ECLI:NL:RBGEL:2026:7435

Datum uitspraak
16-01-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Zaaknummer
K/5001/11943861
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing ontbindingsverzoek h-grond bankzitter

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: 11943861 \ HA VERZ 25-166

Beschikking van 16 januari 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOURCE PAYROLL SERVICES B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Source,

gemachtigde: mr. P.J. Mijnssen,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

gemachtigde: mr. D.R. Corbeek.

1 De procedure

1.1.

Source heeft een verzoekschrift met 11 bijlagen ingediend dat op 27 oktober 2025 door de griffie van de rechtbank is ontvangen. Op 5 december 2025 heeft Source de aanvullende bijlagen 12 tot en met 14 ingediend.

1.2.

[verweerder] heeft bij verweerschrift van 3 december 2025 met 15 bijlagen op het verzoekschrift gereageerd.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft op 12 december 2025 plaatsgevonden.

Hierbij waren [persoon 1] en [persoon 2] namens Source aanwezig, bijgestaan door

mr. P.J. Mijnssen. [verweerder] was in persoon aanwezig, bijgestaan door mr. D.R. Corbeek.

1.4.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen en hun gemachtigden hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigden van partijen hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

1.5.

Ten slotte is de datum van beschikking op heden bepaald.

2 De feiten

2.1.

Source maakt deel uit van de HeadFirst Group (hierna: HeadFirst). HeadFirst drijft een onderneming die zich richt op het verbinden van zelfstandige professionals, leveranciers van professionals en opdrachtgevers. Het businessmodel van HeadFirst is om professionals in verschillende sectoren, waaronder de Rijksoverheid, de Energie sector en de Telecom & IT sector zoveel mogelijk geautomatiseerd met elkaar te verbinden. Binnen HeadFirst richt Source zich op payrolling, zoals bedoeld in artikel 7:692 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

2.2.

Sinds 1 januari 2020 is [verweerder] bij Source in dienst in de functie van [functie] tegen een salaris van € 8.307,47 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.

2.3.

Op 31 augustus 2024 eindigde de opdracht van [verweerder] bij Vattenfall.

Sindsdien verricht [verweerder] werkzaamheden als [functie] op de [afdeling] van HeadFirst.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Source verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 BW, met compensatie van de proceskosten.

3.2.

[verweerder] voert gemotiveerd verweer en verzoekt de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek van Source tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de h-grond af te wijzen, met veroordeling van Source in de proceskosten.

3.3.

Op hetgeen Source aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, alsmede het verweer dat [verweerder] hiertegen gevoerd heeft, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.1 Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.2

4.2.

Source baseert haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 sub h BW (andere omstandigheden). Vooropgesteld wordt dat deze grond een restcategorie is, bestemd voor omstandigheden die niet in artikel 7:669 lid 3 sub a tot en met g BW zijn genoemd, maar zodanig van aard zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet gevergd kan worden van de werkgever.

Uit rechtspraak volgt dat een situatie waarin een arbeidsovereenkomst feitelijk inhoudsloos is geworden, omdat een werknemer de bedongen werkzaamheden niet meer kan uitvoeren, een h-grond kan opleveren.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een voldragen

h-grond. Het verzoek van Source zal daarom worden afgewezen, omdat er geen redelijke grond aanwezig is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dat wordt als volgt toegelicht.

4.4.

Source legt – kort gezegd – aan haar verzoek ten grondslag dat [verweerder] sinds juni 2024 niet bemiddelbaar is gebleken, dit het gevolg is van het feit dat er geen vraag meer is naar specialisaties van [verweerder] , dat zijn salaris en daarmee zijn tarief relatief hoog is en dat hij de Nederlandse taal niet beheerst.

Specialisaties

4.5.

Source onderbouwt haar standpunt dat er geen vraag meer is naar de specialisaties van [verweerder] als volgt. [verweerder] is als [functie] , onder andere, gespecialiseerd in het Microsoft-programma BizTalk Server (hierna: BizTalk). Dit programma is echter aan het einde van zijn levensduur, aangezien de reguliere ondersteuning op 11 april 2028 afloopt. Ook is bij opdrachtgevers van HeadFirst geen vraag meer naar BizTalk consultants.

Verder is [verweerder] gespecialiseerd in ETL (Extract, Transform, Load) software, maar expertise hiervan wordt weinig gevraagd door de opdrachtgevers van HeadFirst.

Het voorgaande blijkt ook uit Strivve, het platform dat HeadFirst gebruikt om vraag en aanbod samen te brengen. Ten tijde van het opstellen van het verzoekschrift stonden hierin ongeveer 855 opdrachten open en geen daarvan vereiste kennis van BizTalk of ETL.

4.6.

[verweerder] voert als verweer aan dat hij in korte tijd met tal van andere nieuwe applicaties is gaan werken. Dit blijkt ook uit de e-mails van [manager] , de manager van [verweerder] , welke zijn opgenomen in bijlage 11 bij het verweerschrift. Sluiter geeft hierin aan dat [verweerder] inmiddels werkt met onder andere Databricks, Synapse Analytics en Lakehouse Architecture. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verweerder] hieraan toegevoegd dat hij ook Python als programmeertaal leerde.

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat van Source als werkgever én ondernemer verwacht mag worden dat zij de ontwikkelingen in haar branche bijhoudt. Indien Source signaleert dat het programma Biztalk aan het einde van zijn levensduur is en hier, evenals naar ETL, minder of geen vraag meer naar is, dient zij tijdig maatregelen te nemen.

Source had op het voorgaande kunnen anticiperen door [verweerder] tijdig met nieuwe software te laten werken, zodat hij zich dit eigen kon maken. Het gevolg hiervan zou geweest kunnen zijn dat [verweerder] wel op een opdracht geplaatst had kunnen worden.

Tarief

4.8.

Source voert ook aan dat [verweerder] moeilijk bemiddelbaar is vanwege zijn hoge tarief en het bijpassende salaris. Het uurtarief dat HeadFirst moet vragen om geen verlies te maken bedraagt € 88,00 exclusief btw. Een dergelijk hoog tarief wordt gerechtvaardigd door de mate van specialisatie van degene die de opdracht uitvoert. [verweerder] heeft die mate van specialisatie, maar op gebieden waar bij de opdrachtgevers van HeadFirst geen vraag (meer) naar is, althans niet op het niveau van [verweerder] , namelijk BizTalk en ETL.

HeadFirst heeft [verweerder] aangeraden en in de gelegenheid gesteld om zich andere softwaretoepassingen eigen te maken die relevant zijn voor data engineering. Dit heeft [verweerder] ook gedaan en hij heeft leren werken op een Azure platform, zich verdiept in Databricks, Python en Synaps en in januari 2025 een [functie] Associate examen gehaald. De ervaring die [verweerder] hiermee heeft opgedaan, is echter onvoldoende om zijn tarief te rechtvaardigen. Source meent dat van haar en HeadFirst niet verlangd kan worden dat zij [verweerder] tegen een zwaar verlieslatend tarief aanbieden.

4.9.

[verweerder] voert hiertegen aan dat het voorgaande slechts een economisch argument is dat geen probleem was in de jaren dat hij bij Vattenfall met ‘verouderde’ technologie werkte. Verder is het voor Source en HeadFirst kennelijk financieel interessanter om [verweerder] zijn huidige werkzaamheden voor HeadFirst te laten uitvoeren, in plaats van hem tegen een lager tarief een opdracht te laten uitvoeren en daarmee wellicht ervaring te laten opdoen die hij, volgens Source, kennelijk mist.

4.10.

De vereiste ervaring om zijn tarief te rechtvaardigen, dient door [verweerder] ergens opgedaan te worden. Met [verweerder] is de kantonrechter van oordeel dat hij deze ervaring op kan doen door hem wel op een opdracht te plaatsen, maar tegen een lager tarief.

Dat een dergelijke situatie (mogelijk) verlieslatend voor Source is, komt voor haar rekening en risico. Van Source als werkgever mag immers verwacht worden dat zij investeert in het vergroten van het kennis- en ervaringsniveau van haar werknemers. Daarnaast had deze situatie mogelijk voorkomen kunnen worden, indien Source [verweerder] in een eerder stadium ervaring met nieuwe software op had laten doen.

Verder geldt dat [verweerder] , na het afronden van een opdracht tegen een lager tarief, maar met zijn opgedane ervaring, mogelijk wel tegen zijn reguliere tarief op een opdracht geplaatst kan worden. In dat geval zou Source haar investering in het vergroten van het ervaringsniveau van [verweerder] terug kunnen verdienen.

Nederlandse taal

4.11.

Ten slotte voert Source aan dat [verweerder] niet op een opdracht geplaatst kan worden, omdat hij de Nederlandse taal niet beheerst. [verweerder] erkent dat hij de Nederlandse taal niet beheerst, maar het lag volgens hem op de weg van Source om aan te geven dat hij Nederlands diende te leren. Dit is niet gebeurd, zodat Source zich onvoldoende heeft ingespannen om tot een situatie te komen waarin [verweerder] wel op een opdracht geplaatst zou kunnen worden.

4.12.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Source aanvullend verklaard dat zij [verweerder] in feite ook heeft aangeraden om Nederlands te leren. Source heeft [verweerder] steeds duidelijk gemaakt dat hij regelmatig wordt afgewezen, omdat hij geen Nederlands spreekt. Daarnaast is dit in Teams-correspondentie met [naam] aan de orde gekomen. Het was voor [verweerder] dus zonder meer duidelijk dat het niet beheersen van de Nederlandse taal een obstakel was en van hem, als hoogopgeleid en goed beloond professional die al acht jaar in Nederland woont, mag eigen initiatief verwacht worden als het gaat om zijn ‘employability’. Het is dan ook niet proportioneel om van Source te verlangen dat zij [verweerder] opdraagt om Nederlands te leren. Dit geldt temeer nu het leren van Nederlands op C1 niveau, veelal vereist bij de overheid, doorgaans 620 tot 1150 uren kost en het behalen van een Staatsexamen B2 500 tot 1000 uren, waarmee dan 1,5 tot 2 jaar gemoeid is.

Dit overschrijdt de redelijke termijn van artikel 7:669 lid 1 BW ruimschoots, zeker als [verweerder] al die tijd doorbetaald moet worden, zonder dat hier een opbrengst tegenover staat.

4.13.

De kantonrechter is met Source van oordeel dat van [verweerder] als hoogopgeleide professional die al acht jaar in Nederland woont, verwacht had mogen worden dat hij Nederlands zou leren. In de berichten van Source aan [verweerder] ligt echter niet impliciet besloten dat [verweerder] Nederlands moet gaan leren. Voor zijn jarenlange opdracht bij Vattenfall hoefde [verweerder] het Nederlands ook niet te beheersen en na het eindigen van deze opdracht had met name Source er belang bij dat [verweerder] , tegen een hoog tarief, op een opdracht geplaatst zou kunnen worden. Indien het beheersen van de Nederlandse taal de mogelijkheden van [verweerder] om op een opdracht geplaatst te kunnen worden (fors) vergroot, had van Source als werkgever verwacht mogen worden dat zij [verweerder] een opleiding Nederlands aan zou bieden. Dit geldt temeer nu Source aan [verweerder] wel de gelegenheid heeft geboden om zich nieuwe software eigen te maken om zo aantrekkelijker te worden voor opdrachtgevers. Een opleiding Nederlands had in dat kader wellicht ook tot de mogelijkheden behoort, helemaal aangezien Source, vanaf het moment dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] sloot, wist dat hij het Nederlands niet beheerst.

Verder is door Source, gelet op de betwisting hiervan door [verweerder] , niet onderbouwd dat het 1,5 tot 2 jaar duurt voordat [verweerder] het gewenste taalniveau bereikt heeft. Daarnaast geldt hiervoor ook dat Source haar investering in een opleiding Nederlands voor [verweerder] mogelijk terugverdient, indien hij met het beheersen van het Nederlands wel op een opdracht geplaatst kan worden.

Nu Source er niet voor heeft gekozen om [verweerder] een opleiding Nederlands aan te bieden en zich, naar het oordeel van de kantonrechter, pas tijdens de mondelinge behandeling echt realiseerde dat dit een mogelijkheid was, komt het voor haar rekening en risico dat [verweerder] niet op een opdracht geplaatst kan worden vanwege het feit dat hij het Nederlands niet beheerst.

Conclusie

4.14.

Nu Source heeft nagelaten om [verweerder] tijdig met nieuwe software kennis te laten maken, hem niet tegen een lager tarief geplaatst heeft om op die manier ervaring op te doen en hem geen opleiding Nederlands heeft aangeboden, heeft zij zich onvoldoende ingespannen om [verweerder] te plaatsen op een opdracht of intern binnen Source te herplaatsen.

Nu het (overwegend) aan Source te wijten is dat [verweerder] niet ge- of herplaatst kan worden, is geen sprake van omstandigheden die zodanig van aard zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet gevergd kan worden van Source.

Dit leidt ertoe dat de arbeidsovereenkomst tussen Source en [verweerder] niet ontbonden kan worden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub h BW en het verzoek van Source wordt afgewezen.

Proceskosten

4.15.

De proceskosten komen voor rekening van Source, omdat zij ongelijk krijgt.

De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.035,00 (€ 1.000,00 aan salaris gemachtigde (2,0 punten x € 500,00) en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,

5.2.

veroordeelt Source in de proceskosten van € 1.035,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Source niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

48073 53854

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »