ECLI:NL:RBGEL:2026:2990

Datum uitspraak
18-02-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11976700 \ CV EXPL 25-9339
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek na tussenvonnis, geen oneerlijke bedingen

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11976700 \ CV EXPL 25-9339

Vonnis van 18 februari 2026

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING NIJKERK,

gevestigd te Nijkerk,

eisende partij,

gemachtigde: Jongejan Wisseborn Harderwijk,

tegen

1 [naam gedaagde 1]

en 2. [naam gedaagde 2],

beide wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

niet verschenen.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Op 17 december 2025 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen, waarin de eisende partij in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over artikel 13 van de algemene voorwaarden.

1.2.

Bij akte van 14 januari 2026 heeft de eisende partij haar vordering nader toegelicht.

1.3.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Naar aanleiding van de akte van de eisende partij overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat artikel 13 van de algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevat. Hoewel in artikel 13.1 gesproken wordt over ‘alle kosten’, specificeert eisende partij in artikel 13.2 om welke dit gaat, namelijk wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Artikel 13.1 is in samenhang gezien met artikel 13.2 daardoor wel eerlijk. Dit betekent dat de kantonrechter artikel 13 van de algemene voorwaarden niet zal vernietigen.

2.2.

De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.

2.3.

Gedaagde partijen worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

147,81

- griffierecht

€

514,00

- salaris gemachtigde

€

406,50

(1,5 punten × € 271,00)

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.203,31

2.4.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen, zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partijen hoofdelijk om aan Woningstichting Nijkerk een bedrag van € 4.774,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 10 november 2025 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partijen hoofdelijk in de proceskosten van € 1.203,31, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde partijen niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagde partijen ook de kosten van betekening betalen,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

68348 53331

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »