ECLI:NL:RBGEL:2026:7020

Datum uitspraak
09-09-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
C/05/443216 / HZ ZA 24-362
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na deskundigenbericht. Wanprestatie. Waterschade in chalet. Omvang schade vastgesteld en schadevorderingen grotendeels toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/443216 / HZ ZA 24-362

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. B. van Treijen,

tegen

1 VELUWS HOF RECREA C.V.,

te Hoenderloo,2. VELUWS HOF BEHEER B.V.,

te Hoenderloo,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Veluws Hof,

advocaat: mr. J.J.M. Melissen.

1 De zaak in het kort

1.1.

Deze zaak gaat over waterschade die [eiser] heeft geleden in haar houten chalet in een door Veluws Hof geëxploiteerd recreatiepark.

1.2.

Eerder in deze procedure heeft de rechtbank geoordeeld dat Veluws Hof tegenover [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst die in januari 2021 tussen partijen tot stand is gekomen. Op grond van die overeenkomst zou Veluws Hof het chalet van [eiser] winterklaar maken. Doordat Veluws Hof de overeengekomen werkzaamheden niet of niet deugdelijk heeft uitgevoerd, is in maart 2021 lekkage in het chalet opgetreden met schade als gevolg. De rechtbank heeft geoordeeld dat Veluws Hof de schade die het gevolg is van de lekkage aan [eiser] moet vergoeden. De rechtbank heeft een deskundige benoemd om deze schade te kunnen vaststellen.

1.3.

In dit eindvonnis stelt de rechtbank de omvang van de schade vast en beslist zij op de vorderingen van [eiser] .

2 De procedure

2.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 juni 2026

- het deskundigenbericht

- de begrotingsbeschikking van 29 juli 2026

- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] .

2.2.

Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

3 De verdere beoordeling

Het deskundigenbericht

3.1.

In het tussenvonnis van 3 december 2025 heeft de rechtbank de heer [persoon] , verbonden aan [bedrijf] B.V., benoemd tot deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Welke van de in het rapport van Second Home Check van 27 november 2023 vermelde schadeposten betreffende het chalet (met uitzondering van de laminaatvloer en de geiser) zijn een gevolg van de lekkage die op 11 maart 2021 is ontdekt?

  2. Van welke schadeposten is naar uw oordeel voldoende aannemelijk dat die niet kunnen zijn veroorzaakt doordat Veluws Hof begin 2021 het chalet van [eiser] niet winterklaar heeft gemaakt, waardoor waterschade is ontstaan, maar een gevolg zijn van achterstallig onderhoud in de jaren daarvoor? U dient hierbij de aankoopkeuring van BMS d.d. 6 juni 2017 in aanmerking te nemen, nu daaruit kan worden afgeleid dat het chalet in 2017 al aan een serieuze opknapbeurt toe was alsmede dat niet is gebleken dat [eiser] nadat zij eigenaresse was geworden van het chalet de nodige reparatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd dan wel laten uitvoeren;

  3. Welke kosten zijn er gemoeid met herstel van de door u vastgestelde schade aan het chalet, die enkel is veroorzaakt doordat het chalet begin 2021 niet winterklaar is gemaakt (waardoor lekkage is ontstaan) en welke schade mogelijk is verergerd doordat herstel van de schade tot 31 december 2022 achterwege is gebleven?

Wilt u de kosten van herstel per schade-onderdeel specificeren voor wat betreft de benodigde materialen en geschatte arbeidsuren?

Kunt u schades aanwijzen die zijn verergerd doordat [eiser] na 31 december 2022 niet tot herstel van de schade is overgegaan? Zo ja, tot welke meerkosten heeft dat geleid in vergelijking tot de kosten van herstel indien [eiser] wel na 31 december 2022 tot herstel van de schade zou zijn overgegaan?

Zijn er nog andere punten die u als deskundige naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

Het rapport van de deskundige luidt onder meer als volgt (de foto’s die in het rapport bij de tekst zijn opgenomen, laat de rechtbank in het onderstaande achterwege):

“(…)

Voorwoord

Dit verslag is opgesteld naar aanleiding van een onderzoek naar waterschade in het chalet. De schade is ontdekt doordat er vocht en beschadigingen zichtbaar waren in het chalet.

(…)

In dit verslag wordt alleen de schade als gevolg van water behandeld; vervangende materialen en reparaties worden buiten beschouwing gelaten.

(…)

Onderzoek – binnenzijde

De lokale bron van cirkel vorming is vastgesteld. Het huidige vochtgehalte in de vloeren van het chalet is op alle meetpunten tussen 20% en 35% vastgesteld.

Er is sprake van zwelling van de wanden als gevolg van optrekkend vocht. Tijdens de inspectie zijn drie typen wanden aangetroffen, die niet allemaal origineel bij het chalet horen;

  1. Gipswanden: bieden slechts beperkte bescherming tegen vocht.

  2. Boardwanden: bieden slechte bescherming tegen vocht.

  3. Originele Dekowall-wanden: gelaagd hardhout, goed beschermd tegen vocht.

Onderzoek – onderzijde

Bij inspectie van de openingen is geconstateerd dat de isolatie volledig intact is en geen schade door vocht of water vertoont. Tevens zijn er geen sporen van eerdere vochtschade aanwezig.

Tevens zijn er onder de constructie van de vloer geen sporen van water- of vochtschade geconstateerd.

Onderzoek – badkamer

De scheurvorming in de tegels van de badkamer en het toilet duidt erop dat er zwelling in de onderliggende constructie heeft plaatsgevonden, waardoor de tegels los kunnen komen te liggen door vocht.

Onderzoek – keuken

De zwelling van de keukenkast duidt op aanwezigheid van vocht.

Bij de constructie van de vloer op de grens tussen slaapkamer en badkamer is ter hoogte van de badkamer/wc, vastgesteld dat eerdere lekkages in het verleden zijn aangepakt en dat de vloer daar inmiddels is vervangen. Uit inspectie blijkt dat de oorspronkelijke schade destijds groter was dan het oppervlak dat nu is vervangen.

Conclusie onderzoek

Vloerconstructie

Er is geen schade aan de draagkracht geconstateerd, zoals ook op de bijgevoegde foto’s is te zien. De onderzijde van de vloer bestaat uit 18mm underlayment, welke niet zodanig nat is geweest dat de sterkte is aangetast.

Wel is zichtbaar dat er in het verleden schade is opgetreden rondom de badkamer en het toilet; deze schade is niet gerelateerd aan het huidige probleem.

Daarnaast betreft de schade bij de toegangsdeur en de tuindeuren reeds een eerder vermeld punt in het keuringsrapport van 06-06-2017. Over het geheel genomen verkeert de vloer naar verwachting in een staat die overeenkomst met de leeftijd van het chalet.

Badkamer/wc vloer

De scheuren in de voegen van de tegels duiden erop dat de dubbele vloer onder de tegels mogelijk door vocht is gaan zwellen.

Wanden

  • Boardplaat-wanden (4stuks): deze wanden zijn door water aangetast en vertonen zwelling. Ze zijn slecht vochtwerend en dienen te worden vervangen.

  • Gipswanden met papieren rug: lichte schade, geschikt om opnieuw te behangen, vervanging niet noodzakelijk.

  • Dekowall-wanden: (gelaagd hardhout): goed vocht bestendig, geen schade geconstateerd.

De keukenkastjes, bestaande uit spaanplaat, zijn door vocht gezwollen en dienen te worden vervangen.

Schimmel

Er zijn geen schadelijke schimmels aangetroffen.

Wel zijn en zogenaamde ‘weerplekken’ of lichte schimmelsporen geconstateerd achter de keuken, bij de schuifdeur van de badkamer en in de kledingkasten. Deze bevinden zich op plekken met beperkte ventilatie.

Kosten

Badkamer

2 m2 vloer vervangen, incl. 2 m2 vloertegels. We zullen de bestaande douchebak terugplaatsen.

Underlaymend 2 m2 €55.64

Vloertegels badkamer 2 m2 €99.99

Lijm + voegsel €49.60

Krammerij + bevestiging €28.60

Afval bijdrage €35.00

Arbeid (2 dagen 2 man) €2720.00

Toilet

1 m2 vloer vervangen + 1 m2 vloertegels vervangen

Underlaymend 1 m2 €35.64

Vloertegels toilet 1 m2 €49.95

Lijm + voegsel €34.20

Krammerij en bevestiging €14.30

Afval bijdrage €20.00

Arbeid (1 dag 2 man) €1360.00

Leidingwerk onderzijde badkamer + keuken

Totaal materiaal koppelingen + leidingwerk €55.64

Arbeid (1 dag 2 man) €1360.00

Keuken

Keuken kast vervangen + keukenplint. Achterwand behandelen tegen schimmel.

Keukenkast €680.00

Keukenplint €85.00

Achterwand behandelen tegen schimmel €36.16

Arbeid keuken (4 uur 1 man) €340.00

Krammerij en bevestiging €41.60

Afval bijdrage €45.00

Bijgebouw wand

Gat in de wand. 10 m2 plaat hout + behang + schilderen.

10 m2 triplex 5.5mm 4 platen €128.00

10 m2 glasvezel behang €38.95

Lijm + muurverf €72.44

Afval bijdrage €15.00

Arbeid (1 dag 2 man) €1360.00

Wanden

Boordwanden vervangen met 1cm underplayment ongeveer 20 m2. Dekowall schilderen ongeveer 10 m2.

Gipswanden opnieuw behangen + sausen alleen de aangetasten wanden ongeveer 20 m2.

7 platen multiplex 9mm €392.00

10 m2 decowall schilderen €41.60

Gipswanden opnieuw behangen + sausen

(alleen aangetaste wanden) €150.34

Arbeid (3 dagen 2 man) €4080.00

Afval bijdrage €38.60

Kilometervergoeding €291.20

TOTAAL: €14.048,91

De waterschade aan het chalet is de afgelopen jaren niet verergerd, omdat het water niet diep genoeg is doorgedrongen.

Het chalet verkeert in een verouderde staat en vereist onderhoud.”

3.3.

[eiser] voert bij conclusie na deskundigenbericht aan dat de deskundige de door hem vastgestelde schade van in totaal € 14.048,91 goed heeft uitgesplitst en naast de schade door de waterlekkage na het gebrekkig winterklaar maken geen andere schadeoorzaken heeft opgenomen in zijn kostenopstelling. [eiser] stelt zich op het standpunt dat zij met het rapport van Second Home Check al heeft aangetoond dat door de fout van Veluws Hof waterschade is ontstaan en dat de deskundige dat bevestigt, terwijl Veluws Hof niet onderbouwt dat er een andere oorzaak zou zijn voor (een deel van) de schade.

3.4.

Veluws Hof heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen conclusie na deskundigenbericht genomen.

3.5.

Naar het oordeel van de rechtbank is het rapport van de deskundige gedegen, goed gemotiveerd en overtuigend. Hoewel de deskundige niet per afzonderlijke vraag van de rechtbank een antwoord heeft geformuleerd, zijn de antwoorden wel uit zijn rapport te herleiden. Gezien het voorgaande volgt de rechtbank daarom bij de begroting van de schade de zienswijze van de deskundige en maakt zij zijn bevindingen tot de hare.

De gevolgen voor de vorderingen van [eiser]

3.6.

Wat de rechtbank hierboven en in de tussenvonnissen heeft overwogen, leidt tot de volgende beslissingen over de vorderingen van [eiser] .

Vordering I – verklaring voor recht

3.7.

In het tussenvonnis van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank (onder 2.3) overwogen dat Veluws Hof jegens [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen in januari 2021 tot stand gekomen overeenkomst, inhoudende het winterklaar maken van het chalet van [eiser] . De rechtbank zal de onder I gevorderde verklaring voor recht met die strekking daarom toewijzen.

Vordering II – verklaring voor recht

3.8.

Verder heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 8 oktober 2025 (onder 2.3) overwogen dat Veluws Hof is gehouden de schade die voortvloeit uit haar toerekenbare tekortkoming aan [eiser] te vergoeden. De rechtbank zal de onder II gevorderde verklaring voor recht in die zin toewijzen.

Vordering III – herstelkosten aan het chalet

3.9.

De deskundige heeft de totale herstelkosten aan het chalet als gevolg van de lekkage die op 11 maart 2021 is ontdekt begroot op € 14.048,91. Zoals hierboven overwogen, volgt de rechtbank de zienswijze van de deskundige. De rechtbank neemt dit bedrag dan ook over en zal Veluws Hof veroordelen tot betaling daarvan aan [eiser] .

3.10.

[eiser] vordert de wettelijke rente over de herstelkosten, primair vanaf het moment van verzuim, subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding en uiterst subsidiair een door de rechtbank te bepalen datum. Veluws Hof voert verweer tegen de gevorderde wettelijke rente. Zij voert aan dat [eiser] vier jaar heeft ‘stilgezeten’ in plaats van aan haar schadebeperkingsplicht te voldoen en dat het niet zo kan zijn dat dit voor haar een beter rendement oplevert dan het geld op een spaarrekening zetten.

3.11.

Bij een schadevergoedingsverbintenis op grond van toerekenbaar tekortschieten treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in (artikel 6:83 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De wettelijke rente loopt dan vanaf het moment dat de verbintenis opeisbaar is. Dat is in de regel het moment waarop de schade moet worden geacht te zijn geleden. Omdat de schade van [eiser] in dit geval abstract wordt berekend – het gaat immers om zaakschade – is in beginsel sprake van opeisbaarheid op het moment waarop het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan. Dat is in deze zaak 11 maart 2021, de dag waarop de lekkage in het chalet is ontdekt. Zoals Veluws Hof echter terecht aanvoert, heeft [eiser] na de lekkage eerst vier jaar ‘stilgezeten’ en niets ondernomen om de schade te beperken of te herstellen. De rechtbank zal de wettelijke rente daarom toewijzen met ingang van de datum van dagvaarding (7 augustus 2024).

Vordering IV – vervanging van de geiser

3.12.

Vordering IV strekt tot vergoeding van een bedrag van € 1.011,88 aan kosten ter vervanging dan wel herstel van de geiser. In het tussenvonnis van 3 september 2025 heeft de rechtbank (onder 4.27) overwogen, kort gezegd, dat de schade aan de geiser alleen kan zijn veroorzaakt als er waterdruk op staat of door restwater in combinatie met vorst. De rechtbank heeft aanleiding gezien om een zodanige aftrek van nieuw voor oud toe te passen dat het door Veluws Hof te vergoeden schadebedrag uitkomt op nihil. [eiser] heeft gelet hierop geen belang meer bij haar vordering onder IV. De rechtbank zal deze vordering daarom afwijzen.

Vordering V – vervanging van de vloer

3.13.

Onder V vordert [eiser] een bedrag van € 2.005,29 voor kosten van vervanging dan wel herstel van de vloer. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 3 september 2025 (onder 4.29) overwogen dat de vordering tot dit bedrag toewijsbaar is. De rechtbank zal deze vordering in die zin toewijzen.

3.14.

Onder verwijzing naar wat hierboven in 3.11 is overwogen, zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de dag van de dagvaarding.

Vordering VI – staangeld

3.15.

Vordering VI strekt tot vergoeding van een bedrag van € 9.423,00 aan staangeld over de jaren 2021 tot en met 2024. In het tussenvonnis van 3 september 2025 heeft de rechtbank (onder 4.34) overwogen dat Veluws Hof het staangeld over de periode van 11 maart 2021 tot en met 31 december 2022 aan [eiser] moet terugbetalen en dat de vordering voor het overige niet toewijsbaar is. In het tussenvonnis van 3 juni 2026 heeft de rechtbank (onder 4.11/4.15) overwogen dat – in afwijking van wat daarover was overwogen in het tussenvonnis van 3 september 2025 onder 4.34 – Veluws Hof een bedrag van € 4.006,59 aan staangeld aan [eiser] moet terugbetalen. De rechtbank zal vordering VI in die zin toewijzen.

3.16.

Onder verwijzing naar wat hierboven in 3.11 is overwogen, zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de dag van de dagvaarding.

Vordering VII – gederfde huur

3.17.

[eiser] vordert onder VII een bedrag van € 24.000,00 aan huurderving over de jaren 2021 tot en met 2024. In het tussenvonnis van 3 september 2025 heeft de rechtbank (onder 4.36) overwogen dat Veluws Hof de gederfde huur over de jaren 2019 en 2020 aan [eiser] moet vergoeden en dat de vordering voor het overige niet toewijsbaar is. In het tussenvonnis van 3 juni 2026 heeft de rechtbank (onder 4.13/4.15) overwogen dat – in afwijking van wat daarover was overwogen in het tussenvonnis van 3 september onder 4.36 – Veluws Hof een bedrag van € 9.393,51 aan gederfde huur aan [eiser] moet vergoeden. De rechtbank zal vordering VII in die zin toewijzen.

3.18.

Onder verwijzing naar wat hierboven in 3.11 is overwogen, zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de dag van de dagvaarding.

Vordering VIII – advocaatkosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid

3.19.

Onder VIII vordert [eiser] een bedrag van € 9.917,00 aan redelijkerwijs noodzakelijk gemaakte advocaatkosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid. In het tussenvonnis van 3 september 2025 (onder 4.37) heeft de rechtbank overwogen dat deze post niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal vordering VIII dus afwijzen.

Vordering IX – expertisekosten

3.20.

Vordering IX strekt tot vergoeding van een bedrag van € 674,99 aan expertisekosten, te weten het onderzoek op locatie dat [eiser] heeft laten uitvoeren door Second Home Check. In het tussenvonnis van 3 september 2025 heeft de rechtbank (onder 4.41) overwogen dat deze vordering toewijsbaar is. De rechtbank zal vordering IX dan ook toewijzen.

3.21.

De gevorderde wettelijke rente over de expertisekosten is als vermogensschade toewijsbaar vanaf de dag van de dagvaarding of zoveel eerder als Veluws Hof dienaangaande in verzuim is en voor zover die kosten voordien daadwerkelijk door [eiser] zijn gemaakt. [eiser] heeft als productie 22 een betalingsbewijs in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij de factuur van Second Home Check op 8 januari 2024 heeft betaald. Op die dag is de vordering tot vergoeding van deze schadepost dus opeisbaar geworden. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over de expertisekosten daarom toewijzen vanaf 8 januari 2024.

Vordering X – proceskosten

3.22.

Veluws Hof wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten en de door [eiser] voorgeschoten kosten van het deskundigenbericht) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van [eiser] op:

- kosten van de dagvaarding

€

141,67

- griffierecht

€

1.325,00

- kosten deskundigen

€

1.452,00

- salaris advocaat

€

4.515,00

(3,5 punten × € 1.290,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

7.622,67

3.23.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.

Hoofdelijke veroordeling

3.24.

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

verklaart voor recht dat Veluws Hof toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen in januari 2021 tot stand gekomen overeenkomst, inhoudende het winterklaar maken van het chalet van [eiser] ,

4.2.

verklaart voor recht dat Veluws Hof is gehouden de schade die voortvloeit uit haar toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst aan [eiser] te vergoeden,

4.3.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 14.048,91 aan herstelkosten van het chalet, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van de volledige betaling,

4.4.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 2.005,29 aan kosten ter vervanging dan wel herstel van de vloer, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van de volledige betaling,

4.5.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 4.006,59 aan staangeld over de periode van 11 maart 2021 tot en met 31 december 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van de volledige betaling,

4.6.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 9.393,51 aan huurderving over de jaren 2021 en 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van de volledige betaling,

4.7.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 674,99 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 8 januari 2024 tot aan de dag van de volledige betaling,

4.8.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk in de proceskosten van € 7.622,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Veluws Hof niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.9.

veroordeelt Veluws Hof hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.10.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.3 tot en met 4.9 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

4.11.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

JE/Vg

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »