RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/352217-25
Datum uitspraak : 9 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. A. van der Poel, advocaat in Apeldoorn
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
25 juni 2026.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 19 mei 2022 te Apeldoorn, althans in Nederland, met zijn kind [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen, althans eenmaal het betasten/aanraken van en/of knijpen in en/of wrijven over de billen en/of borsten van die [minderjarige 1] ;
2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2022 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [minderjarige 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten meermalen, althans eenmaal het betasten/aanraken van en/of knijpen in en/of wrijven over de billen en/of borsten van die [minderjarige 1] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte (telkens)- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [minderjarige 1] hiermee heeft overrompeld en/of- aan die [minderjarige 1] heeft gevraagd om samen te douchen en/of hem te roepen als ze klaar was met douchen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- (tijdens het dragen van zwemkleding) tegen die [minderjarige 1] heeft gezegd dat hij haar lekkere tietjes ziet, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige 1] en/of- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die [minderjarige 1] en/of van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [minderjarige 1] , gelet op het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [minderjarige 1] en/of hun relatie als vader en dochter en/of dat die [minderjarige 1] aan zijn zorg was toevertrouwd en daarom in een afhankelijke positie was van hem, verdachte;
3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, en/of in Italië, met zijn kind [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen, althans eenmaal- het betasten/aanraken van en/of wrijven over de vagina en/of schaamstreek van die [minderjarige 2] en/of- het betasten/aanraken van en/of knijpen in de billen van die [minderjarige 2] ;
4.
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een of meer foto’s en/of video’s, van seksuele gedragingen, waarbij zijn kind [minderjarige 1] , althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met een of beide handen betasten en/of aanraken van de eigen borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(afbeeldingen 1 tot en met 20 van de toonmap)
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de start van de pleegperiode moet worden aangepast naar 2021. [minderjarige 1] heeft immers verklaard niet zeker te weten wanneer het betasten is begonnen. Verder is vrijspraak bepleit voor feit 2, omdat er volgens de verdediging geen sprake is geweest van dwingen door geweld, bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid. Ten aanzien van feit 3 stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte voor het tenlastegelegde dat ziet op handelingen in Nederland moet worden vrijgesproken, omdat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat. Verdachte heeft verklaard dat hij [minderjarige 2] één keer heeft betast in Italië. De enkele verklaring van [minderjarige 2] en van haar moeder, die alleen van [minderjarige 2] heeft gehoord dat het betasten vaker zou zijn gebeurd, is daarvoor immers onvoldoende, nu dit uit dezelfde bron komt. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft verdachte alleen de foto’s zelf gemaakt, de filmpjes niet.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [minderjarige 1] , p. 17 t/m 21;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 juni 2026.
Start pleegperiode
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij denkt dat hij rond 2019 is begonnen met het aanraken van [minderjarige 1] . Dat past ook bij de aangetroffen foto’s waarop [minderjarige 1] naakt te zien is. Een deel van deze foto’s heeft namelijk een originele aanmaakdatum in 2019. Bovendien koppelt [minderjarige 1] in haar getuigenverklaring de start van de aanrakingen aan haar leeftijd van 13. In 2019 werd [minderjarige 1] 13 jaar. De rechtbank gaat acht daarom de hele tenlastegelegde periode bewezen.
Ten aanzien van feit 2:
[minderjarige 1] heeft verklaard dat zij jaren seksueel is misbruikt door haar vader. Verdachte zat aan haar billen en borsten. Hij deed dit door te knijpen en te wrijven. Hij wilde ook steeds samen douchen en [minderjarige 1] moest roepen als ze klaar was met douchen zodat verdachte haar naakt kon zien. Eerst gebeurde het een keer per week maar later zat verdachte dagelijks aan [minderjarige 1] . Het knijpen in de borsten en billen gebeurde wel drie tot vier keer per dag. Tijdens het zwemmen, wat zij één keer in de drie à vier weken deden, heeft verdachte een keer tegen haar gezegd: “ik zie je lekkere tietjes”.
[minderjarige 1] durfde niet in haar ondergoed te lopen omdat zij bang was dat verdachte dan aan haar ging zitten. Als verdachte thuis kwam van werk en [minderjarige 1] niet was aangekleed, dan ging zij zich snel aankleden. Ook probeerde zij verdachte te ontwijken door niet naast hem te gaan zitten. Zij voelde zich pas veilig en bevrijd als hij naar werk was of zij op school zat.
[minderjarige 1] was altijd alleen met verdachte als hij haar aanraakte. Ze durfde er niks over te zeggen tegen haar vader omdat zij bang was dat het dan erger zou worden. Het aanraken is gestopt in november 2023. Haar moeder heeft verdachte nadat zij hem heeft geconfronteerd met de verhalen van hun dochters, uit huis gezet.2
Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij [minderjarige 1] heeft aangeraakt. Hij heeft verklaard dat [minderjarige 1] niet altijd liet blijken wat zij van de aanrakingen vond. Soms deed zij dit wel. Als zij liet blijken dat zij het niet fijn vond, dan handelde hij daar soms wel en soms niet naar. Soms ging hij dan toch door. Hij negeerde dan de signalen van [minderjarige 1] , aldus verdachte.3
De rechtbank is van oordeel dat verdachte [minderjarige 1] heeft gedwongen om de ontuchtige gedragingen te dulden. Deze gedragingen vonden onverhoeds plaats. [minderjarige 1] was hier niet op bedacht en hoefde dat ook niet te zijn. Daarnaast had verdachte als vader overwicht op haar en was [minderjarige 1] als 13 tot 17 jarige aan de zorg van verdachte toevertrouwd en afhankelijk van hem. [minderjarige 1] heeft ook verklaard dat zij bang was dat het erger zou worden als zij verdachte erop zou aanspreken en dat zij zich pas vrij voelde als zij op school zat of als verdachte op zijn werk was. Verdachte heeft ook zelf verklaard dat hij verbale of non-verbale signalen van [minderjarige 1] heeft gezien en dan de ontuchtige handelingen doorzette. Ook daaruit kan worden afgeleid dat hij [minderjarige 1] heeft gedwongen de tenlastegelegde handelingen te ondergaan. De rechtbank acht daarom bewezen dat sprake is geweest van dwang door een andere feitelijkheid en komt daarmee tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder feit 2.
Ten aanzien van feit 3
[minderjarige 2] heeft verklaard dat zij 12 jaar oud was toen haar vader voor het eerst dingen bij haar deed. Dit heeft een paar maanden geduurd en is gestopt toen zij 13 jaar oud was. Toen zij op vakantie in Italië in het zwembad spelletjes aan het doen waren, zat verdachte de eerste keer met zijn hand bij haar vagina op een manier die niet fijn was. Verdachte ging vervolgens op haar badpak met zijn vinger heen en weer. Dit is tijdens die vakantie zo’n 4 à 5 keer gebeurd. Ook zat verdachte aan haar kont. Dit gebeurde na de vakantie in Italië ook in Nederland. Hij prikte of kneep dan met zijn vingers en/of hand in haar kont. Verdachte is hiermee op 23 november 2023 gestopt toen haar moeder verdachte het huis uit heeft gezet.4
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij aan [minderjarige 2] heeft gezeten. Dit was in het zwembad in Italië. Hij heeft toen met zijn hand over haar badpak heen gewreven in de buurt van haar schaamstreek. Ook heeft hij toen in haar billen geknepen.5 Verdachte kan zich niet herinneren dat het vaker is gebeurd.
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [minderjarige 2] te twijfelen en dat die verklaring in voldoende mate wordt ondersteund door de verklaring van [minderjarige 1] en de deels bekennende verklaring van verdachte. De verklaring van [minderjarige 2] is op wezenlijke onderdelen consistent en gedetailleerd. Daarnaast heeft [minderjarige 2] hetzelfde verhaal kort na de gebeurtenissen verteld aan [minderjarige 1] en haar moeder en komen de handelingen waarover zij heeft verklaard overeen met de handelingen die verdachte in dezelfde periode bij [minderjarige 1] verrichtte. De rechtbank acht de verklaring van [minderjarige 2] dan ook betrouwbaar.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte meermaals ontuchtige handelen heeft gepleegd met [minderjarige 2] en dat deze handelingen hebben plaatsgevonden in zowel Italië als Nederland.
Ten aanzien van feit 4:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 76 t/m 80;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 83 t/m 85;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 juni 2026;
- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen, 2603090925.AMB, opgemaakt door [verbalisant 1] en gesloten op 9 maart 2026.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de foto’s, bevattende kinderpornografisch materiaal, heeft vervaardigd door deze heimelijk te maken en in zijn bezit heeft gehad en de video’s, bevattende kinderpornografisch materiaal, heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad. Op alle afbeeldingen is [minderjarige 1] te zien. Zij was toen nog minderjarig.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 19 mei 2022 te Apeldoorn, althans in Nederland, met zijn kind [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen, althans eenmaal het betasten/aanraken van en/of knijpen in en/of wrijven over de billen en/of borsten van die [minderjarige 1] ;
2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2022 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [minderjarige 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten meermalen, althans eenmaal het betasten/aanraken van en/of knijpen in en/of wrijven over de billen en/of borsten van die [minderjarige 1] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte (telkens)- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [minderjarige 1] hiermee heeft overrompeld en/of- aan die [minderjarige 1] heeft gevraagd om samen te douchen en/of hem te roepen als ze klaar was met douchen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - (tijdens het dragen van zwemkleding) tegen die [minderjarige 1] heeft gezegd dat hij haar lekkere tietjes ziet, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige 1] en/of- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die [minderjarige 1] en/of van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [minderjarige 1] , gelet op het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [minderjarige 1] en/of hun relatie als vader en dochter en/of dat die [minderjarige 1] aan zijn zorg was toevertrouwd en daarom in een afhankelijke positie was van hem, verdachte.
3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, en/of in Italië, met zijn kind [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermalen, althans eenmaal- het betasten/aanraken van en/of wrijven over de vagina en/of schaamstreek van die [minderjarige 2] en/of- het betasten/aanraken van en/of knijpen in de billen van die [minderjarige 2] .
4.
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 23 november 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een of meer foto’s en/of video’s, van seksuele gedragingen, waarbij zijn kind [minderjarige 1] , althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met een of beide handen betasten en/of aanraken van de eigen borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(afbeeldingen 1 tot en met 20 van de toonmap)
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd
feit 2:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd
feit 3:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd
feit 4:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd
en
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd
en
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het van belang is dat het enkel gaat om het aanraken van de borsten en de billen over de kleding heen en slechts voor een kort moment. Hiermee moet rekening worden gehouden in het kader van de straf. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat verdachte vrijwillig hulp heeft gezocht bij GGNet en het traject met goed gevolg heeft afgerond. De verdediging verzoekt om het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, met 1 dag gevangenisstraf onvoorwaardelijk, met daarnaast een flinke taakstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich in een periode van 4,5 jaar meerdere malen schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn minderjarige dochters, het meest langdurig met zijn oudste dochter, die 13 jaar was toen het begon. Zijn jongste dochter was eveneens 13 jaar toen zij slachtoffer werd van haar vader. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verwerven en het in bezit hebben van kinderpornografische foto’s en video’s van zijn oudste dochter. Zonder dat zijn dochter daar weet van had, heeft hij foto’s van haar gemaakt terwijl zij naakt was. De filmpjes heeft hij op de telefoon van zijn dochter gevonden en vervolgens op zijn eigen pc gezet om te kunnen terugkijken.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hadden zich in hun eigen huis en bij hun vader veilig moeten voelen. In plaats daarvan heeft hun vader misbruik van hen gemaakt en zijn eigen lustgevoelens boven de belangen van zijn jonge dochters gesteld De impact op de slachtoffers is enorm. Zij hebben nog elke dag last van de gevolgen, zo is gebleken uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen. [minderjarige 2] heeft een tijd op een psychiatrische afdeling verbleven en heeft nog steeds last van herbelevingen. Zij krijgt hulp om hiermee om te gaan. [minderjarige 1] heeft verklaard dat zij zich nog altijd onzeker over zichzelf en haar lichaam voelt. Ook voelt zij zich onveilig. Zij is doodsbang dat zij verdachte tegenkomt en in een vervelende situatie terechtkomt waarin zij geen kant op kan. Dat de impact op beide meiden groot is geweest en dat verdachte daarvoor verantwoordelijk is, moge dus duidelijk zijn. In het geval van [minderjarige 1] komt daar nog bij dat het voor haar vreselijk moet zijn geweest toen zij erachter kwam dat haar vader stiekem foto’s van haar heeft gemaakt toen zij naakt was en deze foto’s al jaren in zijn bezit bleek te hebben. Met dit alles houdt de rechtbank rekening bij het bepalen van de strafmaat.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte van 26 mei 2026 waaruit volgt dat verdachte zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 9 juli 2026. Uit het rapport volgt dat verdachte na de scheiding met zijn ex-vrouw en het verbreken van het contact met zijn kinderen zijn leven zelfstandig weer heeft opgebouwd. Er is stabiliteit in huisvesting, dagbesteding en financiën. Verdachte is een first offender, heeft een pro-sociale houding en kent geen middelenproblematiek. Onder meer seksualiteit en het psychosociaal functioneren ziet de reclassering als criminogene factoren. Verdachte heeft reeds één jaar vrijwillig ambulante behandeling gevolgd bij GGNet. Door middel van delictanalyse en een terugvalpreventieplan is gedragsverandering tot stand gekomen en is het recidiverisico van matig naar laag gereduceerd. Wel signaleert de reclassering dat er inmiddels weer een toename is te zien van risico items. Verdachte wil zelf ook graag opnieuw ambulante behandeling, voornamelijk op het gebied van relaties. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen:
-
Meldplicht bij de reclassering;
-
Ambulante behandeling;
-
Contactverbod met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
-
Vermijden contact met minderjarigen;
-
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
De reclassering acht het van belang dat verdachte opnieuw ambulant wordt behandeld waarbij de behandeling ook dient te worden gericht op de veroordeling ter zake kinderporno.
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde. De rechtbank acht daarbij een voorwaardelijk deel aangewezen om verdachte zoals geadviseerd toezicht en behandeling van de reclassering te kunnen opleggen. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering is geadviseerd, met uitzondering van de voorwaarde ‘het vermijden van contact met minderjarigen’. De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaarde te onbepaald en te onduidelijk is geformuleerd om als bijzondere voorwaarde op te kunnen leggen. Daarbij komt dat het misbruik (en ten aanzien van [minderjarige 1] : de kinderporno) ziet op de dochters van verdachte, met wie hij nu geen contact heeft. Onduidelijk is waarom het voor het inperken van het recidiverisico noodzakelijk zou zijn om contact met iedere willekeurige minderjarige te vermijden, voor welke situaties dit aan de orde zou zijn en wat de reclassering daarmee voorstaat. De rechtbank zal deze bijzondere voorwaarde daarom niet opleggen. Tot slot zal de rechtbank het geadviseerde en door de slachtoffers gewenste contactverbod niet in de vorm van bijzondere voorwaarden, maar in de vorm van een artikel 38v Sr-maatregel opleggen, zodat bij eventuele overtreding vervangende hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat een lopend toezicht in gevaar wordt gebracht.
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik in welke vorm dan ook deze ervaringen voor altijd met zich meedragen. Ervaringen kunnen worden verwerkt maar de gevolgen van wat iemand heeft moeten meemaken, zullen veelal altijd voelbaar blijven. Het gaat hier om twee jonge meiden die voor de rest van hun leven getekend zullen zijn door deze ervaringen. Hun seksuele ontwikkeling heeft door hun vader voor altijd een lading. Dat maakt dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Dat verdachte inmiddels zelf hulp heeft aanvaard, maakt dat niet anders. Bij het bepalen van de strafmaat gaat het immers niet alleen om de vraag of hulp is of wordt geaccepteerd en daarmee de kans op recidive wordt verminderd. Ook genoegdoening naar de slachtoffers en het signaal naar de maatschappij dat dergelijk gedrag wordt bestraft met een gevangenisstraf zijn strafdoelen die van belang zijn om rekening mee te houden in de strafmaat. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar passend en geboden met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals overwogen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Als gezegd zijn de gevolgen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groot. Zij willen geen contact met hun vader. Mede gezien de door het misbruik ontstane problematiek is dat voor hen te belastend. Zij zijn ook heel bang dat zij verdachte tegenkomen of dat hij op een andere manier contact zoekt met hen. Dat is ook gebeurd. [minderjarige 2] heeft bijvoorbeeld op Facebook een vriendschapsverzoek gehad van verdachte, terwijl hij toen ook al wist dat zijn dochters geen contact met hem wilden. Dit zorgt bij hen voor heel veel onrust. Ter beveiliging van de maatschappij, waaronder valt de bescherming van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , acht de rechtbank een contactverbod in de vorm van een artikel 38v Sr-maatregel met hen daarom passend. Omdat het zoeken van contact door [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als belastend wordt ervaren en verdachte eerder contact heeft gezocht, wetende dat zijn dochters dat niet willen, is sprake van een situatie waarin er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend gedraagt jegens hen. De rechtbank zal de maatregel daarom dadelijk uitvoerbaar verklaren.
De rechtbank zal de maatregel opleggen voor de duur van 3 jaren. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van in totaal 6 maanden, dus voor het overtreden van beide contactverboden samen.. Wat betreft de duur van de proeftijd zoekt de rechtbank aansluiting bij het voorwaardelijk strafdeel, te weten drie jaren.
8 De beoordeling van de civiele vorderingen
Benadeelde partij [minderjarige 1]
De benadeelde partij [minderjarige 1] heeft in verband met de feiten 1, 2 en 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.000,- (plus € 5.000,- pro memorie schade) aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, met uitzondering van de pro memorie schade, kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de hoogte van het bedrag refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.
Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden gematigd naar een bedrag van € 5.000,-. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
Overwegingen van de rechtbank
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Door het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde is de benadeelde op andere wijze in haar persoon aangetast en door feit 4 is de benadeelde in haar eer of goede naam aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt bij de begroting van de schade rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank zoekt bij de begroting van het smartengeld in verband met de feiten 1 en 2 aansluiting bij paragraaf 15.3 van de Rotterdamse schaal, aanranding. De rechtbank gaat, gelet op de langdurige pleegperiode en de jonge leeftijd van de benadeelde, het feit dat de aanrandingen over de kleding heen waren en gelet op de afhankelijkheidsrelatie, in dit geval uit van de onderkant van de categorie ‘Meest ernstig (bandbreedte € 5.000 tot € 6.500)’. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld voor de persoonsaantasting in verband met de feiten 1 en 2 vaststellen op een bedrag van € 5.000,-. Op de grondslag dat in verband met het onder feit 4 bewezenverklaarde [minderjarige 1] eer en goede naam is aangetast, zal de rechtbank het smartengeld dat daarmee verband houdt naar billijkheid vaststellen op € 1.000,-. Totaal wordt dus een bedrag van € 6.000,- toegekend. Voor een verdere verhoging van het bedrag in verband met de aanbevelingen van het LOVS, zoals bepleit door de advocaat van de benadeelde partij, ziet de rechtbank geen aanleiding. De daarbij genoemde factoren als opzet en leeftijd benadeelde zijn door de rechtbank reeds betrokken in de begroting.
De wettelijke rente over het toegewezen bedrag zal worden toegewezen vanaf het midden van de gecombineerde bewezenverklaarde pleegperiode van de feiten 1 en 2 (waarin ook de pleegperiode van feit 4 valt), aldus vanaf 21 augustus 2021.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [minderjarige 2]
De benadeelde partij [minderjarige 2] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 9.000,- (plus € 6.000,- pro memorie schade) aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, met uitzondering van de pro memorie schade, kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de hoogte van het bedrag refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden gematigd naar een bedrag van € 1.000,- nu het gaat om één aanraking over de kleding. Er is geen sprake geweest van herhaaldelijke ontuchtige handelingen. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
Overwegingen van de rechtbank
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde in haar persoon is aangetast ‘op andere wijze’, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek.
Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank zoekt bij de begroting van het smartengeld aansluiting bij paragraaf 15.3 van de Rotterdamse schaal, aanranding. De rechtbank gaat, gelet op lengte van de pleegperiode (enkele maanden), de jonge leeftijd van de benadeelde, de afhankelijkheidsrelatie met verdachte, dat de aanrandingen over de kleding heen waren en de verstrekkende gevolgen voor de benadeelde waaronder een opname op de psychiatrische afdeling in dit geval uit van de bovenkant van de categorie ‘Ernstig’ met elementen van de categorie ‘Meest ernstig’. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.500,- vaststellen. Voor een verdere verhoging van het bedrag in verband met de aanbevelingen van het LOVS, zoals bepleit door de advocaat van de benadeelde partij, ziet de rechtbank geen aanleiding. De daarbij genoemde factoren als opzet en leeftijd benadeelde zijn door de rechtbank reeds betrokken in de begroting.
De wettelijke rente over het toegewezen bedrag zal worden toegewezen vanaf het midden van de pleegperiode, aldus vanaf 11 september 2023.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
9 De beoordeling van het beslag
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de Hitachi schijf met serienummer JP2940J81Z3K2V, die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan de feiten zijn begaan, onttrekken aan het verkeer. Er staat kinderporno op de schijf en daardoor is het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet.
10 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36c, 36f, 38v, 38w, 57, 240b, 246 (oud), 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.
11 De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
-
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
-
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Houtwal 16A, 7201 ES Zutphen;
2. verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door GGNet of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en seksueel grensoverschrijdend gedrag;
3. verdachte gedurende de proeftijd:
- digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
- digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
- geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
- inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod.
Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 3 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2006 en;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010.
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal voor beide contactverboden samen.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Benadeelde partij [minderjarige 1]
-
veroordeelt verdachte in verband met de feiten 1, 2 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 1] van € 6.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
-
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
-
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 1] , een bedrag te betalen van € 6.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 55 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
-
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
verklaart de benadeelde partij [minderjarige 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld.
Benadeelde partij [minderjarige 2]
-
veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 2] van € 3.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
-
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
-
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 2] , een bedrag te betalen van € 3.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 35 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
-
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
verklaart de benadeelde partij [minderjarige 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld.
Beslag
onttrekt aan het verkeer de Hitachi schijf met serienummer JP2940J81Z3K2V.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. C.J.M. Vijftigschild, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Doorn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2026. |
||