbank over.

2.3

De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring zal worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen (artikel 232 lid 2 Rv).

2.4

Omdat geen van partijen als in het ongelijk gesteld kan worden beschouwd, zullen de proceskosten in het incident tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

In de hoofdzaak

2.5

[gedaagde] heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Dat mag zij nog doen.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1

staat [gedaagde] toe om [A] in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de rolzitting van 18 november 2026,

3.2

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

3.3

verwijst de zaak naar de rol van 18 november 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] ,

3.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. van der Vos en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.

5984

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »