ECLI:NL:RBDHA:2026:30055

Datum uitspraak
16-07-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
09-349815-25 en 09-058608-26 (ttz. gev.)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bedreiging en belediging van politici, politie- en gemeentemedewerkers en voor opruiing, geen langere gevangenisstraf opgelegd dan de tijd doorgebracht in voorarrest ivm de positieve ontwikkeling die de verdachte momenteel doormaakt middels de aan hem opgelegde zorgmachtiging, 38v maatregel

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09-349815-25 en 09-058608-26 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteland],

op dit moment verblijvende in de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) van [instelling], te [plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 19 maart 2026, 7 mei 2026 (alle pro forma) en 2 juli 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Noort en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.T. Schrama naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenkingen komen er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

Onder dagvaarding I met parketnummer 09-349815-25

1. schriftelijke bedreiging met de dood of zware mishandeling gericht tegen de in 2025 toenmalige demissionaire minister-president;

2. schriftelijke bedreiging met de dood of zware mishandeling gericht tegen de in 2025 toenmalige demissionaire minister van Buitenlandse Zaken;

3. opruiing gepleegd in december 2025;

4. bedreiging met de dood of zware mishandeling gericht tegen de NCTV en medewerkers van de NCTV in december 2025; en

5. belediging van politiemedewerkers en medewerkers van gemeente Den Haag in de periode van juli tot en met december 2025.

Onder dagvaarding II met parketnummer 09-058608-26

1. belediging van medewerkers van de Politiezone Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen in augustus 2025; en

2. bedreiging van medewerkers van de Politiezone Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen in augustus 2025.

De volledige tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 De bewijsbeslissing

3.1.

Dagvaarding I met parketnummer 09-349815-25

Feiten 1, 2, 4 en 5

De rechtbank zal voor de feiten 1, 2, 4 en 5 met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan.

De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het onderzoeksnummer DH1R025107, van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 218).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 2 juli 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 24 december 2025, met bijlagen (p. 78-89);

3. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 5 januari 2026, met bijlagen (p. 101-110);

4. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 9 januari 2026, met bijlagen (p. 111-122);

5. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 27 januari 2026, met bijlagen (p. 123-213);

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 december 2025 (p. 9-13).

Feit 3

3.1.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde feit.

3.1.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er vrijspraak dient te volgen voor feit 3. De verdachte heeft betwist dat hij de bedoeling had om met de door hem gedane uitlating personen op te ruien. Hij had het bericht puur geplaatst vanuit emotie en frustratie.

3.1.3.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank heeft hierna in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van opruiing ex artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht aan de volgende vereisten moet zijn voldaan. Door de verdachte moet zijn aangezet tot iets ongeoorloofds, te weten een naar Nederlands recht strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitlatingen, in hun onderlinge samenhang bezien, en de context waarin deze uitlatingen aan het publiek zijn geopenbaard. Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat vast komt te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit, waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden. In het delict opruiing ligt het opzet - al dan niet in voorwaardelijke zin - van de opruier op het aanzetten tot strafbare feiten en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag besloten. Degene die opruit hoeft niet te weten dat het strafbaar is waartoe hij aanzet. Vereist is verder dat de uitlating in het openbaar en mondeling, bij geschrift of bij afbeelding is gedaan.

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte op 10 december 2025 op het openbare X-account van toenmalig demissionair minister van Buitenlandse Zaken [naam 1] – een openbaar account met vele duizenden volgers – de volgende tekst heeft geplaatst: “Psychopaten zoals jullie dienen levenslang te krijgen of afgeschoten worden wegens slavernij en marteling kanker idioot”. Volgens de rechtbank zijn dit woorden die door anderen opgevat kunnen worden als een aanmoediging om geweld te gebruiken tegen in dit geval personen zoals [naam 1], zijnde politici, oftewel personen werkzaam bij het openbaar gezag. Daarbij is in het bijzonder van belang dat de verdachte het niet alleen heeft over “afschieten”, maar ook een reden geeft waarom dat volgens hem dient te gebeuren, waaronder “slavernij”, een emotioneel en maatschappelijk zeer beladen onderwerp.

Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of sprake is van opzet. De verdachte heeft verklaard dat het niet zijn bedoeling was om aan te zetten tot een strafbaar feit. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de verdachte vol opzet heeft gehad op opruiing, zodat de vraag resteert of de verdachte in voorwaardelijke zin opzettelijk heeft gehandeld. De rechtbank stelt daarbij voorop dat uitlatingen die worden geplaatst op een openbaar sociaal medium zoals X, in principe door iedereen kunnen worden gelezen. Hoe groter het bereik van een opruiende uitlating, hoe groter de kans dat iemand door het lezen ervan daadwerkelijk overgaat tot het handelen waartoe wordt opgeroepen. Door de uitlating op een openbaar X account te doen, wetende dat [naam 1] veel volgers heeft, heeft de verdachte de aanmerkelijke kans dat iemand zijn uitlating zou opvatten als een aanmoediging tot het plegen van een strafbaar feit naar het oordeel van de rechtbank bewust aanvaard.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat feit 3, nu aan alle voorwaarden voor opruiing is voldaan, dan ook wettig en overtuigd bewezen kan worden verklaard.

3.2.

Dagvaarding II met parketnummer 09-058608-26

Feit 1

De rechtbank zal voor feit 1 met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026062722, van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 62).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 2 juli 2026;

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 augustus 2025, met bijlagen (p. 41-62).

Feit 2

3.2.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit.

3.2.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat beoordeeld dient te worden of de door de verdachte gedane uitlatingen richting de Politiezone Antwerpen als strafrechtelijke bedreigingen kunnen worden gekwalificeerd nu de verdachte niet de bedoeling heeft gehad om te bedreigen.

3.2.3.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen in bijlage III.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte geuite bewoordingen van zodanige aard zijn dat bij de bedreigden objectief bezien de redelijke vrees kon ontstaan dat de verdachte zijn woorden kracht zou bijzetten. Van belang acht de rechtbank daarbij dat de verdachte heeft gesuggereerd dat hij, door een verwijzing te maken naar het spreekwoord ‘oog om oog en tand om tand’ in combinatie met het verkorten van levensduur, de bedreigden dodelijk of ernstig geweld zou kunnen aandoen. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte de e-mail gericht heeft aan het Justitiehuis Antwerpen en de Politiezone van Antwerpen, immers staan hun e-mailadressen vermeld onder “aan:” en niet onder “cc:” zoals de verdachte heeft verklaard. Dat de bedreigden zich daadwerkelijk bedreigd voelden volgt ook uit het feit dat de politie in het proces-verbaal stelt dat er bedreigingen zijn geuit.

De rechtbank acht het onder feit 2 tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3.3.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

onder dagvaarding I met parketnummer 09-349815-25

1

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 10 december 2025 tot en met 14 december 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland [naam 2] (demissionair minister-president van Nederland) schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door via een openbaar bericht op platform X die [naam 2] dreigend schriftelijk de woorden toe te voegen

- “ Als je geweld wenst dan kan je deze snel krijgen vuile kanker racist” en

- “ Je gaat eraan kanker flikker” en

- “ Bij geen gehoor kan je die kogel vangen” en

- “ Je gaat vermoord worden wegens je verzonnen verhalen wegens KKKpraktijken met [naam 3] en corrupte [naam 4]” en

- “ Je gaat eraan [naam 2] en 7 rechters zijn deze beoordelen!” en

- “ Je gaat eraan moordlustige racist. KKK”,

terwijl dit feit werd gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van (demissionair) Minister;

2

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 10 december 2025 tot en met 13 december 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland [naam 1] (demissionair minister van Buitenlandse Zaken) schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door via een openbaar bericht op platform X die [naam 1] dreigend schriftelijk de woorden toe te voegen

- “ Psychopaten zoals jullie dienen levenslang te krijgen of afgeschoten worden wegens slavernij en marteling kanker idioot” en

- “ Ik ga nu afmaken kanker psychopaat. Stuur agenten op mij af en dan gaan er nekken omgedraaid worden” en

- “ Je kan mijn blokkeren maar jij gaat er nu tocht echt wegens brainwashpraktijken. Kogel door je hoofd zelfbescherming. tot snel [naam 1]” en

- “ Bij geen gehoor kan je die kogel vangen” en

- “ Ik ga je breken [naam 1] alle botten in je lijf. Je bent straks niet meer te herkennen wanneer ik klaar met je ben vuile corrupte flikker” en

- “ Je gaat eraan [naam 1] wegens corruptie en meervoudige poging tot doodslag!”

terwijl dit feit werd gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van (demissionair) Minister;

3

hij op 10 december 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door op het platform X een openbaar bericht te plaatsen, dat kennelijk gericht is tegen demissionair minister van Buitenlandse Zaken, [naam 1], en dat de navolgende inhoud had: "Psychopaten zoals jullie dienen levenslang te krijgen of afgeschoten worden wegens slavernij en marteling kanker idioot”;

4

hij op 10 december 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland (medewerkers van) de NCTV heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door via een openbaar bericht op platform X die NCTV dreigend schriftelijk de woorden toe te voegen "Voor 31 12 2025 is een keiharde eis KKK anders geweld met automatische geweren wegens marteling en meervoudige poging tot doodslag brainwashpraktijken en omkoping. Laatste waarschuwing!",

5

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 23 juli 2025 tot en met 14 december 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland opzettelijk iemand, te weten

- [naam 5] (intern onderzoeker bij de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van Politie Eenheid Den Haag) en

- [naam 6] (medewerker bij de gemeente Den Haag) en [naam 7] (burgemeester van de gemeente Den Haag) door een toegezonden geschrift heeft beledigd, door

- die [naam 5] meerdere malen per e-mail de woorden toe te voegen “kanker psychopaat”, “vuile tuig” en “kanker hoer”, en

- die [naam 6] en [naam 7] meerdere malen per e-mail de woorden toe te voegen "psychopaat",

terwijl deze belediging werd aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening.

Aan de verdachte is onder dagvaarding II met parketnummer 09-349815-25 - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 16 juli 2026 - ten laste gelegd dat:

1

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 4 augustus 2025 tot en met 20 augustus 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland en/of Antwerpen, althans in België opzettelijk medewerkers van de Politiezone van Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen en [naam 8] door een toegezonden geschrift heeft beledigd, door de Politiezone van Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen en [naam 8], meerdere malen per e-mail de woorden toe te voegen "kanker psychopaten" en "vuile racistische criminele bende" en "vuile kanker sadisten" en "vuile kanker ratten" en "teringlijers" en vuile psychopaat", terwijl deze belediging werd aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening en een openbaar lichaam en een openbare instelling;

2

hij op 19 augustus 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland en/of Antwerpen, althans in België, meerdere medewerkers van de Politiezone van Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen door een toegezonden geschrift schriftelijk heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door diegenen per e-mail dreigend de woorden toe te voegen: "Fuck you het is nu afgelopen kanker psychopaten. Oog om oog tand om tand. Mijn levensduur verkorten dan gaat dit ook bij een van jullie gebeuren! Opkankeren nu met jullie KKK".

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat er aan de verdachte een 38v maatregel wordt opgelegd voor contactverboden met de slachtoffers (met inbegrip van social media) en een locatieverbod voor de gebouwen en terreinen van de gemeente Den Haag.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de strafoplegging. Voorts heeft de verdediging verzocht om in de 38v-maatregel geen contact- en locatieverbod op te leggen met en voor de gemeente Den Haag. De verdachte moet veel praktische zaken regelen met de gemeente Den Haag en wil niet in een situatie terecht komen waarin hij vast komt te zitten puur en alleen omdat hij zijn leven probeert op te bouwen.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van gemeenteambtenaren, politiemedewerkers en politici. Allemaal personen die zich inzetten ten behoeve van de Nederlandse en Belgische samenleving. Deze personen hebben net als ieder ander het recht gevrijwaard te blijven van strafbare bedreigingen. De toegenomen verruwing van de maatschappij, onder meer tot uitdrukking komend in de in aantal en ernst toegenomen uitingen van geweld richting politici, gemeenteambtenaren en politieagenten is zorgbarend. Het met enige regelmaat ondervinden van geweld of de dreiging ermee is op de lange termijn zonder twijfel van invloed op de bereidheid van mensen om zich voor het publieke belang in te zetten door een publiek ambt te aanvaarden. Daarbij komt dat de verdachte zijn bedreigingen op een openbaar X-account met vele volgers heeft geplaatst waardoor anderen op gevaarlijke ideeën kunnen worden gebracht. Tevens heeft hij in één bericht zelfs een opdracht geplaatst waardoor personen die dat lezen mogelijk daadwerkelijk overgaan tot het handelen waartoe wordt opgeroepen.

De rechtbank benadrukt dat bedreigingen met een misdrijf tegen het leven, opruiing en het beledigen van mensen die hun werk uitoefenen, niet acceptabel zijn. Aan de verdachte moet daarom, hoewel hij ter zitting al spijt betuigd heeft van zijn handelen, een passende straf worden opgelegd.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 8 april 2026.

In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 25 juni 2026, waaruit volgt dat sprake is van een instabiel psychosociaal functioneren en een afwijzende houding voor het ondergaan van een klinische behandeling. Dit zorgt naar de mening van de reclassering voor een groot risico op ontregeling en afwijkend gedrag. Het ontbreekt betrokkene aan inzicht in zijn problematiek en delictgedrag. In de FPA waar hij momenteel verblijft op grond van een zorgmachtiging zou het volgens de reclassering niet goed gaan en zou hij zijn delictgedrag voortzetten. De reclassering was van mening dat er nader onderzoek gedaan zou moeten worden naar het psychosociaal functioneren van de verdachte en de doorwerking daarvan op de ten laste gelegde feiten (middels een aanvullend pro Justitia onderzoek), mede om de hoge kans op recidive te verkleinen.

Ter zitting is echter gebleken dat het met de verdachte sinds zijn verblijf in de FPA op basis van de zorgmachtiging, heel goed gaat. Hij neemt zijn medicijnen, hij werkt mee aan de behandeling en vertoont geen delictgedrag meer. Vanuit de FPA wordt momenteel toegewerkt naar een verblijf buiten de FPA. Tevens wordt er samen met de verdachte een oplossing gezocht voor zijn risicofactoren zoals huisvesting, dagbesteding en zijn financiën. Zo wordt er samen met [zorginstantie] gezocht naar passende huisvesting, is er een uitkering voor de verdachte aangevraagd en wil hij weer gaan solliciteren.

Straf

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De verdachte heeft ondertussen echter, mede door toedoen van de verleende zorgmachtiging, een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het niet in het belang van de verdachte, maar ook niet in het belang van de maatschappij – en de slachtoffers in het bijzonder – is om die positieve ontwikkeling en dus de zorgmachtiging met een nieuwe detentieperiode te doorkruisen. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 106 dagen met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht opleggen.

Maatregel

Voorts ziet de rechtbank ter voorkoming van strafbare feiten, ter bescherming van de slachtoffers en als stok achter de deur voor de verdachte om mee te blijven werken aan zijn behandeling, aanleiding om een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid in de vorm van een contactverbod zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van twee jaren aan de verdachte op te leggen, met een vervangende hechtenis van twee weken voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden. De rechtbank beoogt hiermee te voorkomen dat de verdachte nog op enigerlei wijze – en dus ook niet via sociale media – contact met de slachtoffers zal opnemen. Voor een maatregel van langere duur dan twee jaar ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte herhaaldelijk contact heeft gezocht met de slachtoffers. Voorts is gebleken dat er een hoog recidive risico is als er bij de verdachte sprake is van (psychische) ontregeling. Sinds de opname van de verdachte op grond van een zorgmachtiging gaat het een stuk beter met de verdachte, maar de rechtbank merkt op dat de duur van deze zorgmachtiging beperkt is, en niet zeker is dat een nieuwe zorgmachtiging zal worden verzocht en verleend. Dat in combinatie met de eerder door de reclasseerder geconstateerde afwijzende houding van de verdachte ten opzichte van het volgen van een behandeling, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaald persoon of bepaalde personen. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De rechtbank begrijpt de officier van justitie zo dat het locatieverbod – net zoals het verbod dat is opgenomen in de verlenging van de ordemaatregel – ziet op gebouwen of terreinen van de gemeente Den Haag. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het opleggen van een locatieverbod als 38v-maatregel op deze wijze disproportioneel.

De rechtbank merkt allereerst op dat dit verbod al is vastgelegd in de ordemaatregel. Er is dus al op andere wijze in het locatieverbod voorzien. Daar komt bij dat het voornaamste doel van het locatieverbod – het beschermen van gemeenteambtenaren – al grotendeels wordt bereikt door het contactverbod dat de rechtbank zal opleggen. Bovendien worden fysieke afspraken met begeleid dan wel beschermd wonen binnen de gemeente naar alle waarschijnlijkheid onmogelijk of op z’n minst heel moeilijk gemaakt als de verdachte zich op geen enkel terrein van de gemeente mag bevinden. Dat is onwenselijk, zeker nu hij in grote mate afhankelijk is van de gemeente om zijn leven verder op orde te krijgen.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen: 38v, 38w, 55, 57, 131, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.3 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

onder dagvaarding I met parketnummer 09-349812-25

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarde is geschied en terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van Minister, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feiten 2 en 3:

eendaadse samenloop van

bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarde is geschied en terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van Minister, meermalen gepleegd

en

het in het openbaar bij geschrift opruien tot enig strafbaar feit en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien;

ten aanzien van feit 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

onder dagvaarding I met parketnummer 09-058608-26

ten aanzien van feit 1

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan het openbaar gezag, een openbare instelling en een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2

bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk is geschied;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

straf

een gevangenisstraf voor de duur van 106 (HONDERDENZES) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht (totale aftrek 106 (honderdenzes) dagen), voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

maatregel

legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 (twee) jaren:

- op geen enkele wijze - direct of indirect, dus ook niet via sociale media- contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

- [naam 2] (voormalig minister-president van Nederland); en

- [naam 1] (minister van Justitie en Veiligheid);

- (medewerkers van) de NCTV;

- (medewerkers van) de Gemeente Den Haag – waaronder [naam 6], [naam 7] (burgemeester) – , met uitzondering van zijn contactpersoon [naam 9], dan wel een ander door de gemeente aan te wijzen persoon;

- (medewerkers van) de Politiezone van Antwerpen en het Justitiehuis Antwerpen, alsmede [naam 8];

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan;

bepaalt dat de duur van deze vervangende hechtenis 2 (twee) weken bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

voorlopige hechtenis

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.L. Harmsen, voorzitter,

mr. J. Herfkens, rechter,

mr. T.E.F. Reijnders, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. Wouters, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »