RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/274962-25
Datum uitspraak : 25 september 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] ,
raadsman: mr. M. Jonk, advocaat in Amsterdam
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 15 juni 2020 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging
met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht
- een (grote) hoeveelheid MDMA en/of XTC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende MDMA en/of
- een (grote) hoeveelheid heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende heroïne en/of
- een (grote) hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende amfetamine,
zijnde MDMA en/of heroïne en/of amfetamine
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 11 februari 2021 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens)
opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of aanwezig gehad en/of vervaardigd
- een (grote) hoeveelheid MDMA en/of XTC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende MDMA en/of
- een (grote) hoeveelheid amfetamine-olie, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende amfetamine en/of
- een (grote) hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende cocaïne en/of
- een (grote) hoeveelheid 4-MMC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende 4-MMC en/of
- een (grote) hoeveelheid methamfetamine en/of crystal meth, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal/stof bevattende methamfetamine en/of
zijnde MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of
methamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de
Opiumwet;
3.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 11 februari 2021 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren en/of aanwezig
te hebben en/of te vervaardigen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)
materia(a)l(en) bevattende) MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of
4-MMC en/of methamfetamine, zijnde telkens middelen vermeld op de bij de
Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, hij en/of
het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet te weten het opzettelijk binnen of
buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de
Opiumwet behorende lijst I
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
- aan meerdere encrypted groepschats deel te nemen die vrijwel uitsluitend
betrekking hebben op de handel van MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne
en/of 4-MMC en/of methamfetamine in elk geval een bij de Opiumwet verboden
middel/middelen,
- door (telefonisch) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of
berichten en/of foto’s te sturen naar en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of
afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) leverancier(s),
transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), producent(en) en/of
anderen, met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling,
verpakking, opslag en/of vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid MDMA en/of
amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of methamfetamine,
- te handelen in één of meerdere precursoren en/of preprecursoren voor het maken
van MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of
methamfetamine (APAAN en/of fosforzuur en/of mierenzuur en/of caustic soda
en/of BMK-olie en/of zoutzuur en/of methanol en/of aceton en/of tartaric).
2 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1,2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 15 juni 2020 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging
met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht
- een (grote) hoeveelheid MDMA en/of XTC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende MDMA en/of
- een (grote) hoeveelheid heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende heroïne en/of
- een (grote) hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende amfetamine,
zijnde MDMA en/of heroïne en/of amfetamine
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 11 februari 2021 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens)
opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of aanwezig gehad en/of vervaardigd
- een (grote) hoeveelheid MDMA en/of XTC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende MDMA en/of
- een (grote) hoeveelheid amfetamine-olie, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende amfetamine en/of
- een (grote) hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende cocaïne en/of
- een (grote) hoeveelheid 4-MMC, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal/stof bevattende 4-MMC en/of
- een (grote) hoeveelheid methamfetamine en/of crystal meth, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal/stof bevattende methamfetamine en/of
zijnde MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of
methamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de
Opiumwet;
3.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2020
tot en met 11 februari 2021 te Gorssel, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,
afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig
te hebben en/of te vervaardigen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)
materia(a)l(en) bevattende) MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of
4-MMC en/of methamfetamine, zijnde telkens middelen vermeld op de bij de
Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, hij en/of
het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet te weten het opzettelijk binnen of
buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de
Opiumwet behorende lijst I
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
- aan meerdere encrypted groepschats deel te nemen die vrijwel uitsluitend
betrekking hebben op de handel van MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne
en/of 4-MMC en/of methamfetamine in elk geval een bij de Opiumwet verboden
middel/middelen,
- door (telefonisch) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of
berichten en/of foto’s te sturen naar en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of
afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) leverancier(s),
transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), producent(en) en/of
anderen, met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling,
verpakking, opslag en/of vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid MDMA en/of
amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of methamfetamine,
- te handelen in één of meerdere precursoren en/of preprecursoren voor het maken
van MDMA en/of amfetamine-olie en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of
methamfetamine (APAAN en/of fosforzuur en/of mierenzuur en/of caustic soda
en/of BMK-olie en/of zoutzuur en/of methanol en/of aceton en/of tartaric).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
3 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 3:
medeplegen van
om een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen/vervoermiddelen/stoffen/ gelden/andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
en
om een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich/een ander gelegenheid/middelen/ inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen,
meermalen gepleegd.
4 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
5 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
6 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit een alternatief te vinden voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende zeer ernstige drugsgerelateerde strafbare feiten. Hij heeft veelvuldig en langdurig via encryptietelefoons gecommuniceerd over (de organisatie van) het voorbereiden en bevorderen van de handel in verschillende soorten harddrugs. Verdachte heeft ook een aandeel gehad in de uitvoer van harddrugs naar het buitenland. Hij onderhield contact met verschillende personen betrokken in de handel in drugs. Daarnaast maakte verdachte zich samen met anderen ook schuldig aan de productie en handel in diverse harddrugs. Verdachte heeft bij al deze activiteiten gebruik gemaakt van een versleuteld account via Sky-ECC, met het doel buiten het zicht van de politie te blijven. Het account werd alleen gebruikt voor het organiseren en plegen van strafbare feiten met de kennelijke bedoeling om snel en vooral veel geld te verdienen in het criminele circuit.
Het is algemeen bekend dat harddrugs een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormen en de toename van vermogens- en geweldsdelicten bevorderen. De (grootschalige) drugshandel kan bovendien in verband gebracht worden met zeer ernstige (gewelds)delicten, waarbij zowel personen uit het criminele circuit als personen uit de bovenwereld het slachtoffer worden. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de personen die betrokken zijn bij de organisatie van de in- en uitvoer van verdovende middelen daar over het algemeen zeer veel geld mee verdienen. Dit leidt vervolgens weer tot een toename van crimineel geld in de samenleving, met alle negatieve gevolgen van dien. Verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven dat hij hier allemaal geen boodschap aan had. Hij heeft zich – naar mag worden aangenomen – enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin. Verdachte heeft voor de feiten geen enkele verantwoordelijkheid genomen.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 17 augustus 2026, waaruit blijkt dat verdachte ook door de Duitse rechter is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Dat feit dateert uit dezelfde periode als de drie feiten die in deze zaak bewezen worden verklaard.
Uit het reclasseringsrapport van 10 juni 2026 blijkt dat het recidiverisico niet kan worden ingeschat. De reclassering ziet als risicofactoren de gebieden financiën, dagbesteding, het sociale netwerk en pro-criminele keuzes.
Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Alles afwegende vindt de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar passend. De rechtbank zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
7 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
8 De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen (voorzitter), mr. M.E. Snijders en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 september 2026.
Mrs. Snijders en Van Schaik zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.