RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/356157 / KG ZA 26-374
Vonnis in kort geding van 18 september 2026
in de zaak van
VENTURIAL RENAL AND SERVICE B.V.,
gevestigd te Venlo,
eisende partij,
hierna te noemen: VRS,
advocaat: mr. R.M. de Hair,
tegen
TECHPOINT GROUP B.V.,
gevestigd te Someren,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Techpoint,
advocaat: mr. S. Ploegmakers.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de vrijwillige verschijning van Techpoint- de mondelinge behandeling van 17 september 2026- de pleitnota van VRS- de pleitnota van Techpoint.
2 De feiten
Techpoint heeft – na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter – op 22 mei 2026 conservatoir derdenbeslag doen leggen onder ABN AMRO Bank N.V. (hierna: de derde-beslagene). Dit beslag treft het banksaldo van VRS tot een bedrag van € 50.000,00, althans al hetgeen de derde-beslagene aan VRS verschuldigd is of uit een reeds bestaande rechtsverhouding verschuldigd zal worden.
Techpoint heeft bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond, onder zaak/rolnummer C/03/354159 / HA ZA 26-306, een procedure tegen VRS aanhangig gemaakt waarin zij betaling heeft gevorderd van € 245.791,23, te vermeerderen met rente en kosten. VRS is in die procedure niet verschenen.
Bij verstekvonnis van 19 augustus 2026 heeft de rechtbank de vorderingen van Techpoint grotendeels toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Techpoint heeft het verstekvonnis aan VRS laten betekenen. Het eerder gelegde conservatoire derdenbeslag is daarmee overgegaan in een executoriaal beslag.
De deurwaarder heeft de derde-beslagene bij exploot van 24 augustus 2026 aangezegd tot betaling over te gaan. Daarmee is de derde-beslagene gehouden om op 21 september 2026 het bedrag waarop het beslag doel trof ( € 50.000) aan de deurwaarder dan wel rechtstreeks aan Techpoint af te dragen.
VRS heeft bij e-mail van 14 september 2026 aangekondigd in verzet te gaan tegen het gewezen verstekvonnis. VRS heeft Techpoint bij diezelfde e-mail verzocht om middels een gezamenlijke instructie aan de derde-beslagene de afdracht voor het beslagen bedrag op te houden totdat in de verzetprocedure is beslist over de door Techpoint gestelde vorderingen. Techpoint heeft hierop niet inhoudelijk gereageerd.
3 Het geschil
VRS vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van de rechtbank Limburg, locatie Roermond van 19 augustus 2026, gewezen onder zaak-/rolnummer C/03/354159 / HA ZA 26-306, schorst totdat in de door VRS tegen dat vonnis aanhangig gemaakte verzetprocedure bij vonnis is beslist;
II. Techpoint verbiedt om zolang de onder I bedoelde schorsing voortduurt enige betaling onder het ten laste van VRS onder ABN AMRO Bank N.V. gelegde derdenbeslag te verlangen, te ontvangen, te incasseren of anderszins te bewerkstelligen;
III. Techpoint beveelt om onmiddellijk, althans binnen twee uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, haar deurwaarder schriftelijk te instrueren iedere handeling gericht op afdracht of incasso onder het hiervoor bedoelde derdenbeslag te staken en gestaakt te houden zolang de onder I bedoelde schorsing voortduurt;
IV. Techpoint beveelt om binnen dezelfde termijn de derde-beslagene schriftelijk te berichten dat zolang de schorsing voortduurt geen betaling of afdracht aan Techpoint of haar deurwaarder dient plaats te vinden, met gelijktijdige toezending van een afschrift van dat bericht aan de advocaat van VRS;
Subsidiair
V. indien en voor zover de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis geheel te schorsen, Techpoint verbiedt om, totdat in de verzetprocedure bij vonnis in eerste aanleg is beslist, het ten laste van VRS onder ABN AMRO Bank N.V. gelegde beslag verder ten uitvoer te leggen door betaling of afdracht van het beslagen bedrag te verlangen, te ontvangen of anderszins te bewerkstelligen, waarbij het beslag voor het overige in stand blijft;
VI. Techpoint in dat geval eveneens beveelt haar deurwaarder en de derde-beslagene overeenkomstig het onder III en IV gevorderde te informeren en instrueren;
Primair en subsidiair
VII. bepaalt dat Techpoint voor iedere overtreding van het onder II dan wel V uit te spreken verbod en/of het onder III, IV dan wel VI uit te spreken bevel een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 50.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom;
VIII. Techpoint veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan;
IX. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter passend acht.
VRS legt aan de vordering het volgende ten grondslag. VRS stelt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij tijdelijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. Volgens VRS heeft de afdracht van het door het derdenbeslag getroffen bedrag aan Techpoint voor haar ingrijpende gevolgen. Zodra het bedrag aan Techpoint wordt uitgekeerd, verlaat het vermogen waarop VRS aanspraak heeft de sfeer waarin het door het beslag is geblokkeerd en komt het feitelijk in de macht van Techpoint. Indien het verstekvonnis in de verzetprocedure wordt vernietigd, zal VRS het aan Techpoint uitgekeerde bedrag moeten terugvorderen. Daarmee wordt VRS volgens haar blootgesteld aan een restitutierisico dat eenvoudig kan worden voorkomen door gedurende de, naar verwachting relatief beperkte, duur van de verzetprocedure de bestaande toestand te handhaven.
Daartegenover staat volgens VRS dat Techpoint door het reeds gelegde derdenbeslag voldoende zekerheid heeft voor verhaal. Het bedrag kan bij de derde-beslagene geblokkeerd blijven totdat in de verzetprocedure is beslist. Techpoint heeft volgens VRS daarom nu geen belang bij verdere tenuitvoerlegging van het verstekvonnis.
VRS voert voorts aan dat zich in dit geval bijzondere omstandigheden voordoen, omdat zij een startende onderneming is en niet over lopende inkomsten beschikt. Het volledige werkvermogen van VRS bevond zich ten tijde van de beslaglegging op haar bankrekening. Als gevolg van het beslag zijn deze middelen volgens VRS volledig geblokkeerd. Bij gebreke van andere inkomstenbronnen werd VRS daardoor naar eigen zeggen in eerste instantie ook feitelijk de mogelijkheid ontnomen om zich tegen de vorderingen van Techpoint te verweren, omdat zij niet over de financiële middelen beschikte om juridische bijstand in te schakelen.
Techpoint voert verweer. Techpoint concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VRS, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van VRS, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van VRS in de kosten van deze procedure.
Techpoint voert het volgende aan. Techpoint stelt dat zij wel degelijk een rechtens te respecteren belang heeft bij de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. Volgens Techpoint bestaat een reëel risico dat VRS gedurende de verzetprocedure failliet gaat. Techpoint wijst erop dat VRS zelf heeft gesteld niet over de middelen te beschikken om in de procedure te verschijnen. Techpoint voert verder aan dat de financiële problemen van VRS zich niet beperken tot haar verhouding met Techpoint. Volgens Techpoint verkeert VRS in bredere financiële problemen, waardoor een faillissement gedurende de verzetprocedure een reëel scenario is. Zolang het beslagen bedrag niet aan Techpoint wordt uitgekeerd, loopt Techpoint volgens haar het risico dat het beslag bij een faillissement van VRS komt te vervallen. Techpoint zou dan voor haar volledige vordering zijn aangewezen op verhaal in het faillissement en daarmee terugvallen in de positie van concurrent schuldeiser. Het enkele voortduren van het beslag waarborgt volgens Techpoint haar verhaalspositie daarom niet.
Techpoint betwist voorts dat de verzetprocedure slechts een relatief beperkte periode zal duren. Volgens Techpoint kan de verzetprocedure van zodanige duur zijn dat het hiervoor genoemde faillissementsrisico zich gedurende die periode eenvoudig kan verwezenlijken.
Het belang van Techpoint bij uitkering van het beslagen bedrag weegt volgens haar om de genoemde redenen zwaarder dan het belang van VRS bij het uitstellen van de executie.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Spoedeisend belang
Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende uit de aard van de vordering (executiegeschil in de zin van artikel 438 Rv).
Inhoudelijke beoordeling
Als uitgangspunt geldt dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis direct uitvoerbaar moet zijn, nog voordat in hoger beroep, of zoals hier, in verzet is beslist. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.
Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de voorzieningenrechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.
Gelet op deze maatstaf zullen de argumenten van partijen die betrekking hebben op de slagingskansen in de verzetprocedure buiten beschouwing worden gelaten.
Dat sprake zou zijn van een kennelijke misslag in het bestreden vonnis is niet door partijen gesteld en naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet gebleken.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank in het verstekvonnis van 19 augustus 2026 geen gemotiveerde beslissing heeft gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Daarom moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De voorzieningenrechter zal de belangen van partijen dan ook dienen af te wegen.
VRS heeft zich in de eerste plaats beroepen op het restitutierisico. Zij heeft echter niet onderbouwd dat een dergelijk risico zich daadwerkelijk voordoet. In het bijzonder heeft VRS niets gesteld over de vermogenspositie van Techpoint waaruit kan worden afgeleid dat Techpoint niet in staat zou zijn het ontvangen bedrag terug te betalen indien het verstekvonnis in de verzetprocedure wordt vernietigd. Dat sprake is van een concreet restitutierisico is dan ook niet gebleken.
Afgezien van dit niet onderbouwde restitutierisico heeft VRS geen andere belangen aangevoerd die tot het oordeel kunnen leiden dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis hangende de verzetprocedure moet worden geschorst. VRS heeft weliswaar als bijzondere omstandigheid aangevoerd dat zij een start-up is, niet over lopende inkomsten beschikt en als gevolg van het beslag niet over haar middelen kan beschikken. Ook heeft zij gesteld dat zij daardoor niet in staat was juridische bijstand te bekostigen en zich in de verstekprocedure te verweren. Deze omstandigheden leiden echter niet tot een ander oordeel. Voor zover VRS niet in de procedure is verschenen omdat zij niet over de financiële middelen beschikte om juridische bijstand te bekostigen, betreft dit een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt.
Daartegenover staat dat Techpoint wel een rechtens te respecteren belang heeft bij de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. Anders dan VRS stelt, brengt het enkele feit dat ten laste van VRS derdenbeslag is gelegd niet mee dat Techpoint daarmee reeds voldoende zekerheid voor verhaal heeft. Daarbij is van belang dat – zoals door Techpoint wordt aangevoerd en RVS ook zelf stelt – RVS in een financieel moeilijke situatie verkeert en niet over lopende inkomsten beschikt. Indien VRS failliet gaat voordat het beslagen bedrag aan Techpoint is uitgekeerd, bestaat het risico dat het beslag niet langer tot uitkering aan Techpoint leidt en Techpoint voor haar vordering is aangewezen op het faillissement van VRS. Techpoint zou daarmee haar huidige verhaalspositie verliezen en voor haar volledige vordering terugvallen op de positie van concurrent schuldeiser.
Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van VRS bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis totdat in de verzetprocedure is beslist, niet opweegt tegen het belang van Techpoint bij voortzetting van de tenuitvoerlegging. De vorderingen van VRS tot schorsing van de tenuitvoerlegging zullen dan ook worden afgewezen.
Proceskosten
VRS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Techpoint worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.101,00 |
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van VRS af,
veroordeelt VRS in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als VRS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Dethmers en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026. |
||