ECLI:NL:RBGEL:2026:6789

Datum uitspraak
29-07-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05-250444-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 529 Sv. Meervoudige militaire raadkamer. Afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de kosten van het door verzoeker geïnitieerd deskundigenonderzoek. De in het deskundigenrapport neergelegde bevindingen en conclusies zijn door het openbaar ministerie niet als grondslag betrokken in de sepotbeslissing. Het belang van het onderzoek is in zoverre niet gediend met het deskundigenrapport. Dit wordt niet anders doordat door het openbaar ministerie in een e-mail aan de raadsman is bevestigd dat het deskundigenrapport is ontvangen en meegenomen in de afdoeningsbeslissing.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

parketnummer : 05-250444-25

raadkamernummer : 26-012012

datum : 29 juli 2026

beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het verzoek op grond van artikel 529 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [postcode] [woonplaats] (Duitsland),

hierna te noemen: verzoeker.

Advocaat: mr. E. Dekker, advocaat te Amsterdam.

Feiten

De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 26 januari 2026 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.

Procedure

Het verzoekschrift is op 24 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De militaire raadkamer heeft op 22 juli 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.

De militaire raadkamer heeft de gemachtigde advocaat van verzoeker en de officier van justitie op zitting gehoord.

Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 4.283,40 wegens de kosten van een deskundigenonderzoek, in dit geval het rapport 250803 van 25 november 2025, opgemaakt door Baan Hofman Ongevallenanalyse. Naar aanleiding van de verhoren van verzoeker en de bestuurder, en tevens de analyse van Baan Hofman, heeft het Openbaar Ministerie op 26 januari 2026 besloten de strafzaak voor zowel de bestuurder als de verzoeker af te doen met een onvoorwaardelijk beleidssepot. Uit de correspondentie met het Openbaar Ministerie blijkt dat het rapport van Baan Hofman is betrokken bij de afdoeningsbeslissing. Samenvattend heeft het rapport van Baan Hofman een significante en inhoudelijke bijdrage geleverd aan de overwegingen van het Openbaar Ministerie inzake de afdoening van deze strafzaak, evenals aan de beoordeling van de relevante feiten en omstandigheden die in dergelijke procedures van doorslaggevende betekenis zijn.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. Uit de toelichting in de sepotbrief blijkt niet dat het rapport van Baan Hofman het belang van het onderzoek heeft gediend en al zeker niet, zoals in het verzoekschrift wordt gesteld, “een significante en inhoudelijke bijdrage geleverd aan de overwegingen van het Openbaar Ministerie inzake de afdoening van deze strafzaak, evenals aan de beoordeling van de relevante feiten en omstandigheden die in dergelijke procedures van doorslaggevende betekenis zijn”. Geen enkele bevinding van Baan Hofman is overgenomen in de sepotbeslissing. Aldus kan niet worden gezegd dat de rapportage het belang van het onderzoek heeft gediend.

Beoordeling

De militaire raadkamer is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.

De verdediging kan zonder instemming van het Openbaar Ministerie of de rechter opdracht geven tot het uitvoeren van een deskundigenonderzoek maar de kosten komen voor rekening van de verdachte. De kosten die ingevolge het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, komen uitsluitend voor vergoeding in aanmerking voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of door de intrekking van dagvaardingen of rechtsmiddelen nutteloos is geworden.

De militaire raadkamer is van oordeel dat de kosten die door verzoeker zijn gemaakt voor het door de verdediging geïnitieerde deskundigenonderzoek, niet voor vergoeding in aanmerking komen. De in het rapport neergelegde bevindingen en conclusies zijn door het Openbaar Ministerie niet als grondslag betrokken in de sepotbeslissing. Het Openbaar Ministerie is bij die beoordeling juist uitgegaan van de Verkeers Ongevallen Analyse (VOA) en de bevindingen van de Sectie Interne Onderzoeken van de Koninklijke Marechaussee. Dit geldt ook voor de conclusies die Baan Hofman trekt over de snelheid waarmee is gereden en de richting van waaruit de fietser is gekomen. Dat dit punten zijn waarop de strafrechtelijke beoordeling van het Openbaar Ministerie rustte, volgt de rechtbank niet. In de sepotbeslissing wordt afgewogen dat op zichzelf bewijsbaar is dat verzoeker de volgens de brancherichtlijn maximum snelheid van 120 km/u heeft overschreden, maar dat de regelgeving daarover complex is. Het Openbaar Ministerie gaat daarbij op grond van het VOA-rapport ervan uit dat het dienstvoertuig vijf seconden vóór de botsing met de fietser met een snelheid van 136 kilometer per uur reed en dat de botsing plaatsvond met een snelheid van circa 100 kilometer per uur. Hieraan doet niet af dat Baan Hofman een andere snelheid berekent. Ook staat in de sepotbeslissing dat is vastgesteld dat de fietser kort voor de botsing in dezelfde richting reed als de auto waarin verzoeker en zijn leerling zich bevonden, ook al schetst Baan Hofman een aantal andere scenario’s. Verder constateert het Openbaar Ministerie dat sprake is van een tragisch ongeval dat ook veel impact op verzoeker heeft gehad.

De raadkamer stelt daarmee vast dat de uitgangspunten voor het beleidssepot van het Openbaar Ministerie niet zijn gebaseerd op het rapport van Baan Hofman.. Dit wordt niet anders doordat in de e-mail aan de raadsman van 22 december 2025 is bevestigd dat het rapport van Baan Hofman is ontvangen en meegenomen zal worden in de afdoeningsbeslissing.

Gelet op het vorenstaande, is de militaire raadkamer van oordeel dat het belang van het onderzoek in zoverre dan ook niet gediend is met het rapport van Baan Hofman. Het gaat er niet om dat het van belang had kunnen zijn, maar of de sepotbeslissing op grond van dat rapport is gegeven, boven het VOA-rapport en dat is niet het geval. De militaire raadkamer zal het verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De militaire raadkamer wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Y.H.M. Marijs, voorzitter, mr. L.C.P. Goossens, rechter, en kolonel mr. M. Hoedeman, als militair lid, in tegenwoordigheid van G.C.FJ. Derkx, griffier, en uitgesproken op 29 juli 2026.

Tegen de beslissing van de militaire raadkamer staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »