ECLI:NL:RBGEL:2026:7555

Datum uitspraak
25-03-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/05/455383 / HZ ZA 25-219
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vernietigbare wilsbeschikking in testament ex art. 4:43 BW? Afwijzing vordering.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/455383 / HZ ZA 25-219

Vonnis van 25 maart 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. M. Wolkenfelt,

tegen

[gedaagde] , in haar hoedanigheid van executeur en erfgenaam in de nalatenschap van [erflater] en bewindvoerder over het erfdeel van [eiser] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. C.M. Slangen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 september 2025;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 februari 2026 en de daarin genoemde stukken.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiser] en [gedaagde] zijn de kinderen van [erflater] (hierna: erflater) en [de moeder] (hierna: de moeder van partijen).

2.2

De ouders van partijen zijn jarenlang in een conflictueuze echtscheiding verwikkeld geweest. Dit heeft invloed gehad op onder meer de relatie tussen [eiser] en erflater.

2.3

In de periode februari 2016 tot augustus 2016 is door [eiser] en erflater geprobeerd om onder begeleiding van een psycholoog, mevrouw [psycholoog] (hierna: [psycholoog] ), hun onderlinge relatie te verbeteren.

2.4

Enige tijd later – eind 2016 – is het contact tussen [eiser] en erflater verbroken.

2.5

Vanaf februari 2018 hebben [eiser] en erflater – op initiatief van [eiser] – het contact weer opgepakt. In de jaren daarna is hun onderlinge relatie geleidelijk hersteld. Vanaf juni 2020 had [eiser] (zeer) regelmatig contact met erflater.

2.6

Erflater heeft voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt in zijn op 16 juni 2023 opgemaakte testament (hierna: het testament van 2023). In het testament van 2023 heeft hij zijn voorlaatste testament van 23 mei 2017 (hierna: het testament van 2017) herroepen. In het testament van 2023 heeft hij [eiser] en [gedaagde] als enige erfgenamen benoemd.

2.7

In het testament van 2023 is een bewindbepaling opgenomen waarin – voor zover relevant – het volgende is bepaald:

“Ik stel al hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen door een verkrijger (hierna ieder aangeduid met “rechthebbende”) onder bewind, welk bewind aanvangt bij mijn overlijden en eindigt bij het bereiken van de dertig (30) jarige leeftijd van de rechthebbende, dan wel, indien het mijn zoon [eiser] betreft, bij het overlijden van mijn zoon, tenzij de bewindvoerder een eerdere beëindiging juist oordeelt omdat de grond voor het instellen van bewind is komen te vervallen.

Het bewind is ingesteld in het belang van rechthebbende.

Het bewind over mijn zoon is mede ingesteld, omdat de rechthebbende – gezien zijn ziekte – thans (nog) ongeschikt is of onmachtig is in het beheer te voorzien.

Tot bewindvoerder benoem ik mijn dochter [gedaagde] . (…)”

2.8

Op [overlijdensdatum] is erflater overleden.

2.9

[eiser] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. [gedaagde] heeft de nalatenschap zuiver aanvaard. [gedaagde] heeft ook de benoeming tot bewindvoerder over het erfdeel van [eiser] aanvaard.

2.10

Bij e-mail van 27 januari 2026 aan de advocaat van [eiser] heeft de notaris die het testament van 2023 heeft gepasseerd, mr. [notaris] (hierna: de notaris), het volgende verklaard over de in dat testament opgenomen beweegredenen voor het instellen van bewind over het erfdeel van [eiser] :

“Het bewind is ingesteld in het belang van rechthebbende en daarnaast mede ingesteld, omdat de rechthebbende – gezien zijn ziekte – thans nog ongeschikt is of onmachtig is in het beheer te voorzien.

Het was de nadrukkelijke wens van de erflater om het bewind in te stellen. Juist om uitleg van een testament te voorkomen is voorzien in het woord “mede”.”

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de uiterste wilsbeschikking uit het testament van 16 juni 2023 ten aanzien van het ingestelde bewind over zijn erfrechtelijke verkrijging nietig wordt verklaard, omdat deze onder invloed van een onjuiste beweegreden tot stand is gekomen, en dat de bewindsbepaling ten aanzien van [eiser] buiten toepassing wordt verklaard. Daarnaast heeft [eiser] de rechtbank verzocht een beslissing te nemen over de proceskosten (kosten rechtens).

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de wilsbeschikking ten aanzien van het over zijn erfdeel ingestelde levenslange bewind (hierna ook aangeduid met: de wilsbeschikking) onder invloed van een onjuiste beweegreden tot stand is gekomen. [eiser] stelt dat erflater ten onrechte in de veronderstelling zou hebben verkeerd dat [eiser] aan een ziekte zou lijden, waardoor hij ongeschikt of onmachtig zou zijn in het beheer van de nalatenschap te voorzien. Erflater zou volgens [eiser] geen (in beginsel) levenslang bewind over zijn erfdeel hebben ingesteld als hij had geweten dat [eiser] niet ziek was.

3.3

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

3.4

[gedaagde] betwist dat de wilsbeschikking onder invloed van een onjuiste beweegreden tot stand is gekomen. Voor zover dat al het geval zou zijn geweest betwist [gedaagde] dat erflater het erfdeel van [eiser] niet onder bewind zou hebben gesteld als hij zou hebben geweten dat de volgens [eiser] onjuiste beweegreden onjuist was.

3.5

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

In artikel 4:43 lid 2 BW is een dwalingsregeling voor testamenten opgenomen. Deze regeling houdt in dat wanneer sprake is van een onjuiste beweegreden voor een uiterste wilsbeschikking, dat kan leiden tot vernietiging van deze wilsbeschikking wanneer de onjuiste beweegreden in het testament is aangeduid én de erflater de uiterste wilsbeschikking niet had gemaakt als hij wist dat die veronderstelling onjuist was.

4.2

Dit betekent dat niet alleen vast moet komen te staan dat een in het testament van 2023 opgenomen beweegreden voor de wilsbeschikking onjuist was, maar óók dat erflater het erfdeel van [eiser] niet levenslang onder bewind zou hebben gesteld als hij had geweten dat deze beweegreden onjuist was.

4.3

Ter onderbouwing van zijn stelling dat erflater in het testament van 2023 [eiser] erfdeel onder invloed van een onjuiste beweegreden levenslang onder bewind heeft gesteld voert [eiser] het volgende aan. Uit de e-mailberichten van erflater van 3 maart 2017 en 13 juni 2017 aan de advocaat van de moeder van partijen blijkt dat erflater in de veronderstelling verkeerde dat [eiser] een borderline persoonlijkheidsstoornis had en dat [psycholoog] dit met erflater zou hebben gedeeld. Uit de door hem overgelegde verklaring van [psycholoog] alsook de door hem overlegde uitdraai van het door zijn huisarts bijgehouden patiëntendossier blijkt volgens [eiser] dat die veronderstelling onjuist was. Dat erflater de wilsbeschikking niet gemaakt zou hebben als hij had geweten dat zijn veronderstelling onjuist was volgt volgens [eiser] uit de tekst van de in het testament van 2023 opgenomen bewindbepaling, omdat deze letterlijk vermeldt “gezien zijn ziekte”.

4.4

Tegenover de stellingen van [eiser] heeft [gedaagde] onder meer het volgende aangevoerd. De stukken waaruit volgens [eiser] blijkt dat erflater in een onjuiste veronderstelling verkeerde over zijn gesteldheid, bieden geen steun voor deze stelling. Uit de door [eiser] overgelegde e-mailberichten van erflater blijkt dat erflater hoe dan ook vond dat [eiser] ziek was. Daarbij wijst [gedaagde] erop dat in het testament van 2023 de ziekte van [eiser] niet gespecificeerd is als een borderline persoonlijkheidsstoornis. [gedaagde] voert verder aan dat erflater meerdere beweegredenen had voor de wilsbeschikking. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst [gedaagde] op het woord “mede” in formulering van de in het testament van 2023 voor de wilsbeschikking opgenomen beweegredenen, alsook de door de notaris daarover aan de advocaat van [eiser] verstrekte verklaring.

4.5

De vordering van [eiser] wordt afgewezen. De rechtbank komt tot dat oordeel om twee redenen: (i) er kan niet worden vastgesteld dat de wilsbeschikking onder invloed van een onjuiste beweegreden tot stand is gekomen, en (ii) het voor een geslaagd beroep op dwaling vereiste causale verband tussen de gestelde onjuiste beweegreden en de wilsbeschikking ontbreekt. De rechtbank ligt dit toe als volgt.

4.6

[eiser] heeft niet duidelijk kunnen maken op basis waarvan erflater bij het opmaken van het testament van 2023 een onjuist beeld had over [eiser] gesteldheid. [eiser] heeft met de door hem overgelegde stukken weliswaar onderbouwd dat erflater in 2017 in de veronderstelling verkeerde dat [eiser] een borderline persoonlijkheidsstoornis had, maar de situatie toen was anders dan bij het opmaken van het testament van 2023. In 2017 was er geen contact tussen [eiser] en erflater, terwijl er in 2023 sprake was van goed contact tussen [eiser] en erflater. De door [eiser] op de zitting ingenomen stelling dat bij het opmaken van het testament van 2023 de wilsbeschikking foutief zou zijn overgenomen uit het testament van 2017, kan niet worden gevolgd. Erflater heeft er bij het opmaken van het testament van 2023 immers voor gekozen om een nieuw testament op te stellen en het testament van 2017 te herroepen. Om die reden moet ervan uit worden gegaan dat erflater er in het testament van 2023 voor heeft gekozen om het erfdeel van [eiser] (in beginsel) levenslang onder bewind te stellen dan wel een eerder hierover door hem gemaakte keuze te herbevestigen, door daarin de wilsbeschikking op te nemen. De voor de wilsbeschikking in het testament van 2023 opgenomen tweede beweegreden was kennelijk voor erflater (ook) in 2023 een beweegreden voor het opnemen van de wilsbeschikking.

4.7

In het testament van 2023 zijn bovendien twee beweegredenen opgenomen voor de wilsbeschikking. In de tekst van de als tweede opgenomen beweegreden is daarbij gebruik gemaakt van het woord “mede”. [eiser] wordt niet gevolgd in zijn betoog dat het woord “mede” tekstueel niet ziet op de beweegredenen voor het instellen van het bewind, maar op het instellen van het bewind over zijn erfdeel ook na het bereiken van de leeftijd van 30 jaar. Er is in het testament geen tekstuele koppeling gemaakt tussen de voor het bewind over het erfdeel van [eiser] opgenomen tweede beweegreden en het niet eindigen van het bewind over het erfdeel van [eiser] bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaar. Het woord “mede” geeft aan dat er voor erflater meerdere beweegredenen waren voor de wilsbeschikking. Dat het de nadrukkelijke wens van erflater was om het bewind in te stellen is ook door de notaris bevestigd. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat als de veronderstelling die erflater had over de gesteldheid van [eiser] onjuist was, dat erflater de wilsbeschikking dan niet zou hebben gemaakt. Dit betekent dat ook wanneer vast zou komen te staan dat de door erflater voor de wilsbeschikking genoemde tweede beweegreden een onjuiste beweegreden is geweest, dit niet kan leiden tot toewijzing van de vordering van [eiser] .

Proceskosten

4.8

Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1

wijst de vordering van [eiser] af,

5.2

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. van Engelenhoven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

WE/MS

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »