ECLI:NL:RBDHA:2026:8742

Datum uitspraak
13-03-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/682255 / FA RK 25-2130
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzen eenhoofdig gezag.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-2130

Zaaknummer: C/09/682255

Datum beschikking: 13 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 20 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk.

Als informant wordt aangemerkt:

Jeugdbescherming West Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;

  • het bericht van 15 december 2025, met bijlage, namens de vader.

Op 13 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de advocaat van de moeder, [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 1].

  • Bij beschikking van deze rechtbank van 21 januari 2022 zijn de ouders gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.

  • De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2021 de kinderen van 22 oktober 2021 tot 1 november 2021 voorlopig onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling en de gecertificeerde instelling gemachtigd de kinderen voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen, [minderjarige 1] bij de oma vaderszijde, [minderjarige 2] bij de opa en oma moederszijde.

  • De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 oktober 2021 de kinderen onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling en de gecertificeerde instelling gemachtigd de kinderen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (de rechtbank begrijpt: bij de grootouders). De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen zijn steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2025 voor de duur van 21 januari 2025 tot 21 januari 2026.

  • De kinderen verblijven sinds een aantal jaren beiden met de vader bij de oma vaderszijde.

  • De ouders en de kinderen hebben de Marokkaanse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt te bepalen dat:

  • het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt beëindigd en dat het gezag over de kinderen voortaan aan de vader toekomt;

  • van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde openbare register,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Namens de moeder is op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag over de kinderen.

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253n BW kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als er gewijzigde omstandigheden zijn sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Daarbij moet de rechtbank de criteria genoemd in artikel 1:251a BW toepassen en de vraag beantwoorden of er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, dan wel of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor, dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarigen toekomt.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat de moeder sinds maart 2023 geen contact meer heeft gehad met de kinderen en dat zij sindsdien ook niet of nauwelijks bereikbaar is voor de vader en de hulpverlening. De rechtbank concludeert dan ook dat de omstandigheden zijn gewijzigd nadat de ouders in 2022 gezamenlijk met het gezag zijn belast. De vader kan daarom worden ontvangen in zijn verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Inhoudelijke beoordeling

De vader voert aan dat de moeder niet weet wat de kinderen op dit moment nodig hebben en zij ook geen goede beslissingen kan nemen voor en over de kinderen, omdat zij al jarenlang geen contact meer met hen heeft. Het lukt de vader bovendien ook al jarenlang niet om in contact te komen met de moeder. Dit zal de vader belemmeren in de mogelijkheid om besluiten te nemen in het belang van de ontwikkeling van de kinderen. De afgelopen jaren is het de vader gelukt om met behulp van de gezinsvoogd zaken te regelen voor de kinderen waar formeel gezien toestemming van de moeder voor nodig was, zoals inschrijving op een nieuwe school en aanmelding voor hulpverlening. De ondertoezichtstelling is inmiddels beëindigd, waardoor de vader in de toekomst niet meer kan rekenen op hulp en bemiddeling van de gezinsvoogd.

Namens de moeder is op de zitting het volgende aangevoerd. De moeder heeft het verzoek in april 2025 met haar advocaat besproken en toen aangegeven dat zij graag het gezag over de kinderen wilde behouden, omdat dat de enige lijn is die zij nog met de kinderen heeft. Nadien is het haar advocaat niet meer gelukt om met de moeder in contact te komen. Als er gezagsbeslissingen genomen moet worden en de vader geen contact met de moeder kan krijgen, kan hij haar via haar familie bereiken. De moeder zal geen toestemming weigeren, aldus haar advocaat.

De voormalige gezinsvoogd heeft ter zitting bevestigd dat de moeder ook voor haar de afgelopen jaren onbereikbaar is geweest. Omdat de kinderen onder toezicht stonden, heeft de gecertificeerde instelling de vader kunnen helpen om de kinderen in te schrijven op school en aan te melden voor hulpverlening. Omdat de ondertoezichtstelling is beëindigd, zal dat in de toekomst niet mogelijk zijn. Ook de voormalige gezinsvoogd acht beëindiging van het gezamenlijk gezag daarom noodzakelijk in het belang van de kinderen.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat er sinds maart 2023 geen contact is tussen de moeder en de kinderen. Ook de (voormalige) gezinsvoogd en de vader hebben sindsdien geen contact kunnen krijgen met de moeder. De moeder is ook al geruime tijd onbereikbaar voor haar eigen advocaat. Gelet op de onbereikbaarheid van de moeder voorziet de rechtbank, net als de vader en de gecertificeerde instelling, problemen als er in de toekomst gezagsbeslissingen over de kinderen genomen moeten worden. Die problemen worden naar het oordeel van de rechtbank niet weggenomen door het inschakelen van de familie van de moeder, alleen al omdat onvoldoende vast staat dat zij de moeder wel zullen kunnen bereiken. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen noodzakelijk dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de vader voortaan alleen het gezag over de kinderen zal uitoefenen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom toewijzen.

Inschrijving gezagsregister

De beslissing tot wijziging van het gezag wordt op grond van artikel 2 van het Besluit gezagsregisters van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. De rechtbank zal daarom het daartoe strekkende verzoek van de vader bij gebrek aan belang afwijzen.

Beslissing De rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 2] te [land], het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1];

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 1];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 maart 2026.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »