ECLI:NL:RBGEL:2026:7357

Datum uitspraak
28-08-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Zaaknummer
05.126954.26.hv
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05.126954.26, 05.017721.26 en 05.214763.25 (gevoegd t.t.z.), 21.001645.22 (TUL)

Datum uitspraak : 25 augustus 2026

Datum herstelvonnis: 28 augustus 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .

Raadsvrouw: mr. K.M.S. Bal, advocaat in Arnhem.

Overwegingen

Op 25 augustus 2026 heeft de meervoudige kamer vonnis gewezen in bovenstaande strafzaak tegen verdachte. In het vonnis heeft de meervoudige kamer beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft onder meer het volgende overwogen:

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1]

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade tot een hoogte van € 500,00 kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 2]

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade (tot een hoogte van € 1.000,00) kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Daarnaast heeft de rechtbank bij de toegepaste wettelijke bepalingen artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht vermeld.

In het dictum is nagelaten de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen en de bijbehorende gijzeling te vermelden. Dit is een kennelijke misslag die middels dit herstelvonnis wordt rechtgezet. De verdachte wordt door dit herstel niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad.

Het nieuwe dictum komt als volgt te luiden en vervangt daarmee het dictum van het vonnis van 25 augustus 2026.

Het verbeterde dictum

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden:

  • dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen veertien dagen bij de reclassering Leger des Heils unit Arnhem, of maakt hiertoe een afspraak via telefoonnummer 026 4430146. Het adres van de reclassering Leger des Heils in Arnhem is Van Pallandtstraat 11, 6814 GM Arnhem.

  • dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

  • dat verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

  • dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

  • dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door de ambulante hulpverlening van het Leger des Heils of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De behandeling is gericht op ondersteuning bij praktische zaken en administratie.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 05.126954.26 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 500,00 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • veroordeelt verdachte in de kosten die deze benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2026 tot aan de dag dat het gehele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 05.017721.26 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 1.000,00 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • veroordeelt verdachte in de kosten die deze benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2025 tot aan de dag dat het gehele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 gelast de teruggave van de autosleutel van de Volkswagen Up met kenteken [kenteken] aan [benadeelde 1] ;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 28 februari 2023 door het hof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden (parketnummer 21.001645.22).

Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Oijen (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, op 28 augustus 2026.

mr. C.J.M. van Ooijen, C.H. van Breevoort-de Bruin en griffier mr. M.J.A. Dams zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »