ECLI:NL:RBMNE:2026:1359

Datum uitspraak
03-03-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
NL:TZ:2600890:R-RK
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WSNP. Geen verkorting looptijd. Schuldenaar heeft weliswaar gespaard, maar heeft tijdens het minnelijk traject ook nieuwe schulden laten ontstaan. WSNP verzoek wel toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Utrecht

Rekestnummer: NL:TZ:2600890:R-RK

Vonnis verzoek toelaten tot de schuldsanering

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,

h.o.d.n. [handelsnaam] , KVK: [nummer] ,

hierna te noemen: [verzoeker] .

Waar deze zaak over gaat

De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft hij een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt de heer [verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 24 maart 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

1 De procedure

1.1.

De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 2 maart 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- de heer [verzoeker] ;

- mevrouw [A] , schuldhulpverleenster, namens Zuidweg & Partners;

- de heer [B] , beschermingsbewindvoerder, namens [bedrijf] t.h.o.d.n. [handelsnaam] .

2 Het verzoek

2.1.

De heer [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens de heer [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3 De beoordeling

De toelating

3.1.

De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

3.2.

De heer [verzoeker] voldoet aan de eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. De rechtbank wijst dit verzoek toe.

De duur

3.3.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex. artikel 349a Fw vast op achttien maanden. Er wordt dus geen eerdere ingangsdatum bepaald.

3.4.

De heer [verzoeker] heeft in het voortraject weliswaar € 5.953,90 gespaard voor zijn schuldeisers. Maar, er is in 2024-2025 ook een nieuwe schuld ontstaan bij de Belastingdienst van rond de € 9.982,-. Deze schuld is ontstaan doordat de heer [verzoeker] zijn onderneming heeft voortgezet, maar geen belastingen heeft betaald over zijn omzet en winst. Hierdoor is er per saldo eigenlijk niks gespaard voor de schuldeisers. Vandaar dat het verzoek voor de eerdere ingangsdatum niet zal worden toegekend. Het maakt bij dit oordeel niet uit dat het niet betalen van de belastingen het gevolg is van een misverstand bij de heer [verzoeker] , die namelijk dacht dat hij geen schulden mocht aflossen.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,

h.o.d.n. [handelsnaam] ,

4.2.

stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden;

4.3.

wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;

4.4.

benoemt tot rechter-commissaris mr. P.M.E. Bernini;

4.5.

benoemt tot bewindvoerder C.P.M. van der Helm,

Postbus 233,

3830 AE Leusden;

4.6.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van de heer [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.7.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.8.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »