ECLI:NL:RBGEL:2026:7058

Datum uitspraak
16-09-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
ARN 26/4055
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo. In geschil is de rechtmatigheid van de Verordening reclamebelasting 2026 van de gemeente Renkum, meer in het bijzonder de tariefstelling. Het verzoek is niet-ontvankelijk, wegens gebrek aan connexiteit.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/4055

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2026

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Renkum, de heffingsambtenaar.

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de rechtmatigheid van de Verordening reclamebelasting gemeente Renkum 2026 (de Verordening), meer specifiek de tariefstelling in die Verordening. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft op 25 februari 2026 aan belanghebbende een aanslag reclamebelasting (het besluit) opgelegd van € 2.500. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen en de Verordening gedeeltelijk onverbindend te verklaren.

De heffingsambtenaar heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 september 2026 op zitting behandeld, tegelijk met het verzoek van [persoon 1] (zaaknummer 26/4013). Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door [persoon 1] en namens de heffingsambtenaar [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van 25 februari 2026. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als er sprake is van formele en materiële connexiteit en als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist.1 Formele connexiteit betekent dat er een procedure in de hoofdzaak, dat wil zeggen een bezwaar of een beroep, moet zijn gestart. Materiële connexiteit houdt in dat de gevraagde voorziening ook inhoudelijk betrekking moet hebben op het bestreden besluit.

2. Uit de stukken volgt dat de heffingsambtenaar op 24 april 2026 uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Verzoeker heeft tegen deze uitspraak op bezwaar geen beroep ingesteld. Er is dus geen sprake van formele connexiteit. Omdat de heffingsambtenaar volledig is tegemoetgekomen aan het bezwaar van verzoeker heeft verzoeker bovendien ook geen procesbelang. Aan het materiële geschil (de hoogte van de aanslag) is immers een einde gekomen met de uitspraak op bezwaar. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.

3. De voorzieningenrechter heeft op de zitting met partijen besproken wat de juridische (on)mogelijkheden zijn in zaken als deze. Het verzoek was in eerste instantie ingediend namens 35 ondernemers. De zaak van verzoeker staat dus niet op zichzelf. Iedere ondernemer die een aanslag reclamebelasting heeft ontvangen, heeft de mogelijkheid (gehad) om daartegen binnen zes weken bezwaar te maken. De heffingsambtenaar moet uitspraak op bezwaar doen voor het einde van het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen.2 Als de heffingsambtenaar niet (volledig) aan het bezwaar tegemoetkomt, staat de mogelijkheid van beroep bij de belastingrechter open. Als tijdig beroep wordt ingesteld, kan de belastingrechter de rechtmatigheid van de Verordening toetsen in het kader van de individuele aanslag. Ondernemers (die bezwaar hebben gemaakt) kunnen er eventueel ook voor kiezen om gezamenlijk juridische bijstand in te schakelen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Wevers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier.

Uitgesproken op 16 september 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

griffier

voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »