RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12317213 \ MV EXPL 26-102
Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] , H.O.D.N. [handelsnaam] , IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER HET VERMOGEN VAN DE HEER [onderbewindgestelde], hierna te noemen: [onderbewindgestelde] ,
kantoorhoudend in Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. M.E. Beukers,
tegen
1 STICHTING DUDOK WONEN,
gevestigd in Hilversum,
hierna te noemen: Dudok,
gemachtigde: mr. J.J.M. Saelman,
2. STICHTING KWINTES,
gevestigd in Zeist,
hierna te noemen: Kwintes,
gemachtigde: mr. H.C.J. Oomen,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie.
1 De procedure
De voorzieningenrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding, met 9 producties;- de conclusie van antwoord, ook eis in reconventie, met 10 producties van Dudok;
- de conclusie van antwoord, ook eis in reconventie, met producties A tot en met G van Kwintes.
Op 30 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen waren verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Zij hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van spreek- en pleitaantekeningen, welke aan het dossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen is besproken.
Op de mondelinge behandeling is bepaald dat op 13 augustus 2026 uitspraak zal worden gedaan.
2 De kern van de zaak
Partijen hebben met elkaar een zorgcontract, begeleidingsovereenkomst en huurovereenkomst gesloten. Op grond van het zorgcontract en de begeleidingsovereenkomst verleent Kwintes zorg en begeleiding aan [onderbewindgestelde] . Om die zorg en begeleiding te kunnen bieden wordt aan [onderbewindgestelde] een huurwoning verschaft zolang dat voor de begeleiding nodig is. Kwintes heeft in dat kader de huurwoning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning) tijdelijk aan [onderbewindgestelde] in onderhuur gegeven. Kwintes huurt die woning van Dudok. Op 15 juni 2026 heeft Kwintes de begeleidingsovereenkomst beëindigd, omdat [onderbewindgestelde] zijn hoofdverblijf niet in de woning zou hebben, hij zich niet aan afspraken in het kader van de begeleiding zou hebben gehouden en hij overlast voor omwonenden zou veroorzaken en zich intimiderend tegenover omwonenden zou gedragen. De tijdelijke onderhuurovereen-komst is door het eindigen van de begeleidingsovereenkomst niet omgezet naar een reguliere huurovereenkomst. Kwintes en Dudok hebben [onderbewindgestelde] daarom verzocht de woning uiterlijk 15 juli 2026 schoon en ontruimd op te leveren.
3 De (tegen)vorderingen
De bewindvoerder is het er niet mee eens dat [onderbewindgestelde] de woning moet verlaten. Zij vordert in deze procedure (in conventie) om de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 20 september 2023 te schorsen, Dudok en Kwintes te verbieden over te gaan tot ontruiming van de woning en Dudok en Kwintes te bevelen om de huur-en zorgrelatie voort te zetten, totdat in een bodemprocedure is beslist over de rechtsgeldigheid van de beëindiging van de huur- en zorgrelatie tussen partijen.
Kwintes en Dudok hebben een tegenvordering (in reconventie) ingediend. Zij vorderen beiden de ontruiming van de woning.
4 De beoordeling
De voorzieningenrechter is van oordeel dat Kwintes en Dudok tot een einde van de zorg en begeleiding en daarmee tot een einde van de huurrelatie mochten komen, zodat [onderbewindgestelde] de woning moet verlaten. Hierna wordt uitgelegd hoe de voorzieningenrechter tot dit oordeel komt.
Spoed
Een voorziening in kort geding kan alleen worden toegewezen als de partij die de voorziening vordert, daarbij een spoedeisend belang heeft. De bewindvoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van haar vorderingen. Kwintes en Dudok hebben het spoedeisend ook niet betwist.
Afwijzing vorderingen bewindvoerder (conventie)
Partijen hebben met ingang van 8 juli 2024 een zorgcontract en op 22 juli 2024 een begeleidingsovereenkomst gesloten in het kader van Huren onder Voorwaarden (hierna: HOV). Onderdeel daarvan is dat [onderbewindgestelde] met zorg en begeleiding leert op een verantwoorde manier zelfstandig te wonen en te voldoen aan de verplichtingen die volgen uit een huurovereenkomst. Uitsluitend ten behoeve van dit zorgtraject is de woning aan [onderbewindgestelde] aangeboden.
Kwintes heeft de woning op 16 juli 2024 aan [onderbewindgestelde] ter beschikking gesteld. De huur van de woning is tussen partijen vastgelegd in een tijdelijke onderhuurovereenkomst. In die overeenkomst is bepaald dat de woning wordt gebruikt voor de tijdelijke huisvesting van [onderbewindgestelde] , zodat [onderbewindgestelde] in de woning de zorg/begeleiding overeenkomstig het zorgcontract en de begeleidingsovereenkomst kan krijgen. Verder is bepaald dat de onderhuurovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van twee jaar, dat na afloop van die twee jaar de onderhuurovereenkomst van rechtswege zal eindigen en dat het zorgelement in de verhouding tussen partijen overheersend zal zijn waardoor bij het eindigen van het zorgcontract binnen twee jaar ook de onderhuurovereenkomst van rechtswege zal eindigen.
Bij brief van 15 juni 2026 heeft Kwintes aan [onderbewindgestelde] bericht dat de doelstellingen van het HOV-traject onvoldoende zijn behaald, dat de begeleidingsovereenkomst per 15 juli 2026 zal worden beëindigd en dat de tijdelijke huurovereenkomst daarom niet zal worden omgezet naar een reguliere huurovereenkomst. Kwintes benoemt als redenen voor die beslissing dat [onderbewindgestelde] langdurig elders verbleef en dus zijn hoofdverblijf niet in de woning had, dat [onderbewindgestelde] zich niet aan afspraken heeft gehouden en dat omwonenden meerdere malen overlast en intimiderend gedrag hebben gemeld. Omdat [onderbewindgestelde] niet voldoende daadwerkelijk in de woning heeft gewoond, kan niet worden beoordeeld of [onderbewindgestelde] binnen het HOV-traject voldoende heeft gewerkt aan de doelstellingen die noodzakelijk zijn voor zelfstandig huurderschap en is er onvoldoende vertrouwen dat [onderbewindgestelde] dat zelfstandig huurderschap buiten uit HOV-traject aankan. Kwintes en Dudok hebben [onderbewindgestelde] daarom verzocht om de woning te ontruimen.
De bewindvoerder stelt dat Kwintes en Dudok met het verzoek tot ontruiming uitvoering geven aan het vonnis van de kantonrechter van 20 september 2023. Ten tijde van dat vonnis was sprake van een reguliere huurovereenkomst op grond waarvan [onderbewindgestelde] de woning huurde van Dudok. De kantonrechter heeft die huurovereenkomst ontbonden, omdat een huurachterstand was ontstaan, en [onderbewindgestelde] veroordeeld tot ontruiming van de woning. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat tenuitvoerlegging van dat vonnis met de psychische, medische en financiële problemen van [onderbewindgestelde] misbruik van bevoegdheid oplevert en daarom niet tot tenuitvoerlegging van dat vonnis mag worden overgegaan.
Van tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 september 2023 is, zoals Kwintes en Dudok ook aangeven, geen sprake. Dudok is na dat vonnis niet tot ontruiming overgegaan, omdat er een nieuwe situatie ontstond. [onderbewindgestelde] werd onder bewind gesteld, het zorg- en begeleidingstraject werd met hem aangegaan en in dat kader is de woning met een nieuwe huurovereenkomst aan [onderbewindgestelde] tijdelijk in onderhuur gegeven. Van ontruiming op grond van het vonnis van 20 september 2023 kan daardoor geen sprake meer zijn. De voorzieningenrechter zal de vordering van de bewindvoerder onder I. om de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 september 2023 te schorsen daarom afwijzen.
De bewindvoerder vordert onder II. om de ontruiming van de woning te verbieden. De bewindvoerder stelt dat [onderbewindgestelde] regelmatig bij zijn vriendin verbleef, maar dat hij zijn hoofdverblijf wel in de woning had en dat [onderbewindgestelde] in de woning ook steeds bereikbaar was voor hulpverleners en controle. [onderbewindgestelde] zou zich zoveel mogelijk aan de afspraken hebben gehouden, de begeleiding hebben geaccepteerd en zich hebben ingespannen om zijn woongedrag te verbeteren. Volgens de bewindvoerder is het door zijn psychische problematiek, herniaproblematiek en kwetsbare financiële situatie onverantwoord en in strijd met het doel en de strekking van het HOV-traject om hem op straat te zetten. [onderbewindgestelde] wil vooruit, staat open voor begeleiding en wil graag nog een kans om in de woning te kunnen blijven wonen. Hij heeft een belang bij het behouden van de woning en aan dat belang voorbij gaan en de ontruiming doorzetten, zou volgens de bewindvoerder in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter volgt de bewindvoerder niet om de volgende redenen.
[onderbewindgestelde] heeft met het HOV-traject een tweede kans gekregen. Hij kon met de aan hem geboden zorg en begeleiding zijn woongedrag verbeteren en daarmee de woning behouden. [onderbewindgestelde] heeft van die kans naar het oordeel van de kantonrechter geen gebruik gemaakt. Uit dat wat partijen hebben ingebracht en op de zitting hebben toegelicht, maakt de kantonrechter op dat Kwintes en Dudok de afgelopen twee jaar veel tijd en energie in de begeleiding van [onderbewindgestelde] hebben gestoken, maar dat geen of in ieder geval onvoldoende effect heeft gehad. [onderbewindgestelde] heeft zich meermaals niet aan afspraken gehouden. Hoewel zijn persoonlijke begeleider van Kwintes hem er voortdurend op wees dat hij in de woning aanwezig moest zijn, was [onderbewindgestelde] steeds vaker afwezig, omdat hij bij zijn vriendin in Leidschendam verbleef. Volgens de bewindvoerder had [onderbewindgestelde] zijn hoofdverblijf wel in de woning, maar het gaat hier niet om het reguliere hoofdverblijf waar de bewindvoerder op doelt en waar het in reguliere huurzaken normaliter om gaat. Het gaat er bij een HOV-traject zoals in deze zaak om dat het wenselijk is dat [onderbewindgestelde] in het kader van de zorg en begeleiding die hem worden aangeboden in de woning verblijft, omdat de zorg en begeleiding alleen dan effectief geboden kunnen worden en beoordeeld kan worden of de doelstellingen van dat traject worden behaald. Dat [onderbewindgestelde] , anders dan Kwintes en Dudok zeggen, wel voldoende aanwezig is geweest is niet gebleken. Daarnaast zijn er door de meldingen van omwonenden aanwijzingen voor overlast en intimiderend gedrag van [onderbewindgestelde] , al dan niet gerelateerd aan het gebruik van alcohol en drugs. [onderbewindgestelde] betwist dit en heeft verklaringen van omwonenden ingebracht waaruit het tegendeel zou blijken, maar deze verklaringen sluiten overlastgevend en intimiderend gedrag tegen andere omwonenden niet uit.
[onderbewindgestelde] is veelvuldig door Kwintes en Dudok op zijn gedrag aangesproken en hij heeft officiële waarschuwingen gehad. Dit heeft niet tot verbetering geleid. Dat dit komt omdat, zoals [onderbewindgestelde] stelt, sprake zou zijn van gebrekkige zorgverlening door Kwintes, is niet gebleken. Kwintes en Dudok geven aan dat [onderbewindgestelde] geen zelfinzicht heeft. Als zij [onderbewindgestelde] aanspreken op zijn gedag legt [onderbewindgestelde] de oorzaak voor zijn gedrag voortdurend bij anderen neer. Dit beeld heeft de voorzieningenrechter op de zitting ook van [onderbewindgestelde] gekregen. [onderbewindgestelde] heeft op vragen van de voorzieningenrechter niet laten zien dat hij weet dat hij fout zit, dat hij zijn verantwoordelijkheid wil nemen en dat hij bereid is om zijn (woon)gedrag aan te passen. De kantonrechter heeft daarom niet de indruk gekregen dat [onderbewindgestelde] , zoals door de bewindvoerder namens hem is gesteld, vooruit wil en openstaat voor begeleiding en dat het daarom zinvol zou zijn om hem nog de kans te geven die hij zou willen hebben.
Kwintes en Dudok hebben in het kader van het HOV-traject vrijheid om te beoordelen of er aanleiding bestaat om de tijdelijke huurovereenkomst na twee jaar om te zetten naar een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het is evident dat [onderbewindgestelde] belangen bij behoud van de woning groot zijn, maar de belangen van Kwintes en Dudok bij ontruiming zijn ook groot. Zij moeten ervoor zorgen dat geen overlast aan omwonenden wordt bezorgd en problemen niet escaleren. Daar komt bij dat sociale huurwoningen schaars zijn en zo snel mogelijk moet kunnen worden verhuurd aan mensen die daarvoor in aanmerking komen. Anders dan de bewindvoerder heeft betoogd, overheerst in de overeenkomsten het zorgelement, waardoor de normale huurbeschermingsregels daarop niet van toepassing zijn. Kwintes en Dudok hebben in de gegeven omstandigheden de beslissing mogen nemen om de begeleidingsovereenkomst en daarmee ook de tijdelijke onderhuurovereenkomst te beëindigen. Zij handelen daarmee niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De voorzieningenrechter zal de vordering van de bewindvoerder onder II. om de ontruiming te verbieden daarom afwijzen.
De bewindvoerder vordert onder III. om Dudok, althans Kwintes, te bevelen de huur- en zorgrelatie, waaronder begrepen de begeleiding binnen het HOV-traject, voorlopig voort te zetten. Deze vordering vindt geen steun in de wet. Kwintes en Dudok kunnen niet verplicht worden om de begeleiding voort te zetten en [onderbewindgestelde] langer in de woning te laten wonen. Ook deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Vorderingen van Kwintes en Dudok toewijzen (reconventie)
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [onderbewindgestelde] zonder recht of titel in de woning verblijft. De tegenvorderingen van Kwintes en Dudok om de bewindvoerder te veroordelen de woning te ontruimen zullen daarom worden toegewezen. De bewindvoerder moet de woning ontruimen. Dit betekent dat zij de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten. De bewindvoerder krijgt hiervoor veertien dagen de tijd. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan haar door de deurwaarder is bezorgd.
Proceskosten
De bewindvoerder is in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van Kwintes worden in conventie begroot op € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
De proceskosten van Dudok worden in conventie begroot op € 577,00 aan salaris gemachtigde.
De nakosten worden maar één keer in rekening gebracht. Voor de reconventie zullen geen aparte proceskosten worden berekend, omdat de reconventie voortvloeit uit de conventie en tijdens de mondelinge behandeling daarover niet afzonderlijk is gesproken.
De door Kwintes gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Kwintes en Dudok het vonnis direct kunnen (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van de bewindvoerder om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Kwintes en Dudok om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd onder 4.11. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval de belangen van Kwintes en Dudok zwaarder wegen dan de belangen van de bewindvoerder. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie en in reconventie
wijst de vorderingen van de bewindvoerder af,
veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Dudok en/of Kwintes zijn, en de sleutels af te geven aan Dudok en Kwintes,
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van Kwintes van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling aan Kwintes van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van Dudok van € 577,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op
13 augustus 2026.
41264