vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/388139 / HA ZA 21-249 / 1571 / 1690
Vonnis in incident van 29 september 2021
in de zaak van
[Eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. T. van der Meeren te Heilig Landstichting,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOUWBEDRIJF VAN SWAAY B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. T.J. van Veen te Ede Gelderland.
Partijen zullen hierna [Eiser] en Van Swaay genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding, tevens incidentele vordering ex artikel 223 Rv met productie 1 t/m 51,- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv,
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 30 juni 2021,
-
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring,
-
de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het vrijwaringsincident.
2 De beoordeling in het incident
[Eiser] heeft aan Van Swaay opdracht gegeven om voor haar een woning te bouwen. Van Swaay heeft Isovision B.V. te Almere ingeschakeld als onderaannemer. In de hoofdzaak vordert [Eiser] onder meer – kort gezegd – dat Van Swaay wordt veroordeeld tot herstel van gebreken aan de woning en tot betaling van contractuele boetes.
In het incident vordert Van Swaay dat de rechtbank haar toestaat om Isovision B.V. in vrijwaring op te roepen. [Eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3 De beslissing
De rechtbank
in het incident tot vrijwaring
staat toe dat Isovision B.V. door Van Swaay wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 november 2021,
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 november 2021 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2021.