ECLI:NL:RBMNE:2026:1375

Datum uitspraak
19-03-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Zaaknummer
25/7176
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT WIA ongegrond

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/7176

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 10 december 2025 van eiseres omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1

2. Op 10 december 2025 heeft eiseres een beroep ingediend omdat zij van mening is dat verweerder geen beslissing heeft genomen op haar aanvraag om herbeoordeling van

4 april 2025.

3. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat er momenteel nog een hoger beroep loopt tegen de primaire beslissing van 17 juli 2023. Verweerder stelt hierbij dat de redenen voor het indienen van het verzoek om herbeoordeling in deze procedure kunnen worden ingebracht. Daarbij geeft hij aan dat hij reeds een beslissing heeft genomen, op het verzoek om herbeoordeling, bij de brief van 25 juni 2025. Tot slot geeft hij aan dat er geen geldige ingebrekestelling is ontvangen omdat er op het moment van indienen al door verweerder kenbaar was gemaakt dat hij het besluit niet zou herzien. Hij stelt daarmee dat het beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond moet worden verklaard.

4. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 25 juni 2025 kan worden gekenmerkt als

een beslissing op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb. Eiseres heeft een aanvraag voor herbeoordeling van het dagloon ingediend. In de brief van verweerder is hierop geantwoord en aangegeven dat herziening van het dagloon in dit geval niet nodig is.

5. Het voorgaande heeft als gevolg dat er al een beslissing was genomen door verweerder

op het moment van indienen van het beroepschrift.

6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

7. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »