ECLI:NL:RBGEL:2026:7925

Datum uitspraak
12-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05-196451-25 en 05-076868-26 (ter terechtzitting gevoegd)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek voor het vervoeren en aanwezig hebben van methamfetamine.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/196451-25 en 05/076868-26 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak : 12 oktober 2026

Tegenspraak (279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] (hierna: [verdachte] ),

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. G.F. Schadd, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/196451-25

hij op of omstreeks 14 januari 2025 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of heeft vervoerd, een hoeveelheid methamfetamine, te weten (ongeveer) 9480 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

parketnummer 05/076868-26

hij op of omstreeks 15 maart 2026 te Arnhem, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [agent 1] (agent) en/of [agent 2] (brigadier), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door

- zich in tegengestelde richting te bewegen dan die waarin voornoemde verbalisanten hem trachtten te bewegen, en/of

- zijn armen niet te strekken

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een schaafwond bij de elleboog, althans enig letsel bij die [agent 2] ten gevolge heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/196451-25

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) reden op 14 januari 2025 in uniform in een opvallend dienstvoertuig in Arnhem. Hun verkeerslicht straalde groen uit en zij zagen een auto van rechts naderen, die hortend en stotend de kruising over kwam rijden. Zij hadden het vermoeden dat die auto een rood uitstralend verkeerslicht had genegeerd. Aangezien de bestuurder hortend en stotend zijn weg vervolgde en vervolgens zijn alarmverlichting instelde, hebben zij de bestuurder staande gehouden om te vragen wat hij aan het doen was. Bij het benaderen van het voertuig zagen de verbalisanten twee personen uit het voertuig springen die het voertuig gingen aanduwen. [verbalisant 2] hoorde hen zeggen dat de accu van het voertuig leeg was en dat ze naar een laadstation moesten. Medeverdachte [medeverdachte 1] was de bestuurder van de auto, [verdachte] zat rechts voorin de auto en medeverdachte [medeverdachte 2] zat links achterin de auto.

Uit de bevraging van het voertuig door [verbalisant 1] bleek dat het voertuig was gehuurd. Daarna kreeg [verbalisant 1] een foutmelding in zijn operationele informatiesystemen. Vervolgens vroegen de verbalisanten aan [medeverdachte 1] een geldig rijbewijs. [medeverdachte 1] overhandigde zijn rijbewijs, maar omdat [verbalisant 1] bij het bevragen van dit rijbewijs wederom een storing kreeg, was op dat moment niet duidelijk of het rijbewijs geldig was. De verbalisanten zijn vervolgens verder gereden.

Bij het wegrijden kreeg [verbalisant 1] alsnog de bevraging binnen. Het bleek dat het rijbewijs van bestuurder [medeverdachte 1] ongeldig was verklaard en dat hij zijn rijbewijs nog niet had ingeleverd bij het CBR. Daarnaast zag hij dat [medeverdachte 1] meerdere antecedenten had en als vuurwapengevaarlijk bekend stond. Vervolgens zijn zij teruggereden naar het voertuig en zagen ze dat de drie mannen buiten het voertuig stonden. De verbalisanten hebben [medeverdachte 1] medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en dat hij het in moest leveren. [medeverdachte 1] zei dat het allemaal niet klopte en dat hij onlangs had betaald aan het CBR. Hij liet documenten zien aan [verbalisant 1] en daarop stond ook dat zijn rijbewijs ongeldig was. Hierop heeft [verbalisant 1] zijn rijbewijs ingenomen. Na bevraging bleek dat [medeverdachte 2] geen rijbewijs had en dat hij gesignaleerd stond onder schorsende voorwaarden en dat [verdachte] antecedenten had en ook als vuurwapengevaarlijk bekendstond.

Gezien de samenstelling, het gedrag en de politionele informatie vroegen de verbalisanten de mannen of zij in het bezit waren van wapens of vuurwapens. Zij ontkenden dat, gaven toestemming om hen te fouilleren en het viel [verbalisant 1] op dat [medeverdachte 2] naar zijn nektas keek. Bij de fouillering vond [verbalisant 1] in de nektas van [medeverdachte 2] een groot mes, vermoedelijk een stiletto. [verdachte] werd ook gefouilleerd, maar er werd niets aangetroffen. Vervolgens wilde [verbalisant 1] [medeverdachte 1] fouilleren, maar hij zag dat deze naar het rechterachterportier liep en iets deed op de achterbank. [verbalisant 1] zei dat [medeverdachte 1] daar weg moest blijven en dat hij zijn handen wilde zien. [medeverdachte 1] kwam naar [verbalisant 1] toe en liet zich fouilleren. [verbalisant 1] wilde kijken wat [medeverdachte 1] bij het achterportier had gedaan, maar [medeverdachte 1] ging voor [verbalisant 1] staan, zodat hij niet op de achterbank kon kijken. [verbalisant 1] heeft [medeverdachte 1] vervolgens weggetrokken en hij zag een grote kartonnen doos staan op de achterbank. Aangezien [medeverdachte 1] daar iets had gedaan, keek [verbalisant 1] in de doos die geopend was. Hij zag hierin meerdere vuilniszakken waarvan er één deels open stond. Hij zag hierin meerdere bakjes met daarin witte kristalachtige substantie, wat hij herkende als mogelijke harddrugs. Verder roken de verbalisanten een sterke chemische geur in de auto. [verbalisant 1] wilde aan zijn collega aangeven wat hij had gezien toen hij zag dat [medeverdachte 1] in zijn richting keek.

Vervolgens zagen de verbalisanten dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het op een lopen zetten. [verbalisant 1] heeft [medeverdachte 2] vastgegrepen en aangehouden. [medeverdachte 1] rende weg en is niet meer aangetroffen. [verbalisant 2] is achter [verdachte] aan gerend en heeft meermaals luidkeels geroepen: “politie, staan blijven”. Hij zag dat [verdachte] bleef rennen. Uiteindelijk heeft [verbalisant 1] hem aangehouden.2

Bij de doorzoeking van het voertuig zijn goederen aangetroffen. Dit waren, onder andere, twee iPhones en een op de rechterkant van de achterbank staande doos met daarin verschillende zwarte vuilniszakken, waarin doorzichtige plastic bakjes met daarin een witte en kristalachtige substantie zaten.3 Deze goederen zijn in beslag genomen.4 Het gedeelte van één van de vuilniszakken dat gedraaid zat, is bemonsterd door de politie.5 Daarna is dit onderzocht door Eurofins TMFI en hieruit bleek dat het DNA-mengprofiel afkomstig is van minimaal vier donoren. Het DNA-profiel van [verdachte] komt overeen met dit DNA-mengprofiel. De frequentie van voorkomen van dit DNA-profiel is berekend en is kleiner dan één op één miljard.6 Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat [verdachte] één van de donoren van celmateriaal in de bemonstering is geweest. De witte substantie is vervolgens forensisch onderzocht door de politie en daarbij zijn sporen veiliggesteld.7 Het NFI heeft de witte substantie onderzocht en het bleek te gaan om 9480 gram methamfetamine.8

Verder is een van de in beslag genomen telefoons, de iPhone 7, te koppelen aan [verdachte] . De telefoon is aangetroffen op de grond voor de bijrijdersstoel. Op deze telefoon zijn chatberichten aangetroffen die gingen over de verwerking en productie van methamfetamine en de grondstoffen die daarvoor nodig zijn. Ook werden berichten verzonden waarin werd gedeeld wat de aanwezige voorraad was en er werd gesproken over transport. In het bijzonder werd gesproken over 9,580 kilo (op 14 januari 2025 is het bericht verstuurd: “We hebbe 9,580 kilo bij”). Daarnaast werd ook gesproken over afspraken over geld en betalingen en het ronselen van mensen voor uithaaloperaties.9

De andere telefoon, een iPhone 8, is te koppelen aan [medeverdachte 2] . De telefoon is in de broekzak van [medeverdachte 2] aangetroffen. In deze telefoon zijn foto’s van methamfetamine en werkinstructies voor de verwerking van harddrugs aangetroffen. Ook zijn er Snapchatberichten aangetroffen in de periode tussen 1 januari 2025 en 13 januari 2025 waarin werd gesproken over het verwerken van drugs, het schoonmaken van een lab, het ophalen van harddrugs en het uithalen van harddrugs. Op 13 januari 2025 chat [verdachte] aan [medeverdachte 2] : “We hebbe morge wel product in de auto”. Daarnaast chat [medeverdachte 1] diezelfde dag met [medeverdachte 2] het volgende:

• Fit rij je met ons mee of ga je zelf naar daar

•Ik rij met bing naar jullie

• GelreDome ?

•Jaa als goed is wel man

Uit de analyse van de chathistorie kan worden opgemaakt dat verdachte hier heeft samengewerkt met [medeverdachte 2] en mogelijk met [medeverdachte 1] .10

Verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht tijdens de verhoren bij de politie en is niet verschenen ter terechtzitting.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging in Arnhem 9480 gram methamfetamine opzettelijk aanwezig hebben gehad en vervoerd. Verdachte is op 14 januari 2025 met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] tezamen met een grote doos bevattende 9480 gram Methamfetamine al rijdend in een auto aangetroffen. In de auto hing een sterke chemische geur. Het DNA van verdachte is aangetroffen op één van de vuilniszakken die in de auto stond. Daarnaast heeft hij de dag voorafgaand aan de aanhouding met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gechat over het hebben van een product in de auto en het meerijden met elkaar. Verder blijkt uit het onderzoek van de telefoon van verdachte dat hij zich bezighield met de productie en handel in drugs, en is door [verdachte] op de dag van de aanhouding een bericht verstuurd waarin hij zegt: “we hebben 9,580 kilo bij”. Op grond van genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank voorts van oordeel dat hier sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten.

Parketnummer 05/076868-26

Op 15 maart 2026 waren agent [agent 1] en brigadier [agent 2] op de Korenmarkt in Arnhem en zij zagen dat een man non-verbale agressieve handelingen deed door met zijn armen te zwaaien voor het gezicht van beveiligers van het sus-team. Ook stond de man de medewerkers van het sus-team agressief te woord. [agent 1] vroeg de man naar zijn identiteitsbewijs en hij merkte dat de man onder invloed was, omdat hij met dubbele tong mompelde en onvast ter been was. De man deed meerdere pogingen zijn identiteitsbewijs te pakken. De man zei tegen [agent 1] dat hij er klaar mee was en dat hij weg ging en de man liep weg. [agent 1] pakte de man bij zijn rechterarm en hij voelde dat de man zijn arm wegtrok. [agent 1] zei tegen de man dat hij aangehouden was wegens het niet tonen van zijn identiteitsbewijs. [agent 2] pakte de man ook vast met zijn linkerhand en -arm. [agent 2] maakte een nekomstrengeling en hij voelde dat verdachte tegen begon te werken. De man wilde een andere kant op dan de kant die [agent 2] hem op wilde brengen. In de worsteling zijn de man en [agent 2] ten val gekomen en [agent 2] heeft hemzelf en de man opgevangen op zijn rechterelleboog en rechterknie. [agent 2] voelde een hevige pijn in zijn rechterelleboog. Vervolgens kwam de man op zijn buik terecht en hij werkte niet mee aan de vordering zijn arm te strekken, teneinde hem te boeien. De man bleef zich verzetten tegen zijn aanhouding. [agent 1] heeft daarna met een gebalde vuist twee slagen gegeven op de romp van de man. Vervolgens merkten de verbalisanten dat de man meewerkte en hebben zij hem geboeid en meegenomen naar het politiebureau. Voor het transport hebben zij een veiligheidsfouillering uitgevoerd, waarbij een paspoort op naam van [verdachte] met als geboortedatum [geboortedag] 2002 werd aangetroffen.11 [agent 2] heeft hierbij letsel opgelopen, namelijk een wond op zijn elleboog en twee rode plekken op zijn knie.12

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij zijn aanhouding zich in tegengestelde richting heeft bewogen dan die waarin die verbalisanten hem probeerde te bewegen en dat hij zijn arm niet heeft gestrekt. Hierdoor zijn verdachte en verbalisant [agent 2] ten val gekomen, waardoor lichamelijk letsel is ontstaan bij [agent 2] , namelijk een schaafwond bij zijn elleboog en twee rode plekken op zijn knie.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 05/196451-25

hij op of omstreeks 14 januari 2025 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of heeft vervoerd, een hoeveelheid methamfetamine, te weten (ongeveer) 9480 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

parketnummer 05/076868-26

hij op of omstreeks 15 maart 2026 te Arnhem, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [agent 1] (agent) en/of [agent 2] (brigadier), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door

- zich in tegengestelde richting te bewegen dan die waarin voornoemde verbalisanten hem trachtten te bewegen, en/of

- zijn armen niet te strekken

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een schaafwond bij de elleboog, althans enig letsel bij die [agent 2] ten gevolge heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 05/196451-25

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

parketnummer 05/076868-26

wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat niet dient te worden gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten, maar naar vergelijkbare jurisprudentie en dat rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat de reclassering heeft aangegeven, dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet de voorkeur geniet vanuit reclasseringsperspectief, omdat dit zal bijdragen aan meer instabiliteit op meerdere leefgebieden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten in een auto bijna negen en een halve kilo aan methamfetamine vervoerd. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs schadelijk is voor de volksgezondheid. Bovendien leidt de handel in en het gebruik van harddrugs veelal tot vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. Verdachte heeft hier, door de drugs te vervoeren, indirect aan bijgedragen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Hij heeft zich verzet tegen zijn aanhouding, waardoor letsel is ontstaan bij een politieagent en hij heeft de verbalisanten belemmerd hun werk te doen. Met zijn verzet heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het bevoegde gezag.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, gedateerd 12 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij meermaals is veroordeeld voor verschillende feiten. Hierbij valt op dat verdachte in 2018, vallend buiten de recidivetermijn, is veroordeeld voor een Opiumwetdelict en dat verdachte in 2025 in België is veroordeeld, waarbij 40 maanden gevangenisstraf zijn opgelegd voor het leiden van een criminele organisatie.

De reclassering heeft een rapport opgesteld gedateerd 14 april 2026. De reclassering ziet geen delictpatroon, maar wel zorgelijke gedragingen en er is sprake van een aantal risicoverhogende factoren. Verdachte heeft geen stabiele huisvesting, hij heeft schulden en hij heeft een baan waarin hij weinig werkplezier ervaart. Verder bemoeilijkt de proceshouding van verdachte het duiden van delictgerelateerde criminogene factoren, mogelijk zijn het negatieve sociale netwerk en de financiële situatie toentertijd van invloed geweest. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld en adviseert een plan van aanpak om gedragsverandering teweeg te brengen, toekomstperspectief te bieden en het recidiverisico te beperken. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante begeleiding, dagbesteding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang en ambulante behandeling.

Naar het oordeel van de rechtbank is wegens de ernst van de feiten enkel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank onder meer rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De LOVS-oriëntatiepunten gaan bij het vervoeren van tussen de negen en tien kilo harddrugs uit van 36 maanden gevangenisstraf. De rechtbank heeft op grond van het dossier en wegens de proceshouding van verdachte geen inzicht gekregen in de rol van verdachte bij de bewezenverklaarde feiten, waardoor de rechtbank daar geen rekening mee kan houden. Verder acht de rechtbank het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden niet passend. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of verdachte bereid is zich te houden aan bijzondere voorwaarden gelet op de proceshouding van verdachte bij zijn verhoor en bij de reclassering en het niet verschijnen van verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van het beslag

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de auto gevonden telefoon merk/type X terug dient te worden gegeven aan de (onbekende) rechthebbende.

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

Beoordeling van de rechtbank

De rechtbank merkt op dat de telefoon van het merk/type X niet is vermeld op de beslaglijst.13 Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt echter dat de rechtbank een beslissing over ex artikel 94 Sv in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, dient te nemen als ter terechtzitting blijkt dat op die voorwerpen nog beslag rust, ook als de beslaglijst geen melding van die voorwerpen maakt.14 Uit het dossier blijkt dat op de onderstaande voorwerpen nog beslag rust en de rechtbank beslist daarom als volgt. De rechtbank zal de teruggave van telefoon X de (onbekende) rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 47 en 180 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de telefoon merk/type X aan de (onbekende) rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel en

mr. J.L. Wesstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026.

Mr. J.L. Wesstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »