ECLI:NL:RBGEL:2026:6341

Datum uitspraak
06-08-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05/003860-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van betrokkenheid bij witwassen. De verklaring van verdachte over de herkomst van het geldbedrag is concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Het openbaar ministerie heeft onvoldoende nader onderzoek gedaan naar aanleiding van die verklaring. Daarom is niet bewezen dat verdachte het geldbedrag heeft witgewassen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/003860-25

Datum uitspraak : 6 augustus 2026

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] (Turkije),

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Raadsman: mr. S. Schuurman, advocaat in Breukelen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 23 juli 2026.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 januari 2025, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een geldbedrag met een totaal van €86.000,-, althans enig geldbedrag, (sub b)

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 3 januari 2025, te Arnhem, althans in Nederland, (van) een geldbedrag met een totaal van €86.000,-, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die geldbedrag(en) onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf.

2 De standpunten

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af.

Medeverdachte [medeverdachte] werd op 3 januari 2025 in Arnhem geobserveerd terwijl hij een tas met een contant geldbedrag van € 86.000,- aan verdachte gaf. In de kofferbak van [medeverdachte] is vervolgens ruim 6 kilo heroïne aangetroffen.

Op grond van de geobserveerde handelingen en aangetroffen goederen is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.

De verdachte heeft op 4 januari 2025 bij de politie over de herkomst van het geld verklaard dat hij € 86.000,- zou krijgen van de [bedrijf] , een bedrijf in Turkije. Daarmee zou verdachte voertuigen kopen bij een autohandelaar. De voertuigen waren bestemd voor Iran/Irak. Verdachte heeft foto’s van zijn locatie gestuurd naar [naam] , zijn contactpersoon bij voornoemd bedrijf.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee een verklaring over de herkomst van het voorwerp heeft gegeven, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Tijdens het requisitoir heeft de officier van justitie opgemerkt op internet een bedrijf met de door verdachte genoemde naam te hebben gevonden, waarbij alleen diensten als juridisch advies, beveiliging en schoonmaak staan vermeld, geen handel in vervoermiddelen.

Naar het oordeel van de rechtbank had het op de weg van het openbaar ministerie gelegen méér onderzoek te verrichten dan dat. De door verdachte gegeven verklaring bood immers aanknopingspunten voor (nader) onderzoek naar het bedrijf en naar de bij naam bekende contactpersoon die verdachte bij het bedrijf zou hebben. Dergelijk onderzoek door het openbaar ministerie is echter achterwege gebleven. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat het aangetroffen geld een legale herkomst heeft.

Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte het in de tenlastelegging opgenomen geldbedrag heeft witgewassen, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

4 De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie

Aangezien de officier van justitie van oordeel is dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard, heeft zij zich op het standpunt gesteld dat het geld verbeurd moet worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het geld moet worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 86.000,- overweegt de rechtbank dat zij niet in staat is een specifieke (rechts-)persoon als rechthebbende aan te merken en daarom zal zij de bewaring ten behoeve van de rechthebbende bevelen.

5 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;

 beveelt de bewaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 86.000,- ten behoeve van de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. L.C.P. Goossens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2026.

mr. Goossens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »