ECLI:NL:RBLIM:2023:7538

Datum uitspraak
20-12-2023
Instantie
Rechtbank Limburg
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/03/307199 / HA ZA 22-305
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Na onttrekking door advocaat zijn en zijdens eiseres geen proceshandelingen meer verricht. Eiseres heeft aldus niet het aan haar opgedragen bewijs geleverd. Vorderingen afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer / rolnummer: C/03/307199 / HA ZA 22-305

Vonnis van 20 december 2023

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

geen advocaat meer gesteld hebbende,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat: mr. F.H. Kuiper te Heerlen.

Partijen zullen hierna “ [eiseres] ” en “ [gedaagde] ” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het B2-formulier van de zijde van [eiseres] , waarbij mr. Wolfs zich heeft onttrokken als advocaat, ontvangen op 27 juli 2023 en verwerkt op de rol van 2 augustus 2023,

  • het tussenvonnis van 13 september 2023,

  • het B-5 formulier van de zijde van [gedaagde] van 11 oktober 2023,

  • het B16-formulier van de zijde van [gedaagde] van 1 november 2023, waarbij de rechtbank wordt verzocht om vonnis te wijzen ex art. 2.14 procesreglement.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Ter rolle van 2 augustus 2023 heeft de advocaat van [eiseres] zich onttrokken. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leidt onttrekking van de advocaat niet tot schorsing van de procedure, omdat onttrekking niet op één lijn gesteld kan worden met de dood of het verlies van de betrekking van de gestelde advocaat. De rechtsverhouding tussen de zich onttrekkende advocaat en zijn (voormalig) cliënt brengt mee dat op de advocaat de plicht rust zijn (voormalig) cliënt te wijzen op de gevolgen van de onttrekking en op de noodzaak om een nieuwe advocaat te doen optreden indien hij zich in het rechtsgeding wil doen vertegenwoordigen. Gelet op de toelichting in onttrekkingsbericht van de advocaat van [eiseres] , neemt de rechtbank aan dat hieraan voldaan is.

2.2.

In het tussenvonnis van 13 september 2023 is beslist dat [eiseres] op grond van artikel 150 Rv bewijs dient te leveren van de feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat erflater op 31 juli 2018 aan een geestelijke stoornis leed en dat als gevolg van die geestelijke stoornis de wil bij erflater ontbrak tot het maken van een uiterste wilsbeschikking.

2.3.

Na de onttrekking heeft zich voor [eiseres] niet opnieuw een procesvertegenwoordiger gesteld. Daardoor heeft [eiseres] geen mogelijkheid meer om processuele handelingen te verrichten. De omstandigheid dat zich geen nieuwe advocaat heeft gesteld voor [eiseres] komt in beginsel voor haar rekening en belette [gedaagde] niet om vonnis te vragen, hetgeen [gedaagde] ook heeft gedaan.

2.4.

Uit het voorgaande volgt dat [eiseres] niet het aan haar opgedragen bewijs heeft geleverd. Nu zij geen bewijs heeft geleverd, betekent dit dat niet is komen vast te staan dat de uiterste wilsbeschikking van 31 juli 2018 opgemaakt door erflater nietig is. De slotsom is dan ook dat de in dat kader gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar is en moet worden afgewezen.

2.5.

Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden

gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, wijst de vorderingen af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »