ECLI:NL:RBGEL:2025:12051

Datum uitspraak
17-06-2025
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05/057709-24
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak van artikel 247 Sr.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/057709-24

Datum uitspraak : 17 juni 2025

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,

volgens zijn raadsman wonende aan de [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. F.A. van Katwijk, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 juni 2025.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 maart 2021 te Weurt, gemeente Beuningen, althans in

Nederland,

met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,

verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

te weten

- het (tong)zoenen van haar en/of

- het betasten van haar vulva en/of haar billen.

2 De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Voor een veroordeling van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat verdachte, met iemand van wie hij weet dat die persoon in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert waardoor hij of zij niet of onvolkomen in staat is zijn of haar wil daaromtrent te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Het wetsartikel beoogt dus de bescherming van personen – die door hun toestand niet in staat zijn om hun wil te bepalen, kenbaar te maken of weerstand te bieden – tegen degenen die misbruik maken van hun toestand.

Bij een toestand van verminderd bewustzijn gaat het om situaties tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Hierbij kan gedacht worden aan een situatie waarin de persoon zich bevindt in een roes als gevolg van het innemen van alcohol of drugs.

Op 5 maart 2021 heeft aangeefster bij de politie een melding gemaakt van ontuchtige handelingen gepleegd door verdachte op 1 maart 2021. Op 21 maart 2021 heeft zij officieel aangifte gedaan. Tegenover de belastende verklaring van aangeefster staat de ontkennende verklaring van verdachte. Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde is naast de verklaring van aangeefster bewijs nodig dat steun biedt aan haar verklaring.

Uit het dossier blijkt dat verdachte en aangeefster op 1 maart 2021 op een feest in een kraakpand in de oude waterzuiveringsfabriek in Weurt waren en dat zij, samen met andere personen, drugs hebben gebruikt. Aangeefster heeft verklaard dat zij wodka heeft gedronken en een puntje keta heeft gebruikt. Ze heeft verklaard dat ze vaag werd. Op een gegeven moment kon ze niet meer praten en had ze geen gevoel meer in haar knieën. Ze heeft verklaard dat er seksuele handelingen tussen haar en medeverdachte [medeverdachte] hebben plaatsgevonden en dat verdachte de kamer binnen kwam en haar heeft gezoend en betast. Uiteindelijk is ze door haar toenmalige vriend het pand uitgetild. Verdachte heeft verklaard dat hij de kamer binnen liep en dat [medeverdachte] en aangeefster op een matras lagen. Ze hadden eerder die dag met z’n allen drugs gebruikt. Aangeefster was helemaal in de war, ze was een beetje van de wereld af en zag eruit als een zombie. Hij heeft aangeefster in zijn armen genomen.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat aangeefster zich, door het alcohol- en drugsgebruik, in een toestand van verminderd bewustzijn bevond. De rechtbank kan echter niet met voldoende overtuiging vaststellen dat tussen verdachte en aangeefster seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Daarbij speelt een rol dat een lange tijd is verstreken tot verdachte en enkele getuigen zijn gehoord en dat alle betrokken personen (flink) onder invloed waren. Verdachte is pas ruim 3 jaar later door de politie gehoord. Ook [medeverdachte] , die heeft verklaard over seksuele handelingen door verdachte, was onder invloed van alcohol en drugs en is pas veel later door de politie gehoord. De toenmalige vriend van aangeefster is niet als getuige gehoord.

Vanwege deze omstandigheden is voor de rechtbank onvoldoende helder wat zich die avond exact heeft afgespeeld. Ook zijn de mogelijkheden en zin daarnaar alsnog verder onderzoek te doen, door dat tijdsverloop vervlogen.

De rechtbank acht het tenlastegelegde daarom niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte vrijspreken.

4 De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W. van Kasbergen (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juni 2025.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »