ECLI:NL:RBDHA:2026:30873

Datum uitspraak
20-10-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.36216
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat de eiseres is ondergedoken om overdracht te voorkomen. Het niet-nakomen van de meldplicht en het vertrek bij het COa zijn onvoldoende onderbouw, terwijl eiseres wél bij gesprekken met de DT&V is verschenen. Bovendien is het besluit onzorgvuldig voorbereid doordat de minister pas ná het besluit extra informatie heeft opgevraagd. Het bestreden besluit heeft daardoor een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Beroep gegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK [plaats 2]

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.36216

V-nummers: [V nummer 1]

[V nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , geboren op [geboortedatum 1] 1998, eiseres

mede namens haar minderjarige dochter [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2025,

beide van Turkse nationaliteit

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de verlenging van de termijn voor haar overdracht aan Polen (de overdrachtstermijn).

1.1.

Bij brief van 25 juni 2026 (het verlengingsbesluit) heeft de minister de overdrachtstermijn tot drie jaar verlengd.1 Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld.

1.2.

De minister heeft op 25 september 2026 een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft de zaak op 5 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, haar dochter en de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook was aanwezig de heer K. Samat als tolk in de Turkse taal.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

2. Eiseres heeft op 17 februari 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 1 juni 2026 niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag. Volgens dat besluit bedraagt de overdrachtstermijn zes maanden. Deze termijn is gaan lopen op 14 april 2026, het moment dat Polen akkoord is gegaan met de overdracht. Het beroep dat eiseres heeft ingesteld tegen het overdrachtsbesluit is door deze rechtbank en zittingsplaats met haar uitspraak van 21 juli 2026 gegrond verklaard.

Waar gaat deze zaak over?

3. Bij brief van 25 juni 2026 heeft de minister de termijn voor de overdrachtstermijn aan Polen verlengd met drie jaar, tot en met 13 april 2029, omdat eiseres en haar dochter zijn vertrokken uit de COa2 locatie in [plaats 1] zonder dat bekend was waarheen en daarmee doelbewust hun overdracht te hebben tegengewerkt. In het verweerschrift licht de minister toe dat telefonisch navraag is gedaan bij COa [plaats 1] , waar eiseres verbleef vanaf 12 juni 2026 tot 24 juni 2026. In de periode van haar verblijf zou eiseres meerdere keren verzuimd hebben zich te melden, waarna zij met onbekende bestemming vertrokken gemeld is. Volgens de minister is er daardoor sprake van onderduiking op grond van artikel 46 tweede lid van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (Ambv).

Standpunt eiseres

4. Eiseres betoogt dat de overdrachtstermijn onterecht is verlengd tot drie jaar. Volgens haar ziet een verlengingsbesluit op welke lidstaat verantwoordelijk blijft voor de behandeling van de asielaanvraag en daarom is de oude Dublinverordening3 van toepassing4. Ook stelt eiseres zich op het standpunt dat zij niet doelbewust is ondergedoken om daarmee haar overdracht tegen te werken. Zij geeft aan drie keer de meldplicht te hebben gemist gedurende haar verblijf in verschillende COa opvanglocaties, waarvan één keer in [plaats 1] . Zij voert aan dat ze altijd heeft meegewerkt aan overdrachtshandelingen, zoals gesprekken met DT&V5.

Oordeel van de rechtbank

Overgangsrecht

5. De rechtbank is van oordeel dat het verlengingsbesluit op grond van de Dublinverordening genomen had moeten worden omdat de asielaanvraag van eiseres dateert van 17 februari 2026, en dus geregistreerd is vóór 12 juni 2026. Volgens de rechtbank ziet artikel 84, tweede lid, van de Ambv namelijk niet alleen op de materiele criteria met betrekking tot de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Het artikel dient ruimer geïnterpreteerd te worden zodat het ook de procedurele bepalingen behelst die raken aan de verantwoordelijkheid van een lidstaat, zoals de verlenging van de overdrachtstermijn. De rechtbank bevestigt dat ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze lijn volgt.

6. De beroepsgrond slaagt.

Onderduiken

7. De rechtbank stelt voorop dat de minister het verlengingsbesluit heeft gebaseerd op de Ambv6, terwijl in rechtsoverweging 5 is geconcludeerd dat de Dublinverordening van toepassing is. Dit vormt echter geen beletsel om de beroepsgrond over het onderduiken inhoudelijk te bespreken. De tekst van artikel 46, tweede lid, van de Ambv is namelijk gelijkluidend aan artikel 29, tweede lid, Dublinverordening. Weliswaar kent de Ambv een langere maximale verlengingstermijn dan de Dublinverordening, maar dit laat onverlet wat onder 'onderduiken' moet worden verstaan.

7.1.

Artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening luidt:

“Indien de overdracht niet plaatsvindt binnen de gestelde termijn van zes maanden, komt de verplichting voor de verantwoordelijke lidstaat om de betrokkene over te nemen of terug te nemen, te vervallen, en gaat de verantwoordelijkheid over op de verzoekende lidstaat. Indien de overdracht wegens gevangenzetting van de betrokkene niet kon worden uitgevoerd, kan deze termijn tot maximaal één jaar worden verlengd of tot maximaal 18 maanden indien de betrokkene onderduikt.”

7.2.

Uit het arrest van het Hof7 in de zaak Jawo tegen Duitsland van 19 maart 20198 volgt dat sprake is van ‘onderduiken’ als een persoon doelbewust ervoor zorgt dat hij buiten het bereik blijft van de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de overdracht, met het doel om deze overdracht te voorkomen. Dat is het geval wanneer die overdracht niet kan worden uitgevoerd, omdat de betrokkene de toegewezen woonplaats heeft verlaten zonder de bevoegde nationale autoriteiten daarvan in kennis te stellen, hoewel de betrokkene werd geïnformeerd over zijn verplichtingen.

7.3.

De rechtbank wil benadrukken dat de minister is gehouden te voldoen aan bepaalde eisen bij het nemen van een besluit. Dit is van belang om ervoor te zorgen dat een besluit zorgvuldig tot stand komt, en eventuele negatieve gevolgen goed worden afgewogen. Het bestuursorgaan moet goed onderzoeken wat er is gebeurd en uitgaan van de relevante en juiste feiten.9 Verder moet in kaart worden gebracht welke belangen betrokken zijn bij het besluit10. Het bestuursorgaan weegt de bij het besluit betrokken belangen af, tenzij de wet iets anders zegt of als het door de aard van de bevoegdheid niet mogelijk is.11 De nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Ten slotte, moet een besluit steunen op een deugdelijke motivering waaruit een en ander blijkt.12

7.4.

Op zitting heeft de minister toegelicht dat na het nemen van het verlengingsbesluit telefonisch contact is opgenomen met COa-locatie [plaats 1] . Het COa heeft toen meegedeeld dat eiseres zich meerdere malen niet heeft gemeld en dat haar kamer bij een controle leeg is aangetroffen, met het linnenpakket nog deels ingepakt. Desgevraagd kon de minister ter zitting niet precies aangeven hoeveel keer eiseres de meldplicht in COa locatie [plaats 1] heeft gemist en om welke dagen het precies ging. Daarnaast zijn er geen stukken overlegd ter onderbouwing van de telefonische mededelingen van het COa. De minister heeft ter zitting niet betwist dat eiseres heeft meegewerkt aan overdrachtshandelingen, zoals gesprekken met DT&V.

7.5.

Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat zij sinds haar verblijf bij het COa [plaats 1] vanaf 12 juni 2026 de meldplicht slechts één keer niet is nagekomen, doordat het openbaar vervoer op die dag niet reed vanwege een staking. Toen zij zich de volgende dag op de opvanglocatie meldde, werd haar meegedeeld dat zij niet in het systeem te vinden was en later terug moest komen voor meer informatie. Enkele dagen later informeerde het COa haar dat zij was uitgeschreven en dat zij zich opnieuw moest melden in Ter Apel. Dat het linnenpakket deels ongebruikt was, betwist eiseres niet. Zij heeft enkel het linnen voor haar eigen bed gebruikt, aangezien haar minderjarige dochter bij haar in bed sliep. Eiseres verklaarde verder dat zij tijdens haar verblijf in COa locatie [plaats 1] regelmatig bij haar echtgenoot in [plaats 2] op bezoek ging, mede om de zorg voor hun minderjarige kind te delen, maar dat zij tijdig terugkeerde voor de meldplicht.

7.6.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres is ondergedoken in de zin van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Het gegeven dat eiseres zich niet heeft gehouden aan de meldplicht is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van onderduiken, nu daaruit niet blijkt dat eiseres doelbewust buiten bereik van de autoriteiten is gebleven met als doel overdracht te voorkomen. Dat eiseres zich tijdens haar verblijf in [plaats 1] meerdere keren niet aan de meldplicht heeft gehouden en met onbekende bestemming is vertrokken, heeft de minister onvoldoende onderbouwd. De minister heeft hierover immers geen documenten verstrekt en enkel mondelinge informatie bij het COa ingewonnen. Die informatie laat bovendien vragen onbeantwoord, zoals de vraag hoe vaak en wanneer eiseres zich tijdens haar verblijf in [plaats 1] niet aan de meldplicht zou hebben gehouden, en de vraag of eiseres door het COa is weggestuurd of op eigen initiatief is vertrokken uit de opvang. Daarbij komt dat de minister niet heeft betwist dat eiseres wel is verschenen bij gesprekken met DT&V. Gelet op het voorgaande is sprake van een motiveringsgebrek. Daarnaast is het verlengingsbesluit ook onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen, aangezien de minister pas na het nemen van het besluit nader telefonische informatie heeft ingewonnen bij het COa. Dit duidt erop dat de relevante feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van het besluit onvoldoende vaststonden, hetgeen moeilijk valt te rijmen met een zorgvuldige voorbereiding van het besluit.

7.7.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het verlengingsbesluit.

9. Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het verlengingsbesluit van 25 juni 2026;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Korlaar, rechter, in aanwezigheid van

mr. H. El Ouahabi.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »