RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11998002 \ CV EXPL 25-5611
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY (NEDERLAND) B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: MSC,
gemachtigde: Likifin,
tegen
GLOBAL PRODUCERS B.V.,
te Venlo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Global Producers,
gemachtigde: mr. A. al Mansouri.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Global Producers is een internationale handelsonderneming die zich bezig houdt met het exporteren van exotisch fruit van Zuid-Amerika naar Europa. Het fruit verkoopt zij aan supermarkten.
MSC CA is een internationale handelsonderneming die onder meer goederen over zee vervoert.
MSC CA heeft in maart 2022 in opdracht van Global Producers twee containers met meloenen van Moin (Costa Rica) naar Antwerpen (België) verscheept. De containers zijn onder Bill of Lading nummer [Bill of lading nummer] vervoerd. Global Producers heeft de containers op 21 maart 2022 in de haven van Antwerpen in ontvangst genomen.
MSC heeft voor de verscheping vier (credit)facturen aan Global Producers gestuurd:
-
Factuur van 14 maart 2022 voor een bedrag van € 13.620,52;
-
creditfactuur van 15 maart 2022 voor een bedrag van € 13.630,52;
-
factuur van 15 maart 2022 voor een bedrag van USD 13.879,00;
-
factuur van 15 maart 2022 voor een bedrag van USD 697,00.
Global Producers heeft deze facturen betaald. Op 29 december 2022 zijn de facturen ten onrechte gecrediteerd. MSC heeft op 29 januari 2024 nieuwe facturen opgesteld voor de hiervoor vermelde verrichte diensten. Het gaat om de volgende facturen:
-
[factuur 1] ad € 95,00;
-
[factuur 2] ad € 12.811,00 (dit bedrag is het equivalent van 13.879,00 US dollar per factuurdatum 29-1-2024);
-
[factuur 3] ad € 697,00.
3 Het geschil
MSC vordert - samengevat - veroordeling van Global Producers tot betaling van € 17.365,13, vermeerderd met rente en kosten.
Global Producers voert verweer. Global Producers concludeert tot niet-ontvankelijkheid van MSC, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van MSC, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van MSC in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Global Producers voert een aantal verweren. De kantonrechter zal deze achtereenvolgens bespreken.
Is de vordering verjaard?
Global Producers stelt dat de vordering is verjaard. Zij beroept zich daarbij op artikel 5 lid 1 Rome I-Verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008) en de verjaringstermijn van zes maanden zoals deze is bepaald in artikel 9 van de Belgische wet van 25 augustus 1891. MSC betwist dat sprake is van verjaring. Volgens MSC zijn de facturen van 29 januari 2024 en de dagvaarding is uitgebracht op 14 november 2025, derhalve ruimschoots binnen de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar ex artikel 3:307 BW.
Allereerst moet worden beoordeeld welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Er is sprake van een vervoersovereenkomst. De meest kenmerkende prestatie is daarom de levering en niet de facturering of betaling daarvan. De overeengekomen plaats van aflevering was Antwerpen (België). Dit houdt in dat op grond van artikel 5 lid 1 Rome I-Verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008) Belgisch recht van toepassing is. Global Producers beroept zich op de verjaringstermijn van zes maanden van artikel 9 van de Belgische wet van 25 augustus 1891. Deze wet is vervangen door het Wetboek van Economisch Recht (WER) uit 2018 (zie Belgisch Staatsblad 27.04.2018 – ed. 2 – moniteur Belge – 36919) en is daarom op onderhavige vervoersovereenkomst van toepassing. In artikel X.49 van dit wetboek is – voor zover thans van belang – het volgende opgenomen:
“Alle rechtsvorderingen, ontstaan uit de overeenkomst van goederenvervoer, met uitzondering van het ziekenvervoer en van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van zes maanden ten aanzien van binnenlands vervoer en door verloop van een jaar ten aanzien van internationaal vervoer.
De verjaring loopt, in geval van totaal verlies of van vertraging, van de dag waarop het vervoer had moeten plaatshebben, en in geval van gedeeltelijk verlies of van beschadiging, van de dag der afgifte van de goederen. In geval van onregelmatige toepassing van het tarief of van fouten in de berekening van de vervoerkosten en bijkomende kosten, loopt de verjaring van de dag der betaling.
De rechtsvorderingen ontstaan uit de overeenkomst van personen vervoer, met uitzondering van die welke volgen uit een strafbaar feit, verjaren door verloop van één jaar. De verjaring loopt van de dag waarop het feit dat tot de rechtsvordering aanleiding geeft, zich heeft voorgedaan.
Regresvorderingen moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen de termijn van een maand, te rekenen van de dagvaarding die tot het regres aanleiding geeft.”
De kantonrechter stelt vast dat de verjaringstermijn in dit geval een jaar is vanaf het moment dat de goederen waren geleverd. Dat was in maart 2022. Nu de facturen zijn uitgebracht in januari 2024, dus twee jaar na de levering, is de vordering tot betaling verjaard. Deze behoeft daarom geen verdere bespreking en wordt afgewezen.
MSC is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Global Producers worden begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
864,00 |
(2 punten × € 432,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.008,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen af;
veroordeelt MSC in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MSC niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt MSC tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.