ECLI:NL:RBMNE:2026:5553

Datum uitspraak
04-08-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12263086 \ UV EXPL 26-142
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming van huurwoning. De tijdelijke huurovereenkomst is opgezegd. Gedaagde verblijft nu zonder recht of titel in de woning.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Voorzieningenrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12263086 \ UV EXPL 26-142

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2026

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

te [plaats] ,2. [eisers sub 2],

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

gemachtigde: mr. C.A. van Kooten-de Jong,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

[eisers] heeft [gedaagde] op 12 juni 2026 gedagvaard in kort geding voor de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft vervolgens een mondelinge behandeling bepaald.

1.2

De mondelinge behandeling heeft op 3 juli 2026 plaatsgevonden. De heer [eisers sub 2] was aanwezig met als gemachtigden mr. C.A. van Kooten-de Jong en mr. M. Botha. [gedaagde] was niet aanwezig (en ook niemand namens hem). De voorzieningenrechter heeft aan [eisers] een aantal vragen gesteld en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken.

1.3

Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden om [eisers] in de gelegenheid te stellen een wijziging van eis aan [gedaagde] te laten betekenen en om [gedaagde] de mogelijkheid te geven te reageren op de gewijzigde eis. Die wijziging van eis is op 6 juli 2026 aan [gedaagde] afgegeven door de deurwaarder en [gedaagde] heeft tot 22 juli 2026 de tijd gekregen om een reactie te geven. [gedaagde] heeft dat niet gedaan.

1.4

Vervolgens is bepaald dat vandaag een vonnis zal worden gewezen.

2 De kern van de zaak

[eisers] is eigenaar van de woning aan de [adres 1] in [plaats] . [gedaagde] heeft vanaf 1 juni 2024 voor de duur van twee jaar die woning van [eisers] gehuurd. [eisers] heeft de huurovereenkomst beëindigd per 31 mei 2026, maar [gedaagde] heeft de woning niet verlaten. [eisers] wil dat [gedaagde] de woning ontruimt, een contractuele boete betaalt en een gebruiksvergoeding betaalt. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen toe.

3 De beoordeling

Verstek

3.1

De voorzieningenrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat [gedaagde] op de juiste manier en op tijd is opgeroepen, maar niet is verschenen in deze procedure, geen antwoord heeft ingezonden en ook niet om uitstel heeft verzocht. Weliswaar staat op de dagvaarding van 12 juni 2026 dat deze is betekend aan het adres [adres 2] terwijl [gedaagde] woont op [adres 1] , maar [eisers] heeft daarover tijdens de mondelinge behandeling een toelichting gegeven. [eisers] heeft toegelicht dat de deurwaarder in een herstelexploot van 2 juli 2026 heeft verklaard dat de dagvaarding van 12 juni 2026 is betekend op het juiste adres, maar dat dit adres niet juist is opgenomen in de dagvaarding. Vanwege deze toelichting verleent de voorzieningenrechter dus toch verstek. Bovendien is daarna aan [gedaagde] nog een eiswijziging betekend, waarop hij ook niet heeft gereageerd.

3.2

De zaak is zonder aanwezigheid of reactie van [gedaagde] behandeld. Dit betekent dat de vorderingen tegen [gedaagde] worden toegewezen, tenzij de voorzieningenrechter vindt dat deze in strijd zijn met de wet of [eisers] geen geldige reden hiervoor heeft.

Spoedeisend belang

3.3

De voorzieningenrechter moet beoordelen of [eisers] een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Dat is namelijk een vereiste voor toewijzing van een vordering in een kort geding procedure.

3.4

Een spoedeisend belang is aanwezig als van [eisers] niet verwacht kan worden dat hij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. De huurovereenkomst is namelijk geëindigd per 31 mei 2026 en [eisers] kan nog steeds niet beschikken over zijn eigendom. Er is dus een spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming. Het spoedeisend belang wordt ook aangenomen ten aanzien van de geldvorderingen, omdat deze nauw samenhangen met de vordering tot ontruiming.

[gedaagde] moet de woning ontruimen

3.5

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen, want het is zeer waarschijnlijk dat in een bodemprocedure de vordering tot ontruiming toegewezen wordt. De huurovereenkomst was namelijk gesloten voor de duur van twee jaar en [eisers] heeft op grond van artikel 3.4 van de huurovereenkomst [gedaagde] schriftelijk (op 5 maart 2026) geïnformeerd dat op 31 mei 2026 de huurovereenkomst eindigt. [eisers] mocht de huurovereenkomst ook beëindigen, want dat zijn partijen overeengekomen. [gedaagde] gebruikt de woning dus zonder recht of titel, want er is geen overeenkomst meer tussen partijen. Als eigenaar is [eisers] daarom bevoegd zijn zaak van een ieder die haar zonder recht houdt, op te eisen. Dit staat in artikel 5:2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna afgekort als: BW). Dit betekent dat [gedaagde] de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten.

3.6

[eisers] verzoekt de voorzieningenrechter om de ontruimingstermijn vast te stellen op zeven dagen na dagtekening van dit vonnis. Dat vindt de voorzieningenrechter onredelijk. De voorzieningenrechter stelt de ontruimingstermijn vast op veertien dagen. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan [gedaagde] door de deurwaarder is bezorgd.

[gedaagde] moet een gebruiksvergoeding betalen totdat de woning is ontruimd

3.7

[eisers] vordert een vergoeding van € 885,00 per maand vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd. Dit bedrag is gelijk aan de geldende huurprijs voor de woning. Deze vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, behalve ten aanzien van de maand juni 2026. [eisers] heeft namelijk gesteld dat voor de maand juni 2026 een betaling ter hoogte van de huur van [gedaagde] is ontvangen. De vordering is daarom toewijsbaar vanaf 1 juli 2026, voorzover die termijn uiteraard onbetaald is gebleven.

3.8

[gedaagde] moet wettelijke rente over de gebruiksvergoeding betalen als hij te laat is met betalen. De gevorderde wettelijke rente wijst de voorzieningenrechter toe vanaf het moment van opeisbaarheid en dus niet vanaf 12 juni 2026 (de dag van de dagvaarding). De gebruiksvergoeding wordt immers pas vanaf 1 juli 2026 toegewezen.

[gedaagde] moet de contractuele boete betalen

3.9

[gedaagde] moet de contractuele boete vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd, betalen. In artikel 11.1 onder c van de huurovereenkomst staat namelijk dat [gedaagde] een boete van € 50,00 per dag moet betalen voor iedere dag dat hij (onder andere) artikel 19 van de algemene bepalingen overtreedt. In artikel 19 van de algemene bepalingen staat dat de huurder het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst leeg en ontruimd, vrij van gebruiksrechten, behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van de sleutels en dergelijke aan verhuurder moet opleveren. [gedaagde] heeft hieraan niet voldaan, want hij woont na het einde van de huurovereenkomst nog in de woning. Hij moet daarom de contractuele boete, die in artikel 11.1 onder c van de huurovereenkomst is gemaximeerd op € 10.000,00, betalen.

3.10

[gedaagde] moet ook de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW betalen over de contractuele boete. De dagvaarding moet worden gezien als een schriftelijke aanmaning tot betaling van de contractuele boete. Daarom is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van de dagvaarding (12 juni 2026) tot de datum van volledige betaling. Dat is ook de periode waarover [eisers] de wettelijke rente vordert.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

3.11

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

93,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

967,02

3.12

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.13

De voorzieningenrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de voorzieningenrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres 1] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eisers] zijn, en de sleutels af te geven aan [eisers] ,

4.2

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen de contractuele boete van € 50,00 per dag vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de telkens verschuldigd geworden contractuele boete, vanaf 12 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,

4.3

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een schadevergoeding van € 885,00 per maand vanaf 1 juli 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid, tot de dag van volledige betaling,

4.4

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 967,02, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

4.5

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.6

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »