ECLI:NL:RBLIM:2022:4427
Inhoudsindicatie
Ontbinding en ontruiming van een winkelpand en betaling van onder meer een huurachterstand van € 155.946,83. Verzoek om huurmatiging in verband met de coronamaatregelen wordt afgewezen. De huurovereenkomst is na 15 maart 2020 gesloten. Dit houdt in dat huurder niet automatisch…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 6:258 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 7:290 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 444 Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBAMS:2022:3065 — 25-05-2022 Rb. Amsterdam Civiel recht
Huur restaurant; corona-huurkorting in kort geding; ondanks ontbreken referentie-omzet voor startend bedrijf toch huurkorting als voorlopige voorziening vooruitlopend op eventuele bodemprocedure. - ECLI:NL:GHAMS:2021:2300 — 20-07-2021 Hof Amsterdam Civiel recht
Kort geding. Huur bedrijfsruimte. Vordering tot betaling achterstallige huurtermijnen. Coronapandemie is onvoorziene omstandigheid. In dit geval toch geen huurkorting, omdat huurder het door haar gestelde financiële nadeel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Ontruiming… - ECLI:NL:RBGEL:2021:782 — 17-02-2021 Rb. Gelderland Civiel recht
Huur bedrijfsruimte. Einde huurovereenkomst na opzegging. Gebrek door overheidsmaatregelen i.v.m. corona. Huurprijsvermindering uitgesloten bij algemene voorwaarden. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid / onvoorziene omstandigheden door corona? - ECLI:NL:RBAMS:2020:4752 — 01-09-2020 Rb. Amsterdam Civiel recht
Huurachterstand bij een zalencentrum voor feesten en partijen, verplichte sluiting voor 2,5 maanden ivm coronacrisis. In kort geding wordt geoordeeld dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid is ex art. 6:258 BW. Opleggen omzetafhankelijke huur wordt afgewezen. Wel wordt… - ECLI:NL:RBLIM:2020:5994 — 12-08-2020 Rb. Limburg Civiel recht
Ontruiming bedrijfspand in kort geding wegens huurachterstand. Geen sprake van een omstandigheid (ex art. 6:265 BW) die van dien aard is dat verhuurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst mag verwachten.