ECLI:NL:RBMNE:2022:6541

Datum uitspraak
13-07-2022
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Zaaknummer
C/16/539091 / HA ZA 22-295
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing incidentele vordering tot voeging met andere procedure;artikel 222 Rv;voeging is alleen processueel van aard;is iemand bij een van de twee te voegen procedures geen partij, dan is dat na voeging niet anders;ook na voeging geldt onverminderd dat iemand geen processtukken kan indienen in de procedure waar hij geen partij bij is.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/539091 / HA ZA 22-295

Vonnis in incident van 13 juli 2022

in de zaak van

de stichting

ST. BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET KAPPERSBEDRIJF,

gevestigd te Woerden,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J. van Schendel te Enschede,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

APPEL PENSIOENUITVOERING B.V.,

statutair gevestigd te Amersfoort en kantoorhoudende te Almere,

2. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIE GROEP HOLLAND (AGH) (IN LIQUIDATIE),

statutair gevestigd te Rijswijk en kantoorhoudende te Huizen,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. A. Romein te Utrecht.

Eiser wordt hierna Bpf Kappers genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk Appel en AGH en gezamenlijk Appel c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging

  • de incidentele conclusie van antwoord

  • het voornemen van de rechtbank tot ambtshalve voeging

  • de akte uitlaten in het voegingsincident.

1.2.

Daarna is beslist dat er vonnis wordt gewezen in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Bpf Kappers vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer 535198 / HA ZA 22-123. Appel c.s. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.3.

Geen van partijen heeft ongelijk gekregen. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.4.

Appel c.s. vraagt om AGH als nieuw in de procedure betrokken partij in de gelegenheid te stellen een conclusie van antwoord te nemen. Voor zover Appel c.s. hiermee de onderhavige procedure bedoelt, mogen beide gedaagden (dus zowel Appel als AGH) een conclusie van antwoord indienen, zoals ook gebruikelijk is. Voor zover Appel c.s. met haar verzoek bedoelt dat AGH in de procedure waarmee gevoegd wordt (535198 HA ZA 22-123) een conclusie van antwoord mag nemen, wordt dat verzoek afgewezen. In die procedure is Appel eiser en Bpf Kappers gedaagde. AGH is daarin geen (gedaagde) partij. Dat de procedures worden gevoegd, verandert dat niet. Een voeging is processueel van aard. De gevoegde zaken behouden hun zelfstandigheid (en hun eigen rolnummer). Partijen kunnen slechts in hun eigen zaak proceshandelingen verrichten.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer 535198 / HA ZA 22-123,

3.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 augustus 2022 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2022.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »