ECLI:NL:RBLIM:2025:9556
Inhoudsindicatie
Verklaring voor recht dat de buitenlandse geboorteakte van verzoekster waarop de man als vader wordt vermeld van rechtswege in Nederland wordt erkend. Toepassing van de artikelen 10:100 BW en 10:101 BW.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 10:100 BW Burgerlijk Wetboek Boek 10
- Art. 10:101 BW Burgerlijk Wetboek Boek 10
- Art. 10:102 BW Burgerlijk Wetboek Boek 10
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBLIM:2025:3287 — 07-04-2025 Rb. Limburg Civiel recht
Verklaring voor recht dat de man de juridische vader is van de in Irak uit een Irakees huwelijk geboren kinderen. Toepassing van de artikelen 10:100 BW en 10:101 BW. Bigame karakter komt aan het tweede huwelijk waaruit de kinderen zijn geboren te ontvallen. - ECLI:NL:HR:2023:27 — 13-01-2023 Hoge Raad Civiel recht
Nationaliteitsrecht; IPR. Verkrijging van Nederlanderschap. Erkenning in 2010 in Dominicaanse Republiek van minderjarige door Nederlandse man die kort voordien gehuwd was met ander dan moeder van minderjarige. Tot 1 april 2014 geldend wettelijk beletsel van art. 1:204 BW lid 1,… - ECLI:NL:GHSHE:2021:391 — 11-02-2021 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de erkenning van het buitenlands polygaam huwelijk van de man op grond van art. 10:32 BW onverenigbaar is met de Nederlandse openbare orde vanaf het moment dat de man het Nederlanderschap heeft verworven. Daardoor stuit ook de… - ECLI:NL:HR:2017:942 — 19-05-2017 Hoge Raad Civiel recht
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld… - ECLI:NL:RBDHA:2016:10145 — 18-08-2016 Rb. Den Haag Civiel recht
RWN: kind uit bigaam huwelijk: Geschil betreft de vraag of bij toepassing van erkenningsregel van artikel 10:101 BW de geldigheid van het aan de afstamming ten grondslag liggende huweljk wel of niet een zelfstandig vereiste moet zijn. Prejudiciele vragen.