ECLI:NL:RBMNE:2026:2966

Datum uitspraak
20-05-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/16/607858 / HA ZA 26-113
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incident oproepen in vrijwaring. Referte

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/607858 / HA ZA 26-113

Vonnis in incident van 20 mei 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

advocaat: mr. W.J. de Vries,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [plaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

advocaat: mr. H.C. Uittenbogaart.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding

  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring en conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [gedaagde]

  • de conclusie van antwoord in het incident.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1

[gedaagde] heeft funderingspalen (draaipalen) geplaatst in de tuin van [eiser] . Op die palen heeft een andere aannemer, de heer [A] , een betonnen terras gestort. Daarop is de tuin van [eiser] aangelegd. [eiser] stelt in de hoofdzaak dat zijn tuin is verzakt. Hij vordert schadevergoeding van [gedaagde] , omdat hij stelt dat [gedaagde] minder draaipalen heeft geadviseerd en geplaatst dan nodig waren om het gewicht van de tuin te kunnen dragen.

2.2

In dit incident vraagt [gedaagde] of zij [A] in vrijwaring mag oproepen. Volgens [gedaagde] heeft [A] vóór het storten van de betonvloer gesignaleerd dat de betonconstructie te zwaar werd voor de aanwezige draaipalen. Op [A] rustte daarom de verplichting om [eiser] tijdig, duidelijk en ondubbelzinnig te waarschuwen voor de risico’s. Door niet te controleren of de palen de betonvloer konden dragen, heeft [A] volgens [gedaagde] gehandeld in strijd met de op hem rustende waarschuwingsplicht van artikel 7:754 BW.

2.3

[eiser] heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en laat de beslissing aan het oordeel van de rechtbank over.

2.4

De rechtbank zal de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring toewijzen. De door [gedaagde] aangevoerde gronden kunnen de vordering dragen.

2.5

De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd.

3 De beslissing

De rechtbank:

in het incident

3.1

staat toe dat de heer [A] door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van woensdag 17 juni 2026,

3.2

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

3.3

bepaalt dat er pas een mondelinge behandeling wordt gepland als de heer [A] in de vrijwaring van antwoord heeft gediend en bepaalt dat de mondelinge behandeling in de hoofdzaak gelijktijdig zal plaatsvinden met de mondelinge behandeling in de vrijwaring.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

ES5403

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »