ECLI:NL:RBGEL:2026:7419

Datum uitspraak
01-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
ARN 25/933
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wmo. Huishoudelijke hulp verlaagd. Terecht geen tijd voor (klaarzetten en opbergen) was. Basismodule passend. In beroep pas zorgvuldig onderzoek. Beroep ongegrond. Wel proceskostenvergoeding en griffierecht.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/933

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2026

in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Wevers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, het college

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de door het college aan eiseres toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke hulp voor 220 minuten per week over de periode van 21 oktober 2024 tot en met 20 januari 2025 en voor 135 minuten per week vanaf 21 januari 2025 voor onbepaalde tijd in de vorm van zorg in natura (ZIN) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Eiseres is het niet eens met het aantal minuten huishoudelijke hulp dat is toegekend. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de door het college toegekende maatwerkvoorziening.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de door het college toegekende maatwerkvoorziening in stand blijft. Het beroep is daarom ongegrond. Wel krijgt eiseres haar proceskosten en het griffierecht vergoed, omdat het college pas in beroep zorgvuldig onderzoek heeft verricht en in het bestreden besluit niet helemaal de juiste wettelijke grondslag is vermeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

1.2.

De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Het college heeft de onder 1 genoemde maatwerkvoorziening toegekend bij besluit van 18 juli 2024. Met het bestreden besluit van 15 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

2.3.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres woont samen met haar man in een gelijkvloerse woning. Hun zoon woont in dezelfde woning. Deze woning is gescheiden in twee woongedeelten. Eiseres en haar man hebben (onder meer) lichamelijke klachten waardoor zij niet al het huishoudelijke werk kunnen verrichten. Voorafgaand aan de onder 1 toegekende maatwerkvoorziening was aan eiseres een maatwerkvoorziening toegekend in de vorm van huishoudelijke hulp voor 300 minuten per week. De hulp komt twee keer per week.

3.1.

De gemeente Montferland heeft zijn beleid voor het vaststellen van de maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp gewijzigd per 1 oktober 2023. Daarbij wordt het HHM Normenkader 2019 toegepast. Om te beoordelen of in verband daarmee de maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp die aan eiseres was toegekend, aanpassing behoeft, heeft een consulent van de gemeente Montferland op 28 mei 2024 tijdens een huisbezoek een gesprek gehad met eiseres, haar man en hun zoon. Het verslag daarvan is neergelegd in een ondersteuningsplan van 28 mei 2024.

3.2.

Hierna is de besluitvorming gevolgd zoals vermeld onder 2. De 135 minuten per week die is toegekend bestaat uit 125 minuten voor de basis-cliëntsituatie en 10 minuten per week in verband met twee extra kamers (geen slaapkamers). Dit is volgens het bestreden besluit gebaseerd op de Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2022, met name hoofdstuk 6 en op de Beleidsregels Wmo 2023, met name hoofdstuk 6 en bijlage 4.

Welke verordening is van toepassing?

4. De rechtbank stelt vast dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2024 van toepassing is op het besluit, aangezien deze verordening per 1 juli 2024 in werking is getreden en er op dat moment nog niet was beslist op de aanvraag. Deze verordening verschilt op de punten die hier in geschil zijn niet van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2022, zodat eiseres daardoor niet is benadeeld. De rechtbank zal dit gebrek daarom passeren op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Had het college ook tijd moeten toekennen voor het doen van de was?

5. Eiseres voert aan dat het college ook tijd had moeten toekennen voor het doen van de was. Eiseres heeft namelijk gebruik gemaakt van de wasservice en er is meerdere keren gebleken dat die niet goed wordt uitgevoerd. Het college kan en mag niet verwachten dat iemand gebruik blijft maken van een voorziening die ernstige gebreken vertoonde.

5.1.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De was- en strijkservice is een algemene voorziening die zonder voorafgaand onderzoek voor alle ingezetenen toegankelijk is.2 Alleen als deze algemene voorziening in het geval van eiseres niet passend is, moet het college een maatwerkvoorziening toekennen. Dat eiseres slechte ervaringen heeft met de was- en strijkservice maakt niet dat de algemene voorziening voor haar niet passend is. Als zij niet tevreden is over de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de was- en strijkservice, kan zij daarover een klacht indienen.

Heeft het college ten onrechte niet onderzocht of de basismodule ook passend is voor eiseres?

6. Eiseres voert, samengevat, aan dat het college ten onrechte niet heeft onderzocht of de basismodule ook passend is voor eiseres en of de taken nu ook in veel minder tijd gedaan kunnen worden. Uit de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat dit altijd onderzocht moet worden omdat de basismodule een gemiddelde is.

6.1.

De CRvB heeft al verschillende malen geoordeeld dat het HHM Normenkader 2019, waar het beleid van het college op is gebaseerd, ook als het gaat om het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’, mag worden gebruikt als uitgangspunt bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. Daarbij heeft de CRvB geoordeeld dat, omdat de maatwerkvoorziening moet zijn afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt, steeds is vereist dat het college een onderzoek doet naar alle van belang zijnde individuele feiten en omstandigheden. Als dit onderzoek uitwijst dat toepassing van een bepaalde basis-urennorm, vanwege beïnvloedingsfactor(en) en/of het ontbreken van eigen kracht in een individuele situatie niet leidt tot een passende bijdrage in de zelfredzaamheid en participatie, zal het college van die urennorm moeten afwijken. Bovendien moet het college meer uren verstrekken indien het onderzoek uitwijst dat zich bijzondere omstandigheden voordoen waarmee in de basisnorm geen of onvoldoende rekening is gehouden, zoals een medische noodzaak om een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden te realiseren.3

6.2.

Uit het ondersteuningsplan dat ten grondslag ligt aan het primaire besluit volgt dat het college een dergelijk onderzoek heeft verricht. Zo staat daarin bijvoorbeeld dat eiseres bekend is met lichte incontinentie maar dat dit niet dusdanig is dat daardoor bijvoorbeeld het toilet vervuild raakt. Verder is ook rekening gehouden met de extra kamers (niet zijnde slaapkamers) in de woning van eiseres. Eiseres heeft in bezwaar noch in beroep aangevoerd dat sprake is van omstandigheden die maken dat het college had moeten afwijken van de basisnorm van 125 minuten per week. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college ten onrechte geen tijd toegekend voor het klaarzetten en opbergen van de was?

7. Eiseres voert aan dat het college ten onrechte geen tijd heeft toegekend voor het klaarzetten en opbergen van de was. Bij uitbesteding moet deze taak worden overgenomen, zoals in het verleden ook is geïndiceerd. Feitelijk wordt eiseres nu gestraft voor het niet gebruiken van de volgens haar slechte was- en strijkservice. Of zij nu wel of niet gebruik maakt van de wasservice, in beide gevallen is tijd nodig voor het klaarzetten en opbergen van de was.

7.1.

Om te kunnen bepalen of het voor eiseres in de periode hier van belang nodig was om deze tijd toe te kennen, moet het college hier zorgvuldig onderzoek naar verrichten. In het rapport waar in het bestreden besluit naar wordt verwezen, heeft het college aangegeven dat het de vraag is of eiseres en haar man de was niet zelf op kunnen bergen, dat dit tot dan toe gebeurde door de hulp en zoon en schoondochter en dat er eerder geen tijd geïndiceerd was voor de was, maar het gelet op de eerdere omvang van de indicatie voor de hand ligt dat hier tijd voor over was. Verder staat aangegeven dat, als de hulp hier geen tijd meer voor heeft, het afhankelijk is van de vraag hoeveel de zoon en schoondochter over kunnen nemen en van de eigen kracht of er tijd geïndiceerd moet worden voor het opbergen van de was en dat dat op dat moment niet is in te schatten. Ook noemt het college dat de gemachtigde van eiseres op de hoorzitting ook niet kon zeggen hoe dit per 21 januari 2025 zou gaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hiermee ten tijde van het bestreden besluit geen zorgvuldig onderzoek verricht naar de vraag of het voor eiseres in de periode hier van belang nodig was om ook tijd toe te kennen voor het klaarzetten en opbergen van de was. Zo heeft het college niet onderzocht of ook met de huidige indicatie er nog tijd over is voor de hulp om dit te doen en, als dit niet zo is, ook niet of de zoon en/of schoondochter of eiseres en/of haar man dit kunnen doen. In het verweerschrift in beroep heeft het college toegelicht dat zij in beroep hierover hebben gesproken met eiseres en zij heeft aangegeven dat de wasservice al lang gestopt is, omdat haar man niet kon wennen aan de geur van de lakens. Verder heeft eiseres in dat gesprek toegelicht op welke manieren er is en wordt voorzien in de wasverzorging. Zij doet de was samen met haar (schoon)dochter. Daarmee heeft het college het zorgvuldigheidsgebrek dat kleeft aan het bestreden besluit in beroep alsnog hersteld. Het college heeft dus geen tijd hoeven toekennen voor het klaarzetten en opbergen van de was.

7.2.

Gelet op het voorgaande passeert de rechtbank het zorgvuldigheidsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Aannemelijk is dat eiseres door het gebrek niet is benadeeld, omdat ook als het gebrek zich niet zou hebben voorgedaan een besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de door het college toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke hulp in stand blijft. Het college moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden, omdat in het bestreden besluit niet helemaal de juiste wettelijke grondslag is vermeld en omdat het college pas in beroep zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53 aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 934 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2026

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;

(…)

Artikel 2.3.5

(…)

3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

Artikel 2.3.9

1. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 te heroverwegen.

2. Artikel 2.3.2, tweede tot en met zesde lid, en artikel 2.3.5, zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.3.10

1. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:

  1. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,

  2. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen,

  3. de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten,

  4. e cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden,

  5. de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt.

2. Het college bepaalt in de beslissing, bedoeld in het eerste lid, het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.

Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2024

Hoofdstuk 6 Ondersteuning bij hulp bij het huishouden

(…)

Artikel 6.2 Algemene criteria

1. Het college stemt de hulp bij het huishouden in ieder geval af op eigen kracht, vrijwilligers en/of ondersteuning vanuit het sociaal netwerk.

2. Het college kan de hulp bij het huishouden bij het huishouden (deels) weigeren indien en voor zover de cliënt gebruik kan maken van:

(…)

d. een was- en strijkservice in de vorm van een algemene voorziening.

3. Een cliënt komt niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2023

6. Hulp bij het huishouden

6.1

Inleiding

(…)

Wijze van indiceren en financieren

Met ingang van 1-10-2023 maken we voor de beoordeling en onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp gebruik van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM. Het college heeft all-in uurtarieven vastgesteld die gelden voor deze dienstverlening.

Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning HHM biedt de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken: wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren (zie voor het normenkader HHM bijlage 4 van deze beleidsregels).

Wasverzorging

Voor de wasvoorziening in natura is sprake van een afwijkende financiering omdat deze op een andere manier, buitenshuis, is georganiseerd. Er wordt alleen op de normtijden en het uurtarief teruggevallen als na onderzoek blijkt dat de wasvoorziening buitenshuis in het individuele geval geen passende oplossing is.

(…)

Hulp bij het huishouden overig

(…)

Wasvoorziening buitenhuis

De dagelijkse kleding, beddengoed, handdoeken, e.d. moeten met enige regelmaat gewassen worden. Daaronder valt het aanwezig zijn van gewassen, opgevouwen of opgehangen kleding of ander linnengoed, indien noodzakelijk gestreken. Bij dat laatste wordt opgemerkt dat van de cliënt ook mag worden verwacht dat hij rekening houdt met het kopen van kleding waarbij strijken niet nodig is. Dit moet overigens ook in relatie worden gezien met de aanschaf van een algemeen gebruikelijke wasdroger. Van de cliënt mag in dit kader worden verwacht dat er bijvoorbeeld extra (dubbel) beddengoed aanwezig is. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld voldoende handdoeken, andere linnengoed en/of kleding. Op deze manier kan de inzet van ondersteuning ook zo efficiënt mogelijk worden gedaan.

De was wordt bij zorg in natura buiten de deur gedaan. Per week kan er standaard een waszak van 8 kilo (gemengde) was aangeboden worden. Deze wordt thuis opgehaald en de volgende week schoon, gevouwen en de bovenkleding waar nodig gestreken weer thuisgebracht. In bijzondere gevallen kan een indicatie voor 2 waszakken per week plaatsvinden, denk hierbij aan grote huishoudens.

Wasverzorging thuis

In uitzonderlijke situaties kan de was in uren/minuten geïndiceerd worden, zodat de hulp de was kan doen. Denk bijvoorbeeld aan incontinentieproblematiek waarbij gebruikelijke hulpmiddelen onvoldoende oplossing bieden.

13.3

Herziening of intrekking van het besluit

De aanleiding om tot herziening of intrekking van het besluit over te gaan heeft te maken:

• met het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou tot een andere beslissing hebben geleid,

• met het niet voldoen aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden,

• als de maatwerkvoorziening of het pgb wordt niet of voor een ander doel gebruikt.

Het college beoordeelt of er aanleiding is om het besluit te herzien of in te trekken (art. 2.3.10, eerste lid aanhef en onder a, d of e, van de wet).

Handleiding Normenkader hulp bij het huishouden gemeente Montferland

1 Uitgangspunten

Deze handleiding is aanvullend op de bestaande Verordening en beleidsregels van de gemeente Montferland. Deze handleiding bevat tevens de uitgangspunten en de onderbouwing van dit normenkader. (…)

Dit normenkader is gebaseerd op het door bureau HHM ontwikkelde Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019. (…)

Het normenkader gaat uit van een ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Daarbij is sprake van volledige overname van de huishoudelijke activiteiten. In het kader is ook voorzien in de mogelijkheid tot meer of minder inzet, afgestemd op de specifieke situatie van iedere cliënt. Zodat voor elke cliënt ondersteuning op maat kan worden ingezet.

(…)

De medewerker Sociaal Team gebruikt dit normenkader als hulpmiddel, als leidraad, om te komen tot een professionele afweging over de ondersteuning op maat van de individuele cliënt die nodig is. Dit wordt per subresultaat (schoon en leefbaar huis, wasverzorging etc.) bekeken en daarna opgeteld tot de totaal te indiceren tijd. Hierbij wordt de situatie van de cliënt vergeleken met de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Dit leidt tot ‘meer’ of ‘minder’ inzet van ondersteuning dan in de gemiddelde cliëntsituatie het geval zou zijn. Het resultaat is dan ondersteuning op maat van de individuele cliënt, die wordt vastgelegd in de indicatie.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »