ECLI:NL:RBMNE:2025:778

Datum uitspraak
24-02-2025
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
UTR 24/2089
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bezwaar niet tijdig ingediend. Kennelijk ongegrond beroep. 8:54 Awb

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/2089

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats 1] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder

(gemachtigde: mr. K.L. Vos).

Procesverloop

In de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van de onroerende zaken op de adressen [adres 1] in [plaats 1] en de [adres 2] in [plaats 2] (de woningen) voor het belastingjaar 2022 vastgesteld.

Eiser is op 7 april 2023 tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 27 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard aangezien eiser niet binnen de termijn van 6 weken na de dagtekening van de beschikking bezwaar heeft ingediend en de reden daarvoor niet verschoonbaar is. De WOZ-waarde van de woningen gehandhaafd.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 28 februari 2022. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 11 april 2022 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. Het beroep van eiser is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 27 december 2023, die ging over het bezwaar van eiser tegen het aanslagbiljet van 28 februari 2022 voor het belastingjaar 2022. Het bezwaar is van

7 april 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de heffingsambtenaar het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

3. Eiser zegt dat hij te laat was omdat hij dacht tot 10 april 2023 de tijd te

hebben om bezwaar in te dienen. Dat is geen geldige reden, op het aanslagbiljet staat dat tegen het besluit bezwaar ingediend kan worden tot zes weken na 28 februari 2022. Eiser heeft niet binnen deze periode bezwaar gemaakt, dat volgt ook uit overweging 2.

4. De heffingsambtenaar heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

5. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A. Barmentlo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

24 februari 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »