ECLI:NL:RBMNE:2026:5078

Datum uitspraak
22-07-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12046791 \ UC EXPL 26-138
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Bewijsopdracht dat gedaagde al betaald heeft.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12046791 \ UC EXPL 26-138

Tussenvonnis van 22 juli 2026

in de zaak van

INFOMEDICS B.V.,

te Almere,

eisende partij,

hierna te noemen: Infomedics,

gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 december 2025 met 3 producties,- de conclusie van antwoord van 15 januari 2026,- de conclusie van repliek van 22 april 2026.

1.2

Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1

[gedaagde] heeft op 21 mei 2025 een behandeling gehad bij zijn tandarts. De tandarts heeft de financiële afhandeling daarvan uitbesteed aan Infomedics. Infomedics stelt dat [gedaagde] de rekening voor de behandeling niet heeft betaald en wil dat [gedaagde] deze alsnog betaalt. [gedaagde] stelt dat hij al betaald heeft. Infomedics betwist deze betaling. De kantonrechter zal [gedaagde] een bewijsopdracht geven en elke verdere beslissing aanhouden.

3 De beoordeling

3.1

In deze zaak wil Infomedics dat [gedaagde] € 50,07 aan haar betaalt. Het staat tussen partijen niet ter discussie dat [gedaagde] behandeld is door zijn tandarts, dat de rekening € 50,07 bedroeg en dat [gedaagde] de rekening daarom moet betalen. [gedaagde] heeft dit namelijk niet tegengesproken.

3.2

Volgens [gedaagde] kan de vordering van Infomedics niet toegewezen worden, omdat hij al betaald heeft. Hij stelt namelijk dat hij de behandelingen van zijn tandarts altijd direct na afloop van de behandeling en ter plekke betaalt. Infomedics betwist deze stelling door aan te voeren dat er voor de behandeling van 21 mei 2025 geen betaling is ontvangen. Bovendien voert zij aan dat [gedaagde] in deze procedure geen betalingsbewijs heeft ingebracht en dat het aan hem is om de betaling aan te tonen.

3.3

Gelet op de betwisting door Infomedics heeft [gedaagde] bij deze stand van zaken te weinig onderbouwd dat hij de vordering betaald heeft. Het is aan hem om dit te bewijzen.1 Hoewel [gedaagde] geen conclusie van dupliek heeft genomen, ziet de kantonrechter in de gegeven omstandigheden aanleiding hem alsnog in de gelegenheid te stellen de juistheid van zijn standpunt te bewijzen. [gedaagde] heeft namelijk meerdere malen bij de tandarts om duidelijkheid gevraagd en heeft daarop geen antwoord gekregen. Infomedics heeft weliswaar gesteld dat hij zijn vragen aan haar moet stellen, maar zij heeft [gedaagde] verder evenmin duidelijkheid kunnen geven over de gang van zaken ten tijde van de behandeling.

3.4

De kantonrechter zal [gedaagde] daarom de opdracht geven om aan te tonen dat hij de tandartsrekening van de behandeling van 21 mei 2025 betaald heeft. Het ligt daarbij voor de hand om een rekeningafschrift van deze betaling in het geding te brengen. Alleen als het [gedaagde] lukt om de betaling aan te tonen, kan zijn betalingsverweer slagen. Als [gedaagde] er niet in slaagt om de betaling te bewijzen, dan kan de vordering van Infomedics worden toegewezen.

3.5

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

draagt [gedaagde] op te bewijzen dat hij de tandartsbehandeling van 21 mei 2025 betaald heeft,

4.2

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 voor uitlating door [gedaagde] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

4.3

bepaalt dat, als [gedaagde] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct uiterlijk woensdag 5 augustus 2026 in het geding moet brengen,

4.4

bepaalt dat, als [gedaagde] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden september tot en met december dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

4.5

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

!

!

!

AV(68729)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »