ECLI:NL:RBMNE:2025:2066

Datum uitspraak
26-03-2025
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/16/589081/HA ZA 25-103
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis betreffende kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2.248 BW. Een bestuursverbod wordt jegens gedaagde ingesteld ex artikel 106a Fw.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/589081 / HA ZA 25-103

Vonnis van 26 maart 2025

in de zaak van

MR. MAARTEN JOCHEM ROGIER JANSEN,

kantoorhoudende te Utrecht, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[onderneming] B.V., welke vennootschap statutair is gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiser,

advocaat mr. A.D. van Dalen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding d.d. 11 februari 2025 inclusief 3 producties;

  • het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd tegen

de vordering en hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd. Daarom wordt uitgegaan van

de juistheid van de stellingen van eiser. In dat licht komt het gevorderde de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van

het volgende.

2.2.

In het mitsdien wordt aan de griffier verzocht om het vonnis met bekwame

spoed aan de Kamer van Koophandel te sturen zodra het vonnis onherroepelijk is geworden.

De griffier kan echter niet vaststellen of en wanneer het vonnis onherroepelijk is, omdat sprake is van een verstekvonnis. Om die reden zal het vonnis direct na de datum van uitspraak worden verstuurd naar de Kamer van Koophandel.

2.3.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiser worden begroot op:

- dagvaarding € 120,21

- griffierecht 331,00

- salaris advocaat 614,00 (1,0 punt × tarief € 614,00)

- nakosten 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.243,21

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

legt aan de heer [gedaagde] (gedaagde), geboren op [1964] te [geboorteplaats] en wonende te [woonplaats] aan de [adres] ,

een bestuursverbod als bedoeld in artikel 106a ev. van de Faillissementswet op voor de duur van vijf jaren vanaf de datum dat dit vonnis ter zake in kracht van gewijsde is gegaan,

 met de bepaling dat dit bestuursverbod expliciet niet ziet op de rol die de heer [gedaagde] (gedaagde) heeft als bewindvoerder en mentor van [A] , geboren op [2001] ,

 met de bepaling dat de griffier van deze rechtbank wordt opgedragen om dit vonnis, met bekwame spoed (direct na de datum van uitspraak) aan de Kamer van Koophandel te sturen, zodat tot inschrijving van de heer [gedaagde] uit het Handelsregister en tot registratie van het opgelegde bestuursverbod kan worden overgegaan,

3.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.243,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.

Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »