RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/471803 / KZ ZA 26-136
Vonnis in kort geding van 23 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.J. van Betten,
tegen
PEARL CAPITAL B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Pearl Capital ,
advocaat: mr. N.A. Luijten.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 31 van [eiser]
- de aanvullende productie 32 van [eiser]- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7 van Pearl Capital- de mondelinge behandeling van 23 september 2026- de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van Pearl Capital.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 23 september 2026 vonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.
2 De feiten
[eiser] is een Nederlandse ondernemer die met name oude (bedrijfs)panden opkoopt en ombouwt tot horeca- en amusementsgelegenheden. [eiser] was onder meer enig bestuurder en enig aandeelhouder van de volgende vennootschappen: [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] (hierna: de vennootschappen).
Pearl Capital is een onderneming die is gericht op het verwerven en het verstrekken van vermogen (kredieten, leningen en andere vormen van participatie).
Het laatste project van [eiser] was [bedrijf 5] . Daarbij wilde hij een attractiepark maken van een oude afvalverbrandingsinstallatie (hierna: het attractiepark).
Ter financiering van het attractiepark hebben [eiser] en de vennootschappen externe financiers bereid gevonden om aan hen krediet te verstrekken, waaronder Pearl Capital. Partijen hebben op 18 oktober 2024 een geldleningsovereenkomst gesloten. Daarbij heeft Pearl Capital aan [eiser] en de vennootschappen een geldlening verstrekt van € 7.500.000,00. Op 4 augustus 2025 hebben partijen een nieuwe geldleningsovereenkomst gesloten voor een bedrag van € 8.297.919.
Tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van [eiser] en de
vennootschappen heeft Pearl Capital een eerste recht van hypotheek op het attractiepark gevestigd. Daartoe is op 24 oktober 2024 een hypotheekakte gesloten. Verder volgt uit de geldleningsovereenkomst dat [eiser] en de vennootschappen zich daarnaast hoofdelijk hebben verbonden tot nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen.
Op 10 februari 2026 heeft Pearl Capital aangekondigd tot uitoefening van haar recht van parate executie over te gaan. Het attractiepark is uiteindelijk executoriaal verkocht voor € 6.500.000,00.
Op 22 april 2026 heeft Pearl Capital (executoriaal) beslag doen leggen op verschillende registergoederen die in eigendom toebehoren aan [eiser] dan wel de vennootschappen. Tot deze registergoederen behoort onder meer het landgoed van [eiser] gelegen aan de [adres] te Gorssel en kadastraal bekend als gemeente Gorssel, sectie [x] , nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] en [nummer 6] (hierna: het landgoed).
Op het landgoed is op 10 december 2025 ten gunste van [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6] ) een (eerste) recht van hypotheek gevestigd. Dit hypotheekrecht strekt tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van [eiser] uit hoofde van een tussen hem en [bedrijf 6] op 4 december 2025 gesloten geldleningsovereenkomst voor een bedrag van € 5.000.000,00. Over de hoofdsom is een rente van 6% per jaar overeengekomen. Uit hoofde van deze geldleningsovereenkomst heeft [bedrijf 6] op de peildatum van 15 november 2026, een vordering op [eiser] van € 4.690.000,00.
Op 12 mei 2026 is [bedrijf 5] in staat van faillissement verklaard. Op 14 juli 2026 heeft [eiser] , in zijn hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1] , vervolgens het faillissement van [bedrijf 1] aangevraagd. Dit faillissement is uitgesproken op 15 juli 2026.
Op 12 mei 2026 heeft [bedrijf 6] contact gezocht met Pearl Capital om gezamenlijk met [eiser] de mogelijkheden van een onderhandse verkoop van het landgoed te onderzoeken. Daarbij is afgesproken een taxatierapport af te wachten en vervolgens nader overleg te voeren. Op 9 juni 2026 heeft Pearl Capital aan [bedrijf 6] medegedeeld de executie voort te zetten omdat het traject te lang zou duren. [bedrijf 6] heeft Pearl Capital daarop medegedeeld dat het taxatierapport moet worden afgewacht omdat de daarin te stellen waarde bepalend zou zijn voor het verder traject. Op 3 juli 2026 heeft [bedrijf 6] Pearl Capital geïnformeerd dat het taxatierapport die week werd verwacht en dat de marktwaarde naar verwachting tussen € 4.500.000,00 en € 4.800.000,00 zou liggen. Met een e-mail van 3 juli 2026 heeft Pearl Capital laten weten dat deze waardering voor haar geen aanleiding vormt het executietraject verder aan te houden, tenzij [bedrijf 6] de executie zou overnemen dan wel het landgoed voor € 5.750.000,00 zou kopen, waarbij ten minste een bedrag van € 750.000 aan Pearl Capital zou toekomen. Op 10 juli 2026 is het taxatie-rapport opgemaakt en daarin is het landgoed getaxeerd op een waarde van € 4.500.000,00.
Met een brief van 17 juli 2026 heeft Pearl Capital aan [eiser] medegedeeld
over te zullen gaan tot de openbare executieveiling van het landgoed.
Met een brief van 23 juli 2026 heeft [eiser] verzocht de aangekondigde veiling te staken, althans op te schorten, totdat duidelijkheid zou beslaan over de mogelijkheden van onderhandse verkoop. In een e-mail van 30 juli 2026 heeft Pearl Capital [eiser] bericht geen aanleiding te zien de executieveiling te staken of op te schorten.
Op 14 augustus 2026 heeft [eiser] bericht ontvangen dat op 2 oktober 2026 om 9:30 uur de veiling van het Landgoed zal plaatsvinden.
3 Het geschil
[eiser] vordert - samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
Pearl Capital op straffe van een dwangsom te gebieden om binnen twee dagen na dagtekening van dit vonnis de aangekondigde executieveiling met betrekking tot het landgoed te staken en gestaakt te houden, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorziening;
Subsidiair
Pearl Capital op straffe van een dwangsom te verbieden om voor zover de daadwerkelijke opbrengst na aftrek van de kosten uit de aangekondigde executieveiling, gepland op 2 oktober 2026, lager is dan de vordering [bedrijf 6] , namelijk € 4.690.000, het landgoed te gunnen aan een bieder uit de betreffende executieveiling, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorziening;
Meer subsidiair
Pearl Capital op straffe van een dwangsom te gebieden om vanaf de dag van dit vonnis, de aangekondigde executieveiling met betrekking tot het landgoed, gepland op 2 oktober 2026 om 9:30 uur, te staken en gestaakt te houden voor een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorziening;
Primair, subsidiair en meer subsidiair
Pearl Capital te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
[eiser] legt aan de vorderingen – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.
Pearl Capital maakt misbruik van haar bevoegdheid. Zij gebruikt haar bevoegdheid niet voor het doel waarvoor deze is verleend, namelijk verhaal zoeken voor haar vordering, maar enkel als pressiemiddel richting [eiser] . De executieveiling zal schade toebrengen aan alle partijen omdat geen sprake is van overwaarde. Bij een executieveiling zal geen opbrengst worden gerealiseerd die ten goede komt aan Pearl Capital. [bedrijf 6] heeft als eerste hypotheekhouder een belang bij een verkooptraject waarin een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gerealiseerd. Daarnaast heeft ook [eiser] dat belang, nu een hogere opbrengst zijn schuldenpositie beperkt en bovendien voorkomt dat het landgoed onder ongunstigere omstandigheden wordt verkocht. [eiser] heeft een spoedeisend belang nu de executieveiling gepland staat voor 2 oktober 2026.
Pearl Capital voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Pearl Capital voert – kort weergegeven – het volgende aan.
Pearl Capital maakt geen misbruik van haar bevoegdheid. Zij executeert omdat zij verwacht dat het landgoed in de veiling meer zal opbrengen dan het bedrag dat verschuldigd is aan de eerste hypotheekhouder. Het staat niet vast dat het landgoed minder zal opbrengen. Pearl Capital heeft een wettelijk recht om over te gaan tot executie, ook als niet vaststaat dat de openbare verkoop voldoende opbrengt om de vordering van Pearl Capital te voldoen.1 Ook indien van de executie niet kan worden verwacht dat deze tot een voldoende opbrengst zal leiden, neemt dat niet weg dat in het belang van [eiser] om executie te voorkomen voor hem een drijfveer gelegen kan zijn om op andere wijze een regeling te treffen ten aanzien van de vordering van Pearl Capital. Ook in dat aspect is een gerechtvaardigd belang van Pearl Capital bij executie gelegen.2 Pearl Capital heeft eerder gelegenheid gegeven om herfinancieringsconstructies uit te werken. Ook is in mei 2026 gesproken over een onderhandse verkoop, maar uit niets bleek dat er daadwerkelijk actie werd ondernomen door [eiser] of [bedrijf 6] . Ook de overige vennootschappen die zich als leningnemer hadden verbonden ontplooiden geen activiteiten op basis waarvan mocht worden verondersteld dat het aan Pearl Capital verschuldigde binnen afzienbare tijd zou worden voldaan. Daartegenover ontvangt Pearl Capital al geruime tijd geen rente-inkomsten terwijl zij die wel volledig doorbetaald aan haar investeerders. Pearl Capital heeft dan ook een gerechtvaardigd belang om gebruik te maken van haar wettelijke recht tot executie.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het spoedeisend belang voor [eiser] is een gegeven nu de executieveiling van zijn landgoed gepland staat voor vrijdag 2 oktober 2026.
Verder is niet in geschil dat [eiser] zijn betalingsverplichtingen uit de geldleningsovereenkomst met Pearl Capitol niet nakomt. De vordering van Pearl Capital op [eiser] bedraagt op dit moment meer dan € 5.000.000,00 met een dagrente van € 4.598,60. Ook de juistheid van de titel van executie is niet in geschil zodat de voorzieningenrechter daarvan uitgaat.
Op grond van een artikel 3:276 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan Pearl Capital als schuldeiser zijn vordering verhalen op alle goederen van de schuldenaar, in dit geval [eiser] en de vennootschappen. [eiser] stelt dat Pearl Capital misbruik maakt van haar bevoegdheid (artikel 3:13 BW). Daarvan kan sprake zijn onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als moet worden geoordeeld dat een schuldeiser het recht uitoefent met een ander doel dan waarvoor het is verleend of indien de schuldeiser - mede gelet op de belangen aan de zijde van de schuldenaar - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om tot executie over te gaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hier geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Daarvoor is het volgende van belang.
De omstandigheid dat onderhandse verkoop een hogere opbrengstverwachting meebrengt dan executoriale verkoop is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van misbruik van bevoegdheid, of dat het gebruik maken van deze bevoegdheid onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Dit zou immers meebrengen dat openbare verkoop in het algemeen geen bruikbare executiemaatregel meer zou zijn. In dit geval heeft Pearl Capital [eiser] eerder ook ruimte en gelegenheid geboden om tot onderhandse verkoop over te gaan. Behalve het laten taxeren van het landgoed eind juni 2026 heeft [eiser] daartoe tot op heden geen andere actie ondernomen. Het is voorstelbaar dat het een zware periode is geweest voor [eiser] , maar ook ter zitting kon [eiser] niet concreet aangeven op welke termijn hij daartoe dan (welke) acties zou willen ondernemen anders dan zijn stelling dat hij de tijd wil krijgen om het landgoed op een fatsoenlijke manier te verkopen.
Daarnaast heeft Pearl Capital gemotiveerd betwist dat op voorhand vaststaat dat bij een openbare verkoop de opbrengst lager zal zijn dan de vordering van de eerste hypotheekhouder. Er ligt weliswaar een taxatierapport waarin het landgoed is gewaardeerd op € 4.500.000,00 miljoen, maar dit is ook de waarde waarvoor [eiser] het landgoed in 2009 heeft aangekocht. Dat het landgoed in 17 jaar tijd niet in waarde zou zijn gestegen is niet aannemelijk. Ook heeft [eiser] het landgoed eind 2025 nog (terug) gekocht voor een bedrag van € 5.200.000. [eiser] stelt wel dat het ging om een herfinanciering maar dat is niet nader onderbouwd. Pearl Capital stelt echter terecht dat ook indien van een executie niet kan worden verwacht dat deze tot een voldoende opbrengst zal leiden, dat niet wegneemt dat in het belang van een schuldenaar om executie te voorkomen voor de schuldenaar een drijfveer gelegen kan zijn om op andere wijze aan de veroordeling te voldoen of voor de voldoening daarvan een regeling met de schuldeiser overeen te komen teneinde een voor hem nadelige executoriale verkoop te voorkomen. Ook in dat aspect is een gerechtvaardigd belang van de schuldeiser bij executie gelegen.3
Pearl Capital heeft er belang bij dat zij haar vordering terugbetaald krijgt. Zij loopt het risico dat zich meer (concurrerende) schuldeisers zullen melden en meer beslagen worden gelegd. Ondertussen lopen de verplichtingen aan en richting haar investeerders door terwijl er tot op heden geen concreet zicht is op acties van [eiser] richting een onderhandse verkoop of het anderszins voldoen van de vordering van Pearl Capital. Het aanzeggen van executoriale verkoop brengt in het algemeen de nodige druk mee voor een geëxecuteerde. Maar gelet op het hiervoor overwogene is het niet aannemelijk dat de aangezegde executoriale verkoop in dit geval primair is gericht op het uitoefenen van druk en dus dat de executiebevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld, namelijk het voldoen van de schuld van [eiser] aan Pearl Capital.
Onder deze omstandigheden heeft Pearl Capital er belang bij om gebruik te maken van haar recht tot executie. Van misbruik van bevoegdheid is niet gebleken, zodat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Pearl Capital B.V. worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.101,00 |
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026. De feiten en de motivering waarop de beslissing steunt, zijn afzonderlijk vastgelegd op 28 september 2026. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |